Accountants hebben steken laten vallen en kunnen forse claim verwachten

Het Tuchtcollege CBb heeft definitief geoordeeld dat KPMG-accountants steken hebben laten vallen bij een externe controle voor de inmiddels failliet verklaarde Boer & Croon. De eerder opgelegde sancties blijven voor een groot gedeelte gehandhaafd. De uitspraak van het CBb kan bijdragen aan het indienen van de claim. Dit kan een financiële tegenvaller worden voor het accountantskantoor. De curator wil de twee accountants hoofdelijk aansprakelijk stellen voor het boedeltekort van ruim 13 miljoen euro.

Vorig jaar heeft de Accountantskamer de twee accountant geschorst, wegens het niet scherp controleren bij een adviesorganisatie in de jaren 2011 en 2012. Er werden forse dividenduitkeringen gedaan, terwijl de winst aardig was teruggelopen.

Met een daling van 28% van de winst in 2009 en ruim 35% in 2010, steeg de winst in 2011. Vanaf 2012 daalde de omzet tot bijna nihil. Ondanks de enorme terugloop in winst, werden toch dividenden uitgekeerd voor ruim 5 miljoen euro. Er bleef nagenoeg geen eigen vermogen meer over.

Om jarenlang uitkering mogelijk te maken, hebben Boer & Croon tussen 2003 en 2013 driemaal een nieuwe holding opgericht waaraan het oude Boer & Croon werd verkocht. Met een banklening van de ING werd de goodwill gefinancierd. Op die manier werd ruimte gemaakt voor dividenduitkeringen aan de bestaande partners. De inleg van nieuwe partners werd juist verlaagd. Boer & Croon kampte met hoge schulden. In 2012 vielen de resultaten tegen, waardoor financiële problemen ontstonden. In oktober 2014 werd Boer & Croon failliet verklaard.

De accountants hadden aan de bel moeten trekken. De curator heeft tuchtklachten tegen de accountants ingediend. Beide accountants hadden een jaarrekening gecontroleerd. Volgens de curator is sprake van een gebrekkige controle geweest. Volgens Nederlandse regels mag er geen zelf gecreëerde of interne goodwill in de boeken worden opgenomen, iets wat de accountants over het hoofd hebben gezien.

De Accountantskamer heeft in 2019 geoordeeld dat de accountants niet goed genoeg hebben gekeken naar de omstandigheden die uiteindelijk tot het faillissement hebben geleid. Aan beide accountants werd een schorsing van een maand opgelegd.

In hoger beroep laat het CBb het vonnis niet geheel intact. De goedkeurende verklaring bij 2011 berust op een ondeugdelijke grondslag. De goodwill en de aanvaardbaarheid daarvan is niet onderbouwd. Het CBb laat de schorsing in stand.

Met betrekking tot de accountant die de controle over 2012 heeft verricht, heeft het CBb de schorsing omgezet naar een berisping. De betreffende accountant had immers een afkeurende verklaring gegeven ten aanzien van de goodwill. De accountant had wel moeten twijfelen aan de continuïteit van het bedrijf.

Klik hier voor het nieuwsartikel.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant