Uitspraak: Administratiekantoor moet 500.000 euro betalen voor fout

Twee zoons hebben na het overlijden van moeder aandelen gekregen in het familiebedrijf. Het administratiekantoor dat al jaren de loonadministratie en de aangiften omzetbelasting en vennootschapsbelasting verzorgt wordt ingeschakeld. Er wordt een vaste vergoeding per maand overeengekomen. Ook is een aantal keer de IB-aangifte verzorgd. Na het overlijden van moeder heeft het administratiekantoor de IB-aangifte geregeld en de aangifte erfbelasting ingediend.

Op enig moment bestaat er een geschil met de Belastingdienst. In de aangifte over de vererfde aandelen zou ten onrechte niet de vervreemdingswinst zijn aangegeven. Ook is in de aangifte erfbelasting ten onrechte geen beroep gedaan op de BOR.

Bij de rechter wordt een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin is vastgesteld dat sprake was van kwalificerend ondernemingsvermogen bij het familiebedrijf. De aanslag IB/PVV over 2014 is daarmee verlaagd. De Belastingdienst is verzocht om de BOR toe te passen. Dit verzoek is echter afgewezen. Daarom moeten de broers een bedrag van ruim 450.000 euro aan de ficus betalen.

De broers zijn het hier niet mee eens en besluiten beslag te laten leggen op onroerende zaken en op rekeningen van zowel de vennoot als het administratiekantoor. Bij de rechter wordt de betaalde belasting teruggeëist en de kosten die aan het administratiekantoor zijn betaald. Volgens de broers zou het administratiekantoor tekort zijn geschoten in de zorg die een goed opdrachtnemer moet betrachten.

Het administratiekantoor stelt dat slechts sprake was van een overeenkomst van opdracht op grond waarvan de administratie van het dochterbedrijf werd verzorgd. Er zou geen overeenkomst van opdracht zijn met de broers. Volgens het kantoor zou eerder sprake zijn van een vriendendienst waarvoor niet is betaald. Ook wordt bestreden dat geen beroep op de BOR is gedaan dan wel voor de hand lag. Met deze complexe materie is het kantoor immers niet bekend. De broers hadden door de notaris ingelicht moeten worden, aldus het kantoor.

Oordeel rechter

Het argument van de vriendendienst gaat niet op. De vennoot heeft ermee ingestemd om de aangifte IB/PVV en de aangifte erfbelasting te doen. Dit was na afloop van een bespreking met een notaris over de erfenis van moeder. Daarom is in zijn professionele hoedanigheid gehandeld. Ook zijn er geen aanwijzingen voor een vriendendienst. Er is slecht enkele malen in privétijd contact geweest met de broers dan wel hun ouders. Dit maakt niet dat de relatie daarom niet zakelijk van aard zou zijn.

Ook mist een onderbouwing dat de BOR mogelijk zou zijn aangevraagd. Naar aanleiding van de uitlatingen blijkt niet dat de vennoot op de hoogte was van de BOR. Daarom wordt ervan uitgegaan dat de aanvraag niet is gedaan. De fout kan het kantoor worden aangerekend.

Het kantoor moet ruim een 500.000 euro betalen aan de twee broers die de aandelen hebben geërfd. Het feit dat mogelijk sprake is van een vriendendienst doet daar niets aan af. Als een opdrachtnemer niet de deskundigheid bezit, moet hij een opdracht niet aanvaarden.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Joost Papeveld

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant