Het Register Belastingadviseurs (hierna: “RB”) heeft een Wwft-onderzoek ingesteld bij X B.V. Uit dit onderzoek blijkt dat maar een beperkt aantal van de klanten zijn geïdentificeerd en geverifieerd. Er is daarnaast ook maar een geringe mate van bewustheid wat betreft de naleving van de meldingsplicht. Dit was dan ook de aanleiding tot het instellen van het onderzoek. Tijdens het onderzoek zijn er 10 dossiers van zakelijke klanten en 10 dossiers van particuliere klanten onderzocht. In 15 van de 20 onderzochte dossiers ontbrak een uittreksel van het handelsregister of een kopie van het identiteitsbewijs. In 2 dossiers is door X B.V. artikel 16 van de Wwft overtreden. In dit dossier waren er ongebruikelijke transacties verricht, maar X B.V. had deze niet gemeld bij de FIU-NL.

Bedrijf moet in staat zijn om haar cliënten te identificeren en de identiteit te veriferiëren

Volgens X B.V. is het bewaren van een kopie van het identiteitsbewijs in strijd met de identiteitswetgeving. Daarom is slechts het nummer van het identiteitsbewijs genoteerd en bewaard. Het doel van het cliëntenonderzoek is dat X B.V. in staat moet zijn om de cliënt te identificeren en zijn identiteit te verifiëren. Uit het onderzoek van het Bureau Financieel Toezicht (hierna: “BFT”) is gebleken dat X B.V. geen kopie heeft gemaakt dan de documenten aan de hand waarvan zij de identiteit van haar cliënten kan verifiëren en dat zij ook niet de benodigde gegevens van deze documenten heeft genoteerd en bewaard. De rechtbank oordeelt dan ook dat het BFT terecht heeft geconstateerd dat X B.V. artikel 3 van de Wwft heeft overtreden.

Wat betreft de meldingsplicht is X B.V. van mening dat er geen sprake is van ongebruikelijke transacties. Volgens X B.V. betreft 1 van de transacties die door het BFT als ongebruikelijk is aangemerkt een kortlopende lening van maximaal € 3.000,-. Een van de vennoten van bedrijf A heeft van zijn familie deze kortlopende lening ontvangen. Deze lening is administratief vastgelegd en de Belastingdienst is akkoord gegaan met het achterwege blijven van rentekosten. De andere transactie die volgens het BFT ongebruikelijk is betreft een voormalig cliënt van X B.V., te weten bedrijf S. X B.V. heeft de relatie met deze cliënt opgezegd omdat zij met medeweten van de Belastingdienst tot de conclusie kwam dat buitenlandse inkopen niet waren vastgelegd.

Iedere ongebruikelijke transactie moet worden gemeld

Om te beoordelen of een transactie als ongebruikelijk moet worden aangemerkt zijn er indicatoren vastgesteld op grond van artikel 15 van de Wwft. Volgens een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven moeten transacties niet alleen gemeld worden indien er concrete aanwijzingen bestaan dat er sprake is van witwassen of het financieren van terrorisme, maar moet iedere ongebruikelijke transactie worden gemeld. Echter, in het dossier zijn er 2 leningen aangetroffen bij bedrijf A. Er was een handgeschreven leningsovereenkomst van € 7.000,- bij een natuurlijk persoon en volgens een aantekening op deze overeenkomst is er nog een bedrag van € 3.000 geleend. Deze lening is verder niet vastgelegd.

De rechtbank is het met het BFT eens dat X B.V. deze leningen had moeten melden. Bij het opstellen van de jaarrekening in 2011 bleek dat beide leningen niet waren afgelost. De bedragen waren gewoon weer in de boeken teruggezet. Dit is ongebruikelijk en daarom had X B.V. deze leningen moeten melden. Daarnaast mag er in Nederland bij een onderhandse lening nooit een te lage rente of geen rente worden afgesproken, de rente dient marktconform te zijn. Dat dit niet ongebruikelijk is in Marokko veranderd hier niets aan.

BFT was bevoegd om bestuurlijke boete op te leggen

Wat betreft bedrijf S is de rechtbank met het BFT van oordeel dat X B.V. het vermoeden van fiscale fraude had moeten melden. Dat X B.V. na het boekenonderzoek van de Belastingdienst de relatie met deze cliënt heeft verbroken doet aan deze verplichting niet af. Het BFT was daarom bevoegd om aan X B.V. een bestuurlijke boete op te leggen. X B.V. is van mening dat de boete onevenredig is.

Het basisbedrag volgens het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector betreft € 500.000,-. Deze boete kan worden gematigd op basis van de ernst of duur van de overtreding of de mate van verwijtbaarheid. Het BFT heeft daarom de opgelegde boete gematigd tot € 7.000,-. De rechtbank is van oordeel dat het boetebedrag niet onevenredig is aan de aard en de ernst van de overtredingen of de mate van verwijtbaarheid.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de rechtbank Rotterdam.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u een geschil met uw accountant of belastingadviseur over de vraag of hij/zij de benodigde vakbekwaamheid, zorgvuldigheid en deskundigheid in acht heeft genomen bij de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden? Heeft uw accountant of belastingadviseur uw opdrachten niet naar behoren uitgevoerd? En heeft u als gevolg daarvan schade geleden? Neem dan contact op met een van de gespecialiseerde advocaten van Zorgplicht Advocaten.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant