Een man van 79 jaar en zijn vrouw zijn in 2011 naar een notaris gegaan om een hypotheekrecht te vestigen op hun woonhuis tot zekerheid voor een door BLG Hypotheken aan hen verstrekte aflossingsvrije geldlening van € 193.000. Van deze hoofdsom is een bedrag van € 80.778,77 aangewend voor de aankoop van een direct ingaande lijfrente verzekering bij Reaal. Bij het aangaan van de hypothecaire geldlening en de lijfrente heeft een zustervennootschap van Cinjee als tussenpersoon van BLG Hypotheken bemiddeld. De algemeen directeur van Cinjee was bij het passeren van de hypotheek bij de notaris aanwezig. Een bedrag van € 111.394,18,- heeft de notaris op 14 februari 2011 overgeboekt naar de bankrekening van de oude man. De oude man heeft op 14 februari 2011 een bedrag van € 110.000,- ter leen verstrekt aan Cinjee. Cinjee is op 19 juli 2011 gefailleerd. De lening is onverhaalbaar gebleken. De oude man heeft op 24 september 2014 het huis  verkocht voor een koopsom van € 150.000,-. Hiervan is de restant hypotheekschuld, na afkoop van de lijfrente, van € 141.232,14 betaald. De oude man is op 4 mei 2015 overleden. Zijn vrouw, eiseres, is in het testament aangewezen als enig erfgenaam en tevens executeur.

Rechtbank: zorgvuldigheidsplicht geschonden

Eiseres vordert veroordeling van de notaris een bedrag van € 141.232,14 aan schadevergoeding. Zij stelt dat de notaris bij het verlijden van de hypotheekakte in strijd met de van hem te vergen zorgvuldigheid heeft gehandeld. Een notaris dient als beroepsbeoefenaar de zorgvuldigheid te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval kan deze zorgvuldigheidsplicht meebrengen dat de notaris bij het verlijden van een akte niet slechts de zakelijke inhoud daarvan meedeelt en toelicht, maar ook wijst op de gevolgen die uit die inhoud voortvloeien (zie bijv. HR 20 januari 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0586, NJ 1989/766 en art. 43 lid 1 Wna). Volgens eisers heeft de notaris bij het passeren van de akte niet gewezen op de gevolgen daarvan. Zij stelt dat ze niet zijn gewaarschuwd voor de risico’s verbonden aan het ter leen verstrekken van de gelden.

Op degene die stelt dat de notaris als beroepsbeoefenaar in de nakoming van zijn hiervoor genoemde zorgvuldigheidsplicht is tekortgeschoten, rust de stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden die dit oordeel kunnen dragen. Van de notaris kan evenwel worden verlangd dat hij voldoende feitelijke gegevens verstrekt ter motivering van zijn betwisting van de desbetreffende stellingen, teneinde degene die hem aanspreekt aanknopingspunten voor eventuele bewijslevering te verschaffen (HR 10 januari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2244, NJ 1999/286). Voor zover de notaris geen aantekeningen bijhoudt en bewaart van hetgeen hij in het kader van zijn voorlichtingsplicht met de betrokkene heeft besproken, kan dat ertoe leiden dat hij niet aan de zojuist genoemde motiveringsplicht kan voldoen, hetgeen dan voor zijn risico komt  (Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:28). De notaris heeft ter comparitie verklaard dat hij niet (meer) over aantekeningen beschikt van hetgeen hij in het kader van zijn voorlichtingsplicht met de oude man.

De rechtbank is van oordeel dat de notaris bij het verlenen van zijn ministerie (het passeren van de hypotheekakte) niet de zorgvuldigheid heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Hij heeft voorafgaande aan het passeren van de hypotheekakte (en het opnemen van de geldlening) niet gewezen op de risico’s die voor de oude man , destijds 78 jaar oud, waren verbonden aan het bezwaren van zijn huis met een hypothecaire geldlening en het beleggen van een groot gedeelte van het opgenomen bedrag in een (risicodragende) geldlening aan Cinjee. Bovendien is geen sprake geweest van een gesprek met de oude man en eiseres buiten aanwezigheid van Cinjee. Daar had wel aanleiding toe bestaan: de notaris wist dat Cinjee ‘twee petten’ op had: Cinjee  trad op als tussenpersoon voor BLG Hypotheken en een aanmerkelijk gedeelte van de lening zou in een aan Cinjee gelieerde vennootschap worden belegd. Onder deze omstandigheden had de notaris er niet mee kunnen volstaan na het passeren van de akte in aanwezigheid van Cinjee te informeren naar de bestemming van het geld en in algemene termen te waarschuwen voor de risico’s verbonden aan het verstrekken van een lening. De rechtbank wijst een schadevergoeding toe van € 141.232,14.

Klik hier voor de gehele uitspraak van de rechtbank Rotterdam d.d. 23 maart 2016 (ECLI:NL:RBROT:2016:3562).

Zorgplicht Advocaten

Heeft u een geschil met uw notaris over de vraag of hij/zij de benodigde vakbekwaamheid, zorgvuldigheid en deskundigheid in acht heeft genomen bij de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden? Heeft uw notaris uw opdrachten niet naar behoren uitgevoerd? En heeft u als gevolg daarvan schade geleden? Neem dan hier contact op met een van de gespecialiseerde advocaten van Zorgplicht Advocaten.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant