Accountant verzuimd formele vereisten voor het uitkeren van dividend te toetsen

Y1 staat ingeschreven als openbaar accountant in de daartoe bestemde registers. Y2 staat eerst ingeschreven als openbaar accountant, later als accountant in business. Gedurende tijd waren zij beiden werkzaam bij Accountantskantoor1.

Accountantskantoor1 heeft van BV1 de opdracht gekregen om de jaarrekeningen vanaf 2012 samen te stellen. De opdrachtbevestiging is op 4 februari 2013 getekend, door haar bestuurder (hierna: B). Y2 heeft eerder al jaarrekeningen opgesteld voor BV1, toen hij nog werkzaam was voor C. C is opgegaan in Accountantskantoor1 in 2012. Bij de jaarrekening van 2012 van BV1 heeft Y2 een samenstellingsverklaring afgegeven. Klaagster is vanaf 2014 aandeelhouder bij BV2.

BV3 was enig aandeelhouder van BV1. In januari 2013 heeft BV3 een intentieovereenkomst gesloten met BV2. BV3 werd vertegenwoordigd door B, BV2 door D. De intentieovereenkomst gaat over het kopen en verkopen van haar 100% aandelenbelang in BV1. Er wordt een koopprijs van 6 miljoen euro overeengekomen onder financieringsvoorbehoud en met voorwaarden ten aanzien van een door verkoper aan koper te verstrekken achtergestelde lening.

Betrokkenen en E hebben B assistentie verleend nu BV3 daarom had gevraagd. De onderhandelingen liepen op een gegeven moment stuk, omdat bank1 niet akkoord wilde gaan met de gevraagde financiering.

Onderhandelingen

Medio 2013 is nogmaals onderhandeld om een financiering met bank2 te realiseren. Verder heeft Y2 aan de accountant van Bv2 laten weten dat de verkoper de beperkte bancaire financiering niet accepteert. Y2 heeft Y2 geïnformeerd over de onderhandelingen omtrent de koop en verkoop. D geeft aan nog in de koop van BV1 interesse te hebben en graag met een herziene bieding het een en ander te bespreken.

Uiteindelijk is een overeenkomst gesloten tussen BV1,BV2 en BV3 met betrekking tot overname van de aandelen. Y1 was de vertegenwoordiger van BV1 en BV3 en heeft de overeenkomst dan ook namens deze vennootschappen ondertekend.

Balanstest en uitkeringstoets

Y2 heeft op 21 januari 2014 een balanstest en uitkeringstoets uitgevoerd. Op 21 januari 2014 is door de AvA het besluit genomen een bedrag ter hoogte van de begrote winst in de conceptjaarrekening van 21 januari 2014 als dividend aan aandeelhouder BV3 uit te keren. Y2 heeft bij de jaarrekening over 2013 van BV1 een samenstellingsverklaring afgegeven. BV1 is later failliet gegaan.

Het complete overzicht van de feiten kunt u teruglezen in de uitspraak.

De klacht

De klacht betreft het verwijt dat Y1 gehandeld heeft in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels. Daaraan liggen de volgende verwijten ten grondslag. Y1 zou actief hebben meegewerkt aan financiële malversaties, verzuimd omzetdeel te corrigeren en hierover te informeren, in wetenschap van zijn verwijtbare handelen en nalaten de overeenkomst toch getekend, de kernvoorwaarde van de aandelentransactie bewust te manipuleren en verzwijgen en BV2 het recht heeft ontnomen de transactie onder andere voorwaarden dan wel niet door te laten gaan.

De klacht tegen Y2 houdt in dat hij actief heeft meegewerkt aan financiële malversaties, bekende financiële malversaties bewust heeft verzwegen, verzuimd omzetdeel te corrigeren en hierover te informeren, in wetenschap van zijn verwijtbare handelen en nalaten de overeenkomst toch getekend, de kernvoorwaarde van de aandelentransactie bewust te manipuleren en verzwijgen, het recht heeft ontnomen de transactie onder andere voorwaarden dan wel niet door te laten gaan en voorafgaand aan instemming tot dividenduitkering heeft verzaakt te controleren of de bestuurder een dividendbesluit had goedgekeurd op basis van de vereiste balanstest en uitkeringstoets.

Overweging

De kamer heeft naar de gronden en het verweer van de klacht gekeken. Daarbij komt zij tot het volgende. De accountant is onderworpen aan tuchtrechtspraak tijdens de uitoefening van zijn beroep.

Niet tijdig geklaagd

Betrokkene voert aan dat klaagster de klacht niet tijdig heeft ingediend en daarom de klacht niet in behandeling kan worden genomen. Artikel 51 en 22 lid 1 Wtra zoals deze luidde tot 1 januari 2019 geeft aan dat de kamer een klacht niet in behandeling neemt indien tussen het moment van het verweten handelen of nalaten en het moment van indiening van de klacht een periode van zes jaar of meer is verstreken. Tevens kan geen klacht meer in behandeling worden genomen als op het moment van indienen van de klacht drie jaren zijn verstreken nadat klaagster heeft geconstateerd of redelijkerwijs heeft kunnen constateren dat het handelen of nalaten niet juist was. Voor een vermoeden van (mogelijk) tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten is niet vereist dat een klager volledig op de hoogte is van de exacte regelgeving voor accountants waarmee het handelen of nalaten (mogelijk) in strijd is.

Overschrijding termijn

Wegens overschrijding van het drie-jaarstermijn zijn een deel van de klachtonderdelen niet-ontvankelijk. Het gedrag van Y2 dat hij geen controle heeft uitgevoerd of de bestuurder het dividendbesluit heeft goedgekeurd, is wel ontvankelijk.

Samenstellingsopdracht

De opdracht die Y2 kreeg was een samenstellingsopdracht. Hierop is de standaard 4410 van toepassing. Een accountant moet zich altijd professioneel, vakbekwaam en zorgvuldig opstellen bij het uitvoeren van de werkzaamheden. Wanneer hij constateert of behoort te constateren dat gegevens onjuist, onvolledig of op een andere manier onbevredigend zijn, mogen deze gegeven niet zonder meer worden verwerkt.

Uitkering controleren

Het bestuur van de vennootschap is verplicht om bij elke vorm van uitkering van vermogen aan aandeelhouders te controleren of deze verantwoord is. Hierbij moet rekening worden gehouden met de belangen van de vennootschap en van schuldeisers. Dit wordt beoordeeld aan de hand van een balanstest en een uitkeringstoets. Indien het bestuur van mening is dat de testen een negatieve uitkomst hebben, kunnen zij de goedkeuring van het uitkeringsbesluit onthouden.

Verweer Y2

Y2 heeft aangevoerd dat hij voor het bestuur van BV1 een balanstoets en uitkeringstoets heeft uitgevoerd. Aan de hand van de toetsen heeft hij vastgesteld dat de uitkering geen beletsel moest zijn. Hierbij is vastgesteld dat de uitkering mogelijk en verantwoord was, gezien de hoogte van de reserves en bepalingen. De vennootschap zou aan haar betalingsverplichtingen na de uitkering kunnen blijven voldoen.

Oordeel

De kamer is van mening dat het op de weg van Y2 had gelegen om navraag te dien bij het bestuur van BV1 of aan formele vereisten voor het doen van een dividenduitkering aan B was voldaan. Y2 heeft dit nagelaten. Hierdoor is in strijd gehandeld met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Dit klachtonderdeel is hierom gegrond. De Accountantskamer acht de maatregel tegen Y2 van waarschuwing passend en geboden.

Betrokkene heeft bij zijn samenstelwerkzaamheden uitgevoerd wat in de koopovereenkomst was afgesproken, maar heeft verzuimd vast te stellen of aan de formele vereisten voor het uitkeren van dividend was voldaan.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Accountantskamer.

Zorgplicht advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant