Uitspraak: Onvoldoende advisering en niet tijdig informeren over verzekering door assurantiepersoon

In deze zaak heeft de Geschillencommissie Kifid geoordeeld over de zorgplicht van een tussenpersoon met betrekking tot een verzekering. De tussenpersoon wordt beschuldigd van het schenden van zijn zorgplicht door onvoldoende advisering en het niet tijdig informeren van de consument.

De verzekering

Na advies van loondienstagent H., werkzaam bij de verzekeraar, heeft de consument op 14 december 1999 een beleggingsverzekering met de naam Variabel Investeringsplan (VIP) afgesloten. Dit product betreft een universal life verzekering. Bij de totstandkoming van de verzekering is een persoonlijk hypotheekadvies, een offerte en de voorwaarden van de verzekering aan de consument verstrekt.

In 2001 verliet H. de verzekeraar en startte als zelfstandig tussenpersoon via een besloten vennootschap (hierna: voorganger van de tussenpersoon). Tot juni 2010 was deze vennootschap beheerder van de verzekering. In juni 2010 trok H. zich terug en zette zijn beroep voort via een nieuw opgerichte tussenpersoon, die de verzekering beheerde tot september 2011.

Op 16 december 2006 nam de consument contact op met de voorganger van de tussenpersoon, uit bezorgdheid over de waardeontwikkeling van de VIP die niet aan zijn verwachtingen voldeed. H. stuurde de consumentenbrief door naar de verzekeraar, die aangaf dat de consument contact moest opnemen met de tussenpersoon.

Na het antwoord van de verzekeraar stelde de consument in maart 2007 aanvullende vragen aan H., die de vragen opnieuw doorgestuurd heeft naar de verzekeraar. In 2007 had de consument nog enkele keren contact met H. Toen de verzekering in beheer was bij de tussenpersoon, informeerde de consument de tussenpersoon op 27 februari 2011 dat hij het niet eens was met de geboden compensatie door de verzekeraar. De tussenpersoon stuurde dit bericht door naar de verzekeraar.

Op 12 september 2011 verzocht de tussenpersoon de verzekeraar om een nieuwe assurantietussenpersoon aan te wijzen om de belangen van de consument te behartigen. De consument ontving een kopie van deze mail. Uiteindelijk werd de verzekering via de nieuwe assurantietussenpersoon omgezet naar een andere verzekering.

Onvoldoende advisering en niet tijdig informeren

De consument stelt dat de tussenpersoon zijn zorgplicht heeft geschonden. De tussenpersoon zou de consument onvoldoende hebben geïnformeerd over het risico dat de rendementsprognose niet gehaald zou worden bij het afsluiten van de beleggingsverzekering in 1999. Daarnaast heeft de tussenpersoon, ondanks diverse signalen en vragen van de consument, de consument niet adequaat geïnformeerd over het niet behalen van het beoogde doelkapitaal. In plaats daarvan verwezen de tussenpersoon en de verzekeraar telkens naar elkaar. De consument is dus, ondanks dat hij zelf verschillende keren daarom heeft gevraagd, niet (goed) geadviseerd door de tussenpersoon. Tot slot is de consument niet te spreken over de eenzijdige opzegging door de tussenpersoon. De consument is nooit zelf geïnformeerd door de tussenpersoon dat de adviesrelatie werd opgezegd, maar moest dit vernemen van de verzekeraar.

Verweer

De tussenpersoon verweert zich door aan te geven dat hij de portefeuille van de consument slechts gedurende 19 maanden in beheer heeft gehad. De verzekering was oorspronkelijk afgesloten bij de verzekeraar, toen H. nog in loondienst was bij de verzekeraar. Gedurende die 19 maanden heeft de tussenpersoon de consument bijgestaan en diens vragen beantwoord.

In de periode van 2001 tot 2010 werkte H. bij de voorganger van de tussenpersoon, maar had geen beheer over de verzekering van de consument. Na beëindiging van dat dienstverband richtte H. de tussenpersoon op. Bij de beëindiging van zijn dienstverband kreeg de tussenpersoon de portefeuille, waaronder de verzekering van de consument, in beheer. De tussenpersoon had geen invloed op de compensatie door de verzekeraar aan de consument, die buiten zijn bemiddeling om plaatsvond. De tussenpersoon stelt alles binnen zijn macht te hebben gedaan om de consument goed te adviseren en nodigde hem zelfs uit voor een gesprek tijdens de Kifid-procedure, maar er werd geen overeenstemming bereikt tussen de partijen.

Zorgplicht van een assurantiepersoon

De commissie moet beoordelen of de tussenpersoon zijn zorgplicht jegens de consument heeft geschonden vóór het afsluiten van de verzekering of gedurende de looptijd ervan. Volgens artikel 7:401 van het Burgerlijk Wetboek is de tussenpersoon verplicht de zorg van een redelijk bekwaam en handelend beroepsgenoot te betrachten. Dit omvat het beschikken over deskundigheid, het behartigen van financiële belangen en zorgvuldige advisering, waarbij de tussenpersoon moet waken over de belangen van de verzekeringnemers en tijdig opmerkzaam moet maken op bekende of redelijkerwijs bekend behorende feiten. De zorgplicht van de assurantietussenpersoon geldt niet alleen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst maar vergt een voortdurende bemoeienis door de assurantietussenpersoon met de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen. Een assurantietussenpersoon mag dus in beginsel niet stil blijven zitten wanneer hij tijdens de looptijd van de tot zijn portefeuille behorende verzekeringen kennisneemt van feiten of omstandigheden die meebrengen dat de door hem beheerde verzekeringen mogelijk aanpassing behoeven.

Advies vóór het afsluiten van de verzekering

De commissie stelt ten eerste vast dat de tussenpersoon niet aansprakelijk is voor adviesfouten vóór het afsluiten van de verzekering in 1999, omdat H. destijds in loondienst was bij de verzekeraar. Hij was dus niet als zelfstandig assurantietussenpersoon werkzaam. Vanwege het dienstverband bij de verzekeraar kunnen de handelingen die H. als werknemer van een verzekeraar heeft uitgevoerd niet worden toegerekend aan de tussenpersoon. Eventueel gemaakte adviesfouten komen dan voor rekening van de werkgever-verzekeraar.

Zorgplicht tijdens de looptijd van de verzekering

Voordat de vraag beantwoord kan worden of tijdens de looptijd van de verzekering fouten zijn gemaakt, moet de vraag worden beantwoord vanaf wanneer de tussenpersoon aansprakelijk is voor eventueel gemaakte adviesfouten tijdens de looptijd van de verzekering. De tussenpersoon is van mening dat dit vanaf juni 2010 is, gezien hij de verzekering toen pas in beheer kreeg. Volgens de consument is de tussenpersoon in ieder geval aansprakelijk vanaf 2001 toen de verzekering in beheer kwam bij de voorganger van de tussenpersoon.

De commissie stelt dat is gebleken dat de tussenpersoon het beheer over de verzekering heeft gekregen, toen deze aan de tussenpersoon is overgedragen als onderdeel van de beëindiging van het dienstverband van H. bij de verzekeraar. Hieruit begrijpt de commissie dat het beheer van de verzekering met alle rechten en plichten is overgegaan naar de tussenpersoon. H. heeft de portefeuille waartoe de verzekering van de consument behoorde met alle daartoe behorende rechten en verplichtingen meegenomen naar de tussenpersoon. Hierdoor is de tussenpersoon aansprakelijk voor eventueel gemaakte adviesfouten die de voorganger van de tussenpersoon maakte in de periode van 2001 tot juni 2010.

De commissie concludeert dat de tussenpersoon aansprakelijk is voor eventuele adviesfouten die de voorganger maakte in de periode van 2001 tot juni 2010. Met betrekking tot de periode vanaf 2001 tot het einde van de relatie tussen de partijen beoordeelt de commissie of de tussenpersoon zijn zorgplicht heeft geschonden. De consument heeft vanaf december 2006 herhaaldelijk vragen gesteld over de waardeontwikkeling van de verzekering en zijn zorgen geuit over het aflossen van zijn hypotheek. De tussenpersoon heeft echter voornamelijk als doorgeefluik gefungeerd, zonder adequaat advies te geven. Zelfs na juni 2010, toen de tussenpersoon de verzekering in beheer kreeg, ontbrak proactieve advisering, terwijl er voldoende aanleiding was voor de tussenpersoon om contact op te nemen met de consument. Daarom concludeert de commissie dat de tussenpersoon zijn zorgplicht heeft geschonden tijdens de looptijd van de verzekering.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Geschillencommissie Kifid.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u ook schade geleden als gevolg van een fout van uw assurantiepersoon of heeft u een geschil met uw assurantiepersoon over de vraag of hij/zij de benodigde vakbekwaamheid, zorgvuldigheid en deskundigheid in acht heeft genomen bij de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden? Neem dan contact met ons op.

Rob Silvertand

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Joost Papeveld

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant