notaris

Klaagster verwijt de notaris dat hij bij de behandeling van de nalatenschap van haar moeder onjuist en onzorgvuldig heeft gehandeld. Door zijn handelen heeft de notaris grote onenigheid binnen de familie veroorzaakt. Gerechtshof Amsterdam oordeelt de klacht deels gegrond.

Procesverloop

In 1983 is door elk van de ouders van klaagster een testament opgemaakt inhoudende een ouderlijke boedelverdeling. In het testament is toen een legaat opgenomen van een woning ten behoeve van de broer van klaagster. In 1998 overlijdt vader. In 1999 wordt broer tegen inbreng van de agrarische waarde eigenaar van de boerderij. In 2020 overlijdt moeder.

In december 2020 is de notaris benaderd voor het opstellen van een akte van erfrecht. Daartoe zijn door de notaris de kinderen in kennis gesteld van het testament van hun ouders. Bij brief van 29 januari 2021 heeft de notaris de kinderen een (concept) verklaring van aanvaarding en boedelvolmacht toegestuurd. Op 10 maart 2021 heeft klaagster de verklaring van aanvaarding en boedelvolmacht ondertekend.

Op 21 maart 2021 hebben de erfgenamen gestemd wie de woning van moeder zou overnemen. De kinderen gingen op dat moment ervan uit dat die woning onderdeel uitmaakte van de door hen te verdelen nalatenschap van hun moeder. Voorafgaand aan de stemming is aan broer de gelegenheid geboden de woning tegen de getaxeerde marktwaarde over te nemen. De broer heeft daarvan op dat moment afgezien, waarna bij stemming bepaald is dat dochter de woning zou over nemen. Op 30 maart heeft de notaris de verklaring van erfrecht afgegeven. De broer heeft te kennen gegeven dat hij het legaat aanvaardt en de woning tegen de agrarische waarde wil overnemen.

Het verwijt van klaagster

Het verwijt is ingediend tegen de beslissing van de Kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 24 januari 2022.

Klaagster verwijt de notaris in het inleidend klaagschrift het navolgende:

1) De notaris heeft klaagster te laat, pas na de ondertekening van de verklaring van aanvaarding en de boedelvolmacht en ook overigens op onjuiste wijze geïnformeerd over het legaat in het testament van haar moeder;

2) De notaris had gegeven de omstandigheden de verklaring van erfrecht niet zonder meer kunnen afgeven;

3) De notaris is verantwoordelijk voor het ontstaan van grote onenigheid binnen de familie;

4) De notaris heeft ongevraagd uitleg gegeven over het legaat in het testament van haar moeder.

Het verweer van de notaris

Klachtonderdeel 1

De notaris voert aan dat hij uitsluitend opdracht had gekregen om een verklaring van erfrecht op te stellen. In dat kader constateert hij alleen wie de erfgenamen zijn en of de betreffende erfgenamen al dan niet zuiver willen aanvaarden. Op de omvang van de nalatenschap wordt dan doorgaans niet te veel ingegaan. Het spijt de notaris dat het legaat niet eerder ter sprake is gekomen maar klaagster had hier ook zelf kennis van kunnen nemen.

Klachtonderdeel 2

De notaris brengt naar voren dat hij het legaat weliswaar eerder ter sprake had moeten brengen maar dat dit geen reden was om nadat hij alle hiervoor benodigde stukken had binnengekregen niet over te gaan tot afgifte van de verklaring van erfrecht.

Klachtonderdeel 4

De notaris voert als verweer dat hij uitsluitend melding heeft gemaakt van het feit dat er een legaat was. Uit hoofde van zijn notariële verantwoordelijkheid is hij ook hiertoe verplicht. De notaris heeft zich niet uitgelaten over de vraag of moeder dit legaat überhaupt gewild zou hebben. De notaris heeft meermaals aan de familie uitgelegd hoe met dit legaat kan worden omgegaan.

De beoordeling van het Gerechtshof

Klachtonderdeel 1

Naar het oordeel van het hof brengt de in acht te nemen zorgvuldigheid mee dat de notaris klaagster in een tijdig stadium wijst op het in het testament opgenomen legaat. Dit legaat kan immers van betekenis zijn voor de omvang van de nalatenschap en dus voor de afwikkeling daarvan In verband met het feit dat klaagster nog een keuze diende uit te brengen of zij de nalatenschap al dan niet zuiver wenste te aanvaarden had zij er belang bij dat zij vóór het maken van deze keuze erop wordt geattendeerd dat haar moeder in haar testament een legaat heeft gemaakt. Dit beïnvloedt immers de omvang van de nalatenschap.

De notaris hoeft overigens niet zelf een onderzoek te doen naar de omvang van de nalatenschap, maar moet de erfgenamen wel wijzen op de mogelijkheden van beneficiaire aanvaarding en verwerping in het geval de omvang van de nalatenschap niet duidelijk is of negatief is. Ook zonder nader onderzoek naar de omvang van de nalatenschap kon de notaris bekend zijn met het legaat en had hij de erfgenamen onder wie klaagster daarop in een tijdig stadium moeten attenderen. Klachtonderdeel 1 is daarmee gegrond.

Klachtonderdeel 2

De kamer heeft in de bestreden beslissing dit klachtonderdeel gegrond verklaard. De kamer heeft overwogen dat het de notaris duidelijk was geworden dat de kinderen ten tijde van het afgeven van de verklaring van zuivere aanvaarding en de boedelvolmacht niet op de hoogte waren van het nog steeds bestaan van het legaat en de gevolgen daarvan voor de nalatenschap. Door dit na te laten heeft de notaris onzorgvuldig gehandeld. Met de kamer is het hof van oordeel dat dit verwijt terecht is voorgesteld. Ook klachtonderdeel 2 is daarmee gegrond.

Klachtonderdeel 3

Het verwijt van klaagster dat de notaris verantwoordelijk is voor de ontstane conflicten binnen haar familie is ongegrond. De notaris heeft klaagster en de overige erfgenamen alsnog gewezen op het bestaan van het legaat. Dat er vervolgens onenigheid is ontstaan over de uitleg en de afgifte van dit legaat kan niet aan de notaris worden toegerekend.

Klachtonderdeel 4

Nadat de erfgenamen opdracht hadden gegeven aan de notaris om de woning toe te delen aan de zuster van klaagster heeft een medewerker van de notaris een bericht gestuurd. Anders dan klaagster stelt is het hof dan ook van oordeel dat de notaris het legaat niet ongevraagd heeft uitgelegd. In het kader van zijn (nieuwe) opdracht om de woning aan de zuster van klaagster toe te delen kon de notaris niet anders dan alsnog melding maken van dit legaat; het zou tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn geweest als hij dit niet had gedaan. Klachtonderdeel 4 is daarmee ongegrond.

Beslissing

Uit het voorgaande volgt dat de klachtonderdelen 1 en 2 gegrond zijn en de klachtonderdelen 3 en 4 ongegrond. De gegronde klachtonderdelen, die nauw samenhangen, zijn voor het hof aanleiding om een maatregel op te leggen. Het hof acht, evenals de kamer, de maatregel van waarschuwing in dit geval passend en geboden. De notaris heeft weliswaar kenbaar gemaakt dat hij zijn standaard werkwijze naar aanleiding van deze klacht heeft aangepast, maar dat laat onverlet dat hij in dit geval onzorgvuldig heeft gehandeld.

Hier kunt u de gehele uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam lezen.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant