Uitspraak: Koper versus makelaar in geschil over zorgplicht

Deze zaak betreft een hoger beroep bij het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. De zaak draait om een geschil tussen [appellant], de koper, en [geïntimeerde], een makelaar/hypotheekadviseur, in verband met de aankoop van een woning. De koper stelt dat de makelaar zijn zorgplicht heeft geschonden. Ofwel de plicht van een makelaar om als een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot te handelen.

De koopovereenkomst

Tussen [appellant] als koper en [persoon A] als verkoper is een koopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot de verkoop van een woning. [Geïntimideerde] trad in opdracht van [persoon A] op als verkoopmakelaar. [Appellant] heeft [geïntimideerde] op enig moment als hypotheekadviseur ingeschakeld om hem bij te staan bij het verkrijgen van een hypothecaire financiering voor de aankoop van de woning.

De koopovereenkomst tussen [appellant] en [persoon A] bevatte ontbindende voorwaarden met betrekking tot de financiering. Samengevat stond er in deze voorwaarden dat wanneer een van de partijen gedurende acht dagen in gebreke blijft na een schriftelijke ingebrekestelling, de andere partij het recht heeft om de koopovereenkomst zonder rechterlijke tussenkomst te ontbinden. Bij ontbinding vanwege een toerekenbare tekortkoming, moet de nalatige partij een boete van tien procent van de koopsom betalen. Daarnaast kan de koper de overeenkomst ontbinden als voor een bepaalde datum de financiering voor de onroerende zaak niet is geregeld. Ten slotte heeft de verkoper het recht om de overeenkomst te ontbinden indien voor diezelfde datum er nog geen getekende koopovereenkomst ligt voor zijn huidige woning.

Verzoek tot uitstel

Per e-mail heeft [appellant] aan [geïntimeerde] verzocht om de data voor de ontbindende voorwaarden en de overdracht van de woning te verschuiven vanwege een onvoorziene kwestie. [Geïntimeerde] heeft echter meegedeeld dat uitstel niet mogelijk was vanwege de emigratie van [persoon A], en dat de financiering op tijd kon worden verkregen.

Na de verstreken datum voor financiering heeft er geen levering van de woning plaatsgevonden, omdat [appellant] de koopsom niet op de derdengeldenrekening van de notaris had gestort. [Persoon A] stelde [appellant] in gebreke en ontbond de koopovereenkomst, waarbij zij een boete van €25,000 opeiste. [Appellant] betaalde deze boete niet. [Appellant] stelde namelijk dat [geïntimeerde] zijn zorgplicht had geschonden als makelaar/hypotheekadviseur.

De tekortkomingen

[Appellant] maakte [geïntimeerde] drie verwijten waardoor hij toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichting, en hiermee zijn zorgplicht heeft geschonden. Ten eerste stelde [appellant] dat [geïntimeerde] nalatig was in het waarschuwen voor financieringsrisico’s. Ten tweede zou [geïntimideerde] zich onvoldoende hebben ingespannen om de financiering rond te krijgen. En ten derde zou sprake zijn belangenverstrengeling aan de kant van [geïntimeerde].

Beoordeling van de rechter

Het gerechtshof oordeelde echter dat [geïntimeerde] niet tekort was geschoten in zijn zorgplicht en wees de vorderingen van [appellant] af. De rechter motiveerde zijn oordeel als volgt. Ten eerste slaagt het verwijt van [appellant] waarin hij stelt dat [geïntimideerde] nalatig was in het waarschuwen voor financieringsrisico’s niet. [Appellant] had zelf al kennis van de risico’s van het financieringsproces en was zich bewust van de situatie. Ook kon hij de ontbindende voorwaarde met betrekking tot financiering inroepen als dat nodig was.

Ook het tweede verwijt van [appellant] slaagt niet. Reden hiervoor was dat [appellant] niet kon bewijzen dat [geïntimeerde] nalatig was bij het indienen van financieringsstukken. Bovendien heeft [appellant] niet aangetoond dat financiering mogelijk was als [geïntimeerde] anders had gehandeld.

Tenslotte gaat de rechter ook niet mee in het derde verwijt van [appellant]. De gedragingen van [geïntimeerde] waren een onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat er sprake zou zijn van belangenverstrengeling. Daarnaast was er voor [geïntimeerde] zelf geen eigen belang mee gemoeid. Van handelen van [geïntimeerde] in strijd met artikel 6 van de NVM-gedragscode is, anders dan [appellant] stelt, ook geen sprake.

Concluderend oordeelde het Gerechtshof dus dat [geïntimeerde] niet is tekortgeschoten in de nakoming van zijn zorgplicht.

Klik hier voor de volledige uitspraak van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u het vermoeden dat uw makelaar zijn zorgplicht schendt of heeft u verdere vragen over de zorgplicht van de makelaar? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Jamiro van de Wiel

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Jamiro van de Wiel

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant