Uitspraak: Klaagster kan niet aannemelijk maken dat makelaar tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld

Op 17 augustus 2007 heeft klaagster aan beklaagde 2 een zoekopdracht voor een huurwoning verleend. Op 1 januari 2008 heeft zij een woning aan de B-straat gehuurd. Per 1 januari 2016 is klaagster de woning aan de W-straat gaan bewonen p basis van een huurovereenkomst.

De klacht

Klaagster stelt dat zij:

  • Bij de totstandkoming van de huurovereenkomst voor de woning aan de B-straat een bedrag van € 10.000,= aan sleutelgeld heeft moeten betalen;
  • Bij de totstandkoming van de huurovereenkomst voor de woning aan de W-straat slachtoffer is geweest van een poging tot vergiftiging door beklaagde 1;
  • Bij ondertekening van de huurovereenkomst voor de woning aan de W-straat haar eigen bankrekeningnummer had ingevuld, maar dat beklaagde 2 desondanks zijn bankrekeningnummer heeft ingevuld.

De beoordeling

Het eerste klachtonderdeel is niet-ontvankelijk. In beginsel houdt de Raad een verjaringstermijn van maximaal vijf jaren aan, te rekenen vanaf het plaatsvinden van de gewraakte handeling. Gelet op de tijd die verstreken is tussen het beweerdelijke handelen van beklaagden in 2008 en het indienen van de klacht in 2020, waarvoor klaagster geen redelijke verklaring heeft verschaft, trekt de Raad de conclusie dat de termijn waarbinnen een klacht moet worden ingediend is overschreden.

Wat betreft de inhoudelijke beoordeling van het tweede klachtonderdeel merkt de Raad allereerst op dat beklaagde 1 bevestigt dat hij klaagster zogeheten “Bach-druppels” heeft doen toekomen uit medelijden gelet op haar geestelijke problemen en hij haar graag wilde helpen. Uit ambtshalve onderzoek van de Raad is gebleken dat het hier een zogeheten voedingssupplement betreft. Klaagster betwist dit en stelt wat zij wél heeft ontvangen te hebben weggegooid. Zij kan hierdoor niet meer bewijzen dat wat beklaagde 1 haar heeft doen toekomen haar gezondheid heeft aangetast. Het tweede klachtonderdeel is daarom ongegrond.

Ook het derde klachtonderdeel is ongegrond. Beklaagde 1 bestrijdt bij de totstandkoming van het huurcontract betrokken te zijn geweest. Partijen verschillen van mening over de feitelijke gang van zaken. De Raad heeft derhalve niet kunnen vaststellen dat in strijd met enige regel van de NVM is gehandeld.

De beslissing

De raad verklaart de klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een makelaar, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van de makelaar. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de tuchtrechter of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant