Handelen van accountant dusdanig ver verwijderd van accountantswerkzaamheden dat geen sprake is van een zorgplicht

A is statutair bestuurder en enig aandeelhouder van DFA. De controle en de jaarrekening werden sinds 2007 door PWC verzocht. B was tot juli 2011 een van de partners van PWC. Een Costa Ricaanse vennootschap (E) heeft in april 2005 grond aangekocht in Costa Rica. X was de directeur van E en ook statutair bestuurder van F. F is een onderneming die 66% van de aandelen in E heeft. Ook G was sinds 2006 aandeelhouder van E.

X heeft op enig moment aan de directeur van een Costa Ricaans taxatiebedrijf gevraagd om een “betrouwbare en deels bestuurbare” taxateur en accountant. G heeft A geïnformeerd over de mogelijkheid om te investeren in E. DFA heeft er toen voor gekozen om 26% van de aandelen in E van F over te nemen tegen een bedrag van bijna 100.000 euro. Dit bedrag werd betaald om het kapitaal van E sterker te maken.

A, E en G hebben in 2007 besloten om de Verenigde Costaricaanse Compagnie B.V. (VCC) op te richten. De VVC zou percelen kopen die grenzen aan de percelen van E. De jaarstukken van E zijn altijd door een Costaricaans accountantskantoor opgesteld. F heeft meermaals taxatierapporten overlegd waaruit een stijging van de waarde van de percelen kan worden opgemaakt.

In 2008 zijn de VCC en E gefuseerd, waardoor de VCC alle aandelen in E verkreeg. In 2010 bleek echter dat de waarde van de percelen aanzienlijk lager lag dan dat in de taxatierapporten werd gesteld. A heeft tijdens een vergadering het vertrouwen in X opgezegd. In 2011 heeft PWC aan G laten weten dat hij wordt ontheven van zijn verantwoordelijkheden als accountant van DFA.

Hoger beroep

In eerste aanleg zijn alle vorderingen afgewezen. In hoger beroep is aangevoerd dat het handelen zo ver verwijderd is van de werkzaamheden die PWC heeft verricht voor DFA, dat niet kan worden gesteld dat G zijn werkzaamheden heeft uitgevoerd ten aanzien van PWC. De handelen van G zijn niet gedaan in de hoedanigheid van accountant. Dat sprake was van extra vertrouwen omdat G een accountant was, maakt niet dat sprake is van een bijzondere zorgplicht. Dit geldt ook ten aanzien van de grondaankopen die zijn gedaan.

Het handelen zou mogelijk onrechtmatig zijn als aan de vereisten van de onrechtmatige daad kan worden voldaan (6:162 BW). Om dit aannemelijk te achten is onvoldoende gesteld. Uit de informatie die voorhanden is blijkt niet dat G wetenschap had van de malversaties ten aanzien van de taxatie van de percelen.

Het handelen van de accountants is zo ver verwijderd van de normale werkzaamheden van een accountant, dat deze niet een bijzondere zorgplicht omhelzen. Ook kan niet worden gesteld dat de accountant op enige wijze aansprakelijk kan zijn (op grond van 6:171 BW). het hof bekrachtigd de uitspraak van de rechter in eerste aanleg.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant