De woning van meneer A is door een gerechtsdeurwaarder ontruimd. Deze ontruiming is vooraf aan meneer A medegedeeld en meneer A was ook zelf aanwezig bij de ontruiming. Daarnaast is hij ook nog in de gelegenheid gesteld om zijn spullen uit de woning te halen. Er zijn volgens de gerechtsdeurwaarder geen zaken in beslag genomen of meegenomen. Meneer A ziet dit anders. Toen meneer A zijn spullen ging ophalen bij de gemeentelijke opslag zag hij dat er door toedoen van de gerechtsdeurwaarder diverse waardevolle zaken verdwenen en/of beschadigd. Hij heeft de gerechtsdeurwaarder hier een brief over geschreven. De gerechtsdeurwaarder heeft niet gereageerd op deze brief.

Gerechtsdeurwaarder heeft geen zorgplicht ten aanzien van de ontruimde boedel

De voorzitter heeft de klacht van meneer A als volgt beoordeeld. Meneer A is als huurder, en dus eigenaar van de inboedel, de eerst aangewezen persoon om de aan de openbare weg geplaatste inboedel af te voeren en op te slaan. De gerechtsdeurwaarder kan niet worden gedwongen om de inboedel af te voeren of op te slaan. De taak van de gerechtsdeurwaarder eindigt volgens de wet met het aan de openbare weg plaatsen van de inboedel. Ook de gemeente kan niet tot afvoer en opslag worden verplicht. Dit wordt echter wel vaak gedaan. De gerechtsdeurwaarder heeft volgens de voorzitter enkel een zorgplicht voor de inboedel tijdens de ontruiming. Indien de ontruiming is voltooid heeft de gerechtsdeurwaarder geen zorgplicht meer voor de ontruimde boedel.

Wat betreft de brief is de voorzitter van mening dat de gerechtsdeurwaarder niet op deze brief hoefde te reageren. De brief verwijst volgens de gerechtsdeurwaarder slechts naar een eerder gesprek tussen hem en meneer A. Daarnaast is er geen klacht vermeld in de brief, aldus de gerechtsdeurwaarder. Na het verzenden van de brief heeft er nog een telefoongesprek plaats gevonden tussen meneer A en de gerechtsdeurwaarder. Al deze omstandigheden samen leiden volgens de voorzitter tot de conclusie dat meneer A voldoende adequaat is geïnformeerd en dat de gerechtsdeurwaarder daarom niet op zijn brief hoefde te reageren.

Kamer: enkel telefonisch reageren op brief debiteur is niet voldoende

Meneer A is in verzet gegaan tegen de beslissing van de voorzitter. De Kamer voor Gerechtsdeurwaarders (hierna: “de Kamer”) is van oordeel dat de beslissing van de voorzitter in stand kan blijven behalve het onderdeel wat ziet op de brief die meneer A verstuurd heeft. De Kamer oordeelt dat de gerechtsdeurwaarder met enkel een telefonische reactie niet voldoende adequaat heeft gereageerd op de brief van meneer A. Meneer A beheerst de Nederlandse taal onvoldoende en mede daardoor had de gerechtsdeurwaarder niet mogen volstaan met het geven van een telefonische uitleg. De Kamer verklaart het verzet daarom gegrond. Zij ziet echter geen aanleiding tot het opleggen van een maatregel.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Kamer voor Gerechtsdeurwaarders

Zorgplicht advocaten

Heeft u ook een geschil met een gerechtsdeurwaarder? Neem dan hier vrijblijvend contact met ons op. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben ruime ervaring met het procederen tegen banken, verzekeraars en vermogensbeheerders alsmede tussenpersonen en/of overige dienstverleners.

Zie ook vergelijkbare uitspraak:

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant