Uitspraak: Beroepsgeheim accountant is afhankelijk van de omstandigheden van het geval

Betrokkenen zijn verbonden aan A accountants en belastingadviseurs. Y2 is één van de beleidsbepalers van het kantoor. Y1 heeft bij de jaarrekening 2014 van de door de gemeente opgerichte Stichting B, een beoordelingsverklaring afgegeven.

B beheert in opdracht van de gemeente accommodaties. Deze verhuurt zij aan maatschappelijke organisaties, particulieren en bedrijven. Voor het beheer ontvangt B een jaarlijkse subsidie van de gemeente.

Klager is registeraccountant en richt zich op oneerlijke concurrentie die ontstaat doordat de gemeente via de Stichting B ruimtes verhuurt aan als ‘stichting’ vermomde ondernemers, met gebruik van gemeenschapsgelden en met een forse korting op de normale huurprijzen. In een mail aan Y1 stelt klager dat stichting B ten onrechte over de periode 2009 tot en met 2014 geen vennootschapsbelasting heeft betaald.

Na telefonisch overleg op 4 januari 2016 heeft Y2 aan klager laten weten een gesprek met hem te willen aangaan, op voorwaarde dat B hiervan op de hoogte is en hiermee heeft ingestemd en wel omdat hij risico’s voorziet ten aanzien van zijn onafhankelijkheid en objectiviteit. Klager heeft Y2 vervolgens geantwoord er geen enkel bezwaar tegen te hebben dat Y2 B van een en ander op de hoogte stelt en toestemming vraagt, maar dat hij zelf niet het initiatief neemt om B op de hoogte te stellen.

De klacht

Betrokkenen hebben volgens klager gehandeld in strijd met het algemeen belang en met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep. Deze klacht is gebaseerd op de volgende verwijten:

  • Y1 heeft ten onrechte een positieve beoordelingsverklaring bij de jaarrekening 2014 van B gegeven, omdat door B geen aangifte vennootschapsbelasting is gedaan en hij over het hoofd heeft gezien dat B belastingplichtig is voor de vennootschapsbelasting, waardoor de forse belastingschuld van B sinds de oprichting in 2009 niet in de jaarrekening is opgenomen;
  • Y1 heeft de onafhankelijke uitvoering van de beoordelingsopdracht onvoldoende gewaarborgd, omdat hij de jaarrekening 2014 heeft samengesteld en beoordeeld;
  • Y2 was niet bereid om de fout in de jaarrekening 2014 te herstellen.

Ter onderbouwing van het verwijt dat Y1 ten onrechte een positieve beoordelingsverklaring heeft afgegeven, heeft klager naar voren gebracht dat B te kwalificeren is als een onderneming en in concurrentie treedt met andere ondernemers. Omdat het nettoresultaat over 2014 € 81.540,- bedraagt en over 2013 € 111.040,-, komt B volgens klager niet in aanmerking voor vrijstelling van de heffing van de vennootschapsbelasting.

Schending van fundamentele beginselen

Vanwege het ontbreken van toestemming voor het geven van informatie stelt betrokkene zich niet inhoudelijk te kunnen verweren tegen de klacht. De Accountantskamer overweegt met betrekking tot het beroepsgeheim dat deze niet absoluut is. Maar of en in hoeverre de accountant in het kader van tuchtrechtspraak gehouden is (ook zonder toestemming van zijn cliënt) alle gegevens te openbaren en/of alle bescheiden in te brengen die in verband kunnen worden gebracht met de klacht, is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval.

Volgens de Accountantskamer heeft Y1 zijn standpunt dat B niet belastingplichtig is onvoldoende gemotiveerd. In dit verband is het de Accountantskamer ook opgevallen dat in de toelichting bij de jaarrekening 2014 een passage over de vennootschapsbelastingplicht ontbreekt. Niet gebleken is dat betrokkene heeft aangedrongen op het opnemen van een dergelijke passage. Betrokkene heeft hierdoor blijk gegeven van een onvoldoende professioneel kritische instelling. Dat levert een schending van het fundamentele beginselen vakbekwaamheid en zorgvuldigheid op. Het eerste klachtonderdeel wordt dan ook gegrond verklaard.

Verdere beoordeling

Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel heeft Y1 aangevoerd dat hij weliswaar de eindverantwoordelijke was voor de samenstelwerkzaamheden, maar dat deze werkzaamheden beperkt waren tot het overzetten van de administratie van B in een financieel overzicht, en dat Y2 een review heeft uitgevoerd van de samenstellingswerkzaamheden. Deze review is een maatregel die de onafhankelijke uitvoering van de beoordelingsopdracht waarborgt. Het tweede klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.

Ook het derde klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard. De Accountantskamer acht het namelijk niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat Y2 klager heeft verwezen naar B om van die stichting uitsluitsel te verkrijgen over haar belastingplicht of om aan haar te verzoeken Y1 toestemming te verlenen om aan klager de benodigde gegevens of inlichtingen te verstrekken.

Alleen het eerste klachtonderdeel wordt dus gegrond verklaard. Aan Y1 wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd. De klacht gericht tegen Y2 wordt ongegrond verklaard.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u een geschil met uw accountant over de vraag of hij/zij de benodigde vakbekwaamheid, zorgvuldigheid en deskundigheid in acht heeft genomen bij de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden? Heeft uw accountant uw opdrachten niet naar behoren uitgevoerd? En heeft u als gevolg daarvan schade geleden? Neem dan contact op met een van de gespecialiseerde advocaten van Zorgplicht Advocaten.

Monique Ebben

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Jamiro van de Wiel

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant