Accountantskamer berispt accountant die instructies opdrachtgever blindelings opvolgt - Zorgplicht Advocaten

Zorgplicht Advocaten

Accountantskamer berispt accountant die instructies opdrachtgever blindelings opvolgt

Twee broers houden zich bezig met het ontwikkelen van onroerend goed projecten. In 1999 is er een samenwerkingsverband gesloten met als doel het ontwikkelen van een nieuwbouwproject. Daarvoor werd er in 2000 een B.V. opgericht (hierna: “de BV”) waarvan de enig aandeelhouder en bestuurder de persoonlijke holding van één van de broers (hierna: “Holding C”) was. Hierna zijn er nog 2 andere nieuwbouwprojecten ontwikkeld waarvoor de samenwerking is vastgelegd in schriftelijke contracten. Echter, deze contracten zijn niet ondertekend. Sinds 1988 wordt de jaarrekening van Holding C verzorgd door een accountant. Vanaf de oprichting van de BV stelt hij ook de jaarrekeningen voor de BV op en vanaf 2007 is de accountant betrokken bij en verantwoordelijk voor de samenstelopdrachten.

Broers krijgen ruzie, één van de broers dient een klacht in bij de accountantskamer

De twee broers krijgen ruzie over de uitvoering van het samenwerkingsverband. Volgens één van de broers is er door de andere broer onvoldoende financiële verantwoording afgelegd over de 3 projecten. De broer is van mening dat hij een bijzonder belang heeft bij de financiën van de BV omdat hij een belangrijke financier is en recht heeft op 50% van de winst. Ondanks dat de accountant de opdracht heeft gekregen van Holding C/de BV is hij van mening dat de accountant toch een bijzondere verantwoordelijkheid jegens hem had. Hij dient een klacht in bij de accountantskamer.

De klacht van de broer bestaat uit verschillende onderdelen:

a. Accountant heeft ondanks meerdere verzoeken geweigerd voldoende informatie te verstrekken over de resultaten van de drie nieuwbouwprojecten;
b. Bij het opstellen van de jaarrekeningen 2013 is niet het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid/deskundigheid en zorgvuldigheid in acht genomen;
c. De accountant heeft de transacties tussen de BV en Holding C verwerkt zonder hem hierbij te betrekken. Deze hebben tot een aanzienlijke verslechterde positie van de BV geleid;
d. De accountant was bekend met de door de BV aan hem gepresenteerde additionele planvoorbereidingskosten ter waarde van € 2.340.625,-, maar hij heeft hiervan geen melding gedaan in de jaarrekening 2013;
e. De accountant heeft, ten onrechte, geen renteopbrengsten verantwoord en daarover ook geen opheldering gevraagd aan de BV;
f. De accountant heeft zich onvoldoende gerealiseerd dat hij, ondanks dat de opdracht is gegeven door Holding C/de BV, toch een bijzondere verantwoordelijkheid jegens de broer had. Daarmee heeft hij het objectiviteitsbeginsel geschonden.

Accountant had geen opdrachtrelatie met de broer

De Accountantskamer heeft de verschillende klachtonderdelen apart behandeld. Wat betreft onderdeel a heeft de Accountantskamer geoordeeld dat de accountant geen opdrachtrelatie had met de broer. Daarnaast heeft Holding C en de BV de accountant meermaals verboden de jaarrekeningen aan hem beschikbaar te stellen. De accountant valt op dit punt niets te verwijten.

Onderdeel c wordt ook ongegrond verklaard door de Accountantskamer. De accountant had geen opdrachtrelatie met de broer en hij diende dan ook niet op de hoogte gesteld te worden van de boekingen tussen de BV en Holding C.

Accountantskamer: accountant heeft vakbekwaamheids- en zorgvuldigheidsbeginsel geschonden

Klachtonderdelen d en e acht de accountantskamer wel gegrond. De accountant was bekend met de additionele planvoorbereidingskosten van ruim 2,4 miljoen euro en diende daarvan dan ook melding te doen in de jaarrekening 2013. De accountant heeft dit echter nagelaten. Ook het niet verantwoorden van het weglaten van de renteopbrengsten in de exploitatieoverzichten is onrechtmatig, aldus de accountantskamer. Zonder de toelichting bestond er een mogelijkheid dat de overzichten, ten onrechte, de indruk wekten dat er geen rentebaten waren gerealiseerd. De accountant heeft hierdoor het vakbekwaamheids- en zorgvuldigheidsbeginsel geschonden.
Klachtonderdeel b heeft geen zelfstandige betekenis in het licht van de overige klachtonderdelen. Dit geldt ook deels voor f, nu deze klacht ook deels verjaard is.

De Accountantskamer verklaart de klachtonderdelen d en e gegrond en legt de maatregel van berisping op aan de accountant.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Accountantskamer.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u een geschil met uw accountant over de vraag of hij/zij de benodigde vakbekwaamheid, zorgvuldigheid en deskundigheid in acht heeft genomen bij de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden? Heeft uw accountant uw opdrachten niet naar behoren uitgevoerd? En heeft u als gevolg daarvan schade geleden? Neem dan contact op met een van de gespecialiseerde advocaten van Zorgplicht Advocaten.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

Laatste Tweets