• Gefilterd op:
Rabobank moet boeten: Twee ton voor niet waarschuwen

De rechter besluit dan ook dat Interpolis vrij moet worden bepleit. Tijdens het sluiten van de overeenkomst stond immers al in de voorwaarden dat alleen kleinzakelijk gebruik van een bijgebouw onder de dekking van de verzekering viel. Tevens oordeelt de rechter dat een garagebedrijf niet onder kleinzakelijk gebruik valt, nu de risico’s niet vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden die als voorbeeld in de polis zijn benoemd. De adviseur van de Rabobank kwam regelmatig langs bij de eigenaar en wist dan ook dat de loods in het begin als transportbedrijf werd gebruikt. De rechtbank vindt dan ook dat de Rabobank zich had moeten realiseren dat het aanwezig hebben van vrachtwagens in grote hoeveelheid dan ook niet strookte met de woonhuisverzekering. Rabobank had moeten waarschuwen dat de loods in deze hoedanigheid niet onder de dekking viel. De eigenaar had op dat moment een andere verzekering kunnen zoeken. Niet alleen de Rabobank is aansprakelijk voor de schade. De eigenaar had in 2017 kennis kunnen nemen van de gewijzigde voorwaarden. Hij had immers een bericht ontvangen van de Rabobank in zijn berichtenbox. Aangezien hij deze gebruikte voor internetbankieren kan het hem niet zijn ontgaan dat ook berichten over de verzekering via de berichtenbox werden toegezonden. Dat hij het bericht van de Rabobank daadwerkelijk pas een jaar later opende, is een eigen risico. De rechter komt dan ook tot een toerekening van 50% eigen schuld. De totale schade van de brand inclusief opruimingskosten bedragen 426.000 euro. De helft hiervan moet door Rabobank worden vergoed, de andere helft moet de eigenaar zelf dragen.

WestlandUtrecht Bank moet vergoeding van 3.500 euro betalen wegens verzwijging

De commissie heeft daarbij vastgesteld dat mevrouw informatie heeft ontvangen over de financiële consequenties na verloop van 15 jaar premiebetaling, maar niet dat een hogere vrijstelling gold bij 20 jaar. Dit lag wel voor de hand nu mevrouw inmiddels al bijna 20 jaar aan premie had betaald. Daarnaast staat vast dat de vrouw de verzekering langer door had laten lopen wanneer ze op de hoogte was geweest van de hogere vrijstelling. Het was voor mevrouw geen probleem geweest om het appartement nog een aantal maanden aan te houden en de afkoop pas na 20 jaar plaats te laten vinden om zo de heffing aan loonbelasting te voorkomen. De commissie oordeelt dat van een redelijk handelend en redelijk bekwaam financieel dienstverlener mag worden verwacht dat zij een dossier bijhouden. Daarom wordt er vanuit gegaan dat de bank heeft verzuimd te melden dat 20 jaar gunstiger zou zijn. De exacte schade is niet vast komen te staan. Daarom is een schatting gemaakt van 3.500 euro. De Bank moet een vergoeding ter hoogte van 3.500 euro betalen. Wanneer de verzekering langer had doorgelopen had dit vele gunstigere effecten gehad.

Vrouw is het niet eens met rapport van accountant nu hij zich heeft laten beïnvloeden door haar ex-partner

De accountantskamer acht de klacht deels gegrond. De kamer onderzoekt niet opnieuw en niet integraal. De tuchtrechter kijkt alleen of de accountant bij de opstelling van het rapport in strijd heeft gehandeld met de gedrags- en beroepsregels. De gedrags- en beroepsregels schrijven onder andere voor dat de beschikbare gegevens geen onjuiste informatie mag bevatten, de bevindingen een deugdelijke grondslag moet hebben en duidelijke voorbehouden moeten zijn gemaakt wanneer conclusies niet zonder meer uit de beschikbare gegevens blijken. De tuchtrechter houdt hierbij rekening met de regels die gelden voor het uitbrengen van een deskundigenbericht aan de rechter, de instructies die de rechter heeft gegeven en het oordeel van de rechter met betrekking tot de totstandkoming en inhoud van het rapport. Dat de accountant zich niet zou hebben gehouden aan de standaard is onjuist. In het geval een deskundigenbericht wordt uitgebracht in een gerechtelijke procedure, zijn de standaarden van de NV COS niet van toepassing. Ook vindt de kamer niet dat het onderzoek extreem lang heeft geduurd. Tevens heeft de ex-vrouw niet gemotiveerd waarom de onderzoekskosten niet realistisch zouden zijn.

Een ieder kan bij een vermoeden van handelen en of nalaten een tuchtrechtelijke klacht indienen

De Accountantskamer benadrukt het feit dat de accountant ten aanzien van de uitoefening van het beroep is onderworpen aan tuchtrechtspraak. Met betrekking tot het ontvankelijkheid heeft betrokkene aangevoerd dat sprake moet zijn van niet-ontvankelijkheid nu X1 geen belang zou hebben bij haar klacht. De kamer haalt hier aan dat een ieder bij een vermoeden van handelen en of nalaten een klacht kan indienen (artikel 22 Wtra en artikel 42 Wab). Zowel die bepaling als de wetsgeschiedenis maken geen beperking op de hoedanigheid van de klager. Een belang is niet vereist om een ontvankelijke klacht te hebben. Het verweer van betrokkene slaagt niet. Tevens moet worden gekeken naar de termijn (artikel 22 Wtra, artikel 51 Wtra en artikel 22 Wtra oud). De termijn met betrekking tot de schriftelijke opdrachtbevestiging is niet-ontvankelijk, evenals de klacht met betrekking tot de wijze van waardering. De overige klachtonderdelen zijn wel ontvankelijk. De kamer benadrukt dat op grond van artikel 22 Wtra oud alleen kan worden geklaagd als het gaat om het handelen van de individuele accountant. Over het handelen van B als zodanig kan niet worden geklaagd. Echter, er is niet expliciet vastgelegd welke accountant verantwoordelijk was voor C. Wegens omstandigheden mag worden aangenomen dat betrokkene verantwoordelijk is voor het handelen van C. Het is niet aannemelijk dat betrokkene tevens aansprakelijk is voor werkzaamheden die buiten het gebruikelijke takenpakket van betrokkene heeft verricht. Klagers hebben dan ook onvoldoende aangetoond dat de advisering n vertegenwoordiging deel uitmaken van taken van C waarvoor betrokkene verantwoordelijk is. De klacht is ongegrond. Pas op de zitting is verweten dat de tot stand gekomen waardering onjuist zou zijn en een overzicht van verschillende gemaakte aan de overname ten grondslag liggende waarderingen. Deze stelling is als onderdeel van de klacht te laat naar voren gebracht. Betrokkene heeft verwijten onvoldoende gemotiveerd weersproken. Klager heeft verwijten onvoldoende aannemelijk gemaakt, waardoor het onderdeel van de klacht ongegrond is.

Sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen bij accountant?

De kamer heeft geoordeeld dat de accountant bij de uitoefening van zijn beroep te maken heeft met tuchtrechtspraak indien het gaat over enig strijdig handelen of nalaten. Het handelen en/of nalaten moet worden getoetst aan de regels die op dat moment geldig waren. Met betrekking tot klachtonderdeel a moet worden gekeken naar Standaard 4410. Hierin staat onder andere dat een samenstellingsopdracht geen assurance-opdracht is en dat daarom van de accountant niet wordt vereist om de nauwkeurigheid of de volledigheid van de door het management verschafte informatie voor het samenstellen te verifiëren, of anderszins onderbouwende informatie te verzamelen om een controleoordeel of een beoordelingsconclusie over het opstellen van de historische financiële informatie tot uitdrukking te brengen. Indien de situatie zich voordoet dat de accountant constateert dat de verstrekte informatie niet compleet of niet nauwkeurig genoeg is, moet dit aan het management worden gemeld en dient om aanvullende en gecorrigeerde informatie te worden verzocht. In dit geval is daar geen sprake van en is dit onderdeel ongegrond. Met betrekking tot het tweede klachtonderdeel voert betrokkene aan dat hij heeft opgetreden als eigen accountant van B en vanuit deze rol conceptjaarrekening 2016 heeft opgesteld. Daarom hoefde hij klaagster niet te betrekking bij de totstandkoming. Het concept heeft betrokkene wel aan klaagster doen toekomen, zodat zij hiervan kennis kon nemen en daarop kon reageren. Betrokkene heeft daarnaast alle stukken die hij had toegezonden en de stukken die hij niet had, een verzoek uitgezet deze te doen toekomen aan klaagster. Klaagster heeft verder niet aannemelijk gemaakt dat sprake zou zijn van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door betrokkene, waardoor het onderdeel faalt.

Accountantskamer besluit geen maatregel op te leggen ondanks misleidende mededeling accountantskantoor

Het begrip beroepsuitoefening is door het CBB uitgelegd als een ruim begrip en omvat al het handelen en nalaten in enig feitelijk uitgeoefend beroep. Hierdoor kan het handelen worden getoetst aan fundamentele beginselen. Het aangaan van managementovereenkomsten met non-concurrentie- en relatiebedingen kan worden gezien als een professionele dienst. Het opleggen van dergelijke bedingen is niet ongebruikelijk. Enkel in zeer bijzondere omstandigheden kan dit worden gekwalificeerd als niet eerlijk en niet oprecht optreden: strijdig handelen met het fundamentele beginsel van integriteit. Hiervan is in dit geval geen sprake of is niet gebleken. Klachtonderdeel a is dan ook ongegrond. De kamer heeft de mogelijkheid om een maatregel op te leggen. Daarbij wordt rekening gehouden me de aard en ernst van het verzuim en de omstandigheden waaronder. De kamer besluit geen maatregel op te leggen, gezien de geringe relevantie van het feit. Daarbij hebben betrokkenen enige tijd geleden de pagina laten verwijderen uit eigen beweging.

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant