Uitspraak: Zorgplicht van assurantiepersoon in het geding bij onverzekerde stormschade

In deze zaak staat de vraag centraal of Rabobank, als assurantiepersoon, haar zorgplicht heeft geschonden bij het adviseren en afsluiten van een Bedrijven Compact Polis (BCP) voor de onderneming van [appellant]. Het geschil ontstond nadat stormschade aan mestzakken niet bleek te zijn gedekt onder de verzekering, wat leidde tot een claim van [appellant] tegen Rabobank.

De verzekering

[Appellant] exploiteert een onderneming die sinds 2016 actief is met een nieuwe mestverwerkingsinstallatie. Deze mestverwerkingsinstallatie bevindt zich in een loods op het terrein van [appellant]. [Appellant] maakt voor haar onderneming gebruik van twee mestzakken. Dit zijn grote zakken waarin de aangevoerde mest wordt opgeslagen en gemend voor verwerking in de installatie. De zakken zijn ingegraven achter een dijk van zand.

Rabobank handelt als assurantiepersoon en heeft als zodanig bemiddeld bij het sluiten van een verzekeringsovereenkomst tussen [appellant] en een schadeverzekeringsbedrijf. Na meerdere gesprekken tussen [appellant] en de assurantiepersoon is door de assurantiepersoon een adviesrapport uitgebracht. Hierin in de risicobereidheid van [appellant] benoemd en een verzekering voor onder andere aansprakelijkheid en milieuschade geadviseerd. Het schadeverzekeringsbedrijf bracht hierop een offerte uit voor een Bedrijven Compact Polis (BCP), deze is ook afgesloten.

Op 10 maart 2019 veroorzaakte een zware storm schade aan een mestzak op het terrein van [appellant]. [Appellant] heeft deze schade gemeld bij het schadeverzekeringsbedrijf. Echter, op 14 maart informeerde de assurantiepersoon dat de mestzaken niet verzekerd waren onder de BCP. Ook het schadeverzekeringsbedrijf bevestigde dat de schade aan de mestzak niet gedekt was onder de BCP.

Klacht en verweer

[Appellant] stelt dat de Rabobank, als assurantiepersoon, toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen en hiermee haar zorgplicht heeft geschonden. [Appellant] houdt de assurantiepersoon aansprakelijk voor het feit dat de stormschade aan de mestzakken niet is verzekerd onder de BCP. Volgens [appellant] had Rabobank haar zorgplicht jegens [appellant] geschonden, niet enkel door niet te adviseren om de mestzakken onder de BCP te verzekeren, maar ook door er niet voor te zorgen dat de mestzakken tegen van buiten komend onheil waren verzekerd.

[Appellant] meent dat Rabobank niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Immers behoort het tot de taak van de assurantietussenpersoon om te adviseren en te begeleiden vóór, bij en na het tot stand komen van de verzekeringsovereenkomst. Daartoe behoort ook dat hij de verzekeringnemer tijdig opmerkzaam maakt op de gevolgen die hem bekend geworden feiten voor de dekking van tot zijn portefeuille behorende polissen kunnen hebben.

[Appellant] voert aan dat Rabobank de op haar rustende zorgplicht heeft geschonden door niet te adviseren de mestzakken tegen stormschade te verzekeren. Ze beweert dat ze expliciet heeft opgedragen om een passende verzekering te regelen en dat Rabobank niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam vakgenoot verwacht mocht worden. Ondanks een bespreking en het opstellen van een risicoprofiel, heeft de uiteindelijke polis niet de gewenste dekking geboden, hier kwam [appellant] pas achter op het moment dat het schadeverzekeringsbedrijf weigerde de schade te dekken.

Rabobank heeft de vorderingen betwist. Zij stelt dat zij haar zorgplicht jegens [appellant] niet heeft geschonden. Allereerst betwist zij dat aan haar opdracht is gegeven om alle denkbare en verzekerbare risico’s te verzekeren. Voorts heeft zij niet in strijd met de beroepsnorm gehandeld door te adviseren de mestzakken niet tegen stormschade te verzekeren. [Appellant] kon er bovendien niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat de mestzaken verzekerd waren.

Juridisch kader

Partijen twisten in de kern over het antwoord op de vraag of Rabobank als assurantiepersoon jegens [appellant] de op haar rustende zorgplicht in de zin van artikel 7:401 BW heeft geschonden.

Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat een assurantietussenpersoon tegenover zijn opdrachtgever de zorg dient te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Het is zijn taak te waken voor de belangen van zijn opdrachtgever. De assurantietussenpersoon dient zijn opdrachtgever tijdig opmerkzaam te maken op de gevolgen die hem bekend geworden feiten voor de opdrachtgever kunnen hebben. Daarbij gaat het om feiten en omstandigheden die aan de assurantietussenpersoon bekend zijn of die hem redelijkerwijs bekend behoorden te zijn. Daarvan uitgaande mag van een assurantietussenpersoon worden verwacht dat hij bij het aangaan van de relatie actief onderzoek doet naar de aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten van zijn opdrachtgever en deze voldoende vaak en voldoende indringend moet waarschuwen voor de gevolgen van bepaalde risico’s.

Ook dient hij voldoende actief behulpzaam te zijn bij het verkrijgen van passende verzekeringen, als daartoe aanleiding is. Hoe ver het genoemde onderzoek moet gaan, hoe frequent en indringend waarschuwingen moeten zijn en welke hulp voldoende is om de zorgplicht van de assurantietussenpersoon nagekomen te achten, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

Op Rabobank, als assurantietussenpersoon, rust primair de taak om te zorgen voor een passende verzekering. Dit betekent dat geadviseerd behoort te worden een verzekering af te sluiten die past bij de wensen van de klant, de risico’s en diens financiële draagkracht, waarbij een redelijke afweging moet worden gemaakt tussen de risico’s en de aan de verzekering verbonden kosten. In het algemeen kan daarom niet als juist worden aanvaard dat een verzekeringsadvies pas passend is als alle denkbare risico’s zijn gedekt.

Duidelijk advies door assurantiepersoon

Het hof oordeelt als volgt. Ten eerste stelt het hof vast dat Rabobank, zowel voorafgaande aan het adviseren en offreren van de BCP als daarna, uitvoerig de risico’s en de wensen van [appellant] heeft geïnventariseerd en met [appellant] heeft besproken. Deze informatie is vastgelegd in adviesrapporten. Het advies behelsde een afweging van welke risico’s verzekerd moeten worden, rekening houdend met de risicobereidheid van [appellant]. [Appellant] is met dit advies akkoord gegaan, zodat moet worden aangenomen dat voormelde risico’s en uitgangspunten op juiste wijze zijn neergelegd in het adviesrapport. In de passage over de risicobereidheid volgt niet dat [appellant] de wens had om ieder denkbaar risico te verzekeren. Dat [appellant] daartoe in het bijzonder opdracht zou hebben gegeven, althans als haar wens zou hebben kenbaar gemaakt, de mestzakken tegen stormschade te verzekeren kan uit die passage niet worden afgeleid.

Dat desondanks duidelijk moest zijn voor Rabobank dat [appellant] dit risico had willen verzekeren blijkt ook niet anderszins. Uit eerdere adviesrapporten en besprekingen waarbij een gedetailleerde beschrijving door Rabobank is gegeven over de risico’s, kan niet worden opgemaakt dat over deze onderwerpen is gesproken zoals [appellant] beweert. Daarbij erkent [appellant] dat de bespreking van de risico’s van de mestzakken aan de orde is gekomen. Echter, [appellant] kan niet duidelijk maken wat daar destijds over is gezegd. Naar het oordeel van het hof volgt hieruit dat Rabobank en [appellant] de risico’s van de mestzakken hebben geïnventariseerd. Rabobank zou hierbij de conclusie hebben getrokken dat het risico op storm- en brandschade zeer gering was en [appellant] zou hierbij hebben toegezegd dat hij de mestzakken niet wilde verzekeren.

Voldoende afweging over risico’s bij stormschade

Ook de stelling dat Rabobank haar zorgplicht heeft geschonden door niet te adviseren de mestzakken tegen stormschade te verzekeren, ook als [appellant] niet expliciet die wens zou hebben gehad, wordt verworpen. Het hof leidt uit de stellingen van Rabobank af dat het risico op stormschade aan de mestzakken bij de inventarisatie niet als reëel is ingeschat, terwijl bovendien de te verwachten reparatiekosten als gering werden beoordeeld. Het advies om een dergelijk risico niet te verzekeren, kan niet worden beschouwd als strijdig met hetgeen van een redelijk bekwaam en redelijk vakgenoot in de gegeven omstandigheden mocht worden verlangd.

Tenslotte stelt [appellant] nog dat zij in de veronderstelling verkeerde dat de mestzakken wel waren verzekerd en dat Rabobank haar zorgplicht heeft geschonden door niet te waarschuwen over het niet-verzekerd zijn van de mestzakken. Het hof oordeelt hierover dat Rabobank voldoende duidelijk heeft gemaakt welke verzekeringen zijn afgesloten, in lijn met het besprokene en het adviesrapport. Er was geen aanleiding voor een aanvullende waarschuwing.

Samengevat heeft het hof geoordeeld dat Rabobank haar zorgplicht niet heeft geschonden en dat [appellant] onvoldoende heeft aangetoond dat zij expliciet heeft gevraagd om mestzakken tegen stormschade te verzekeren.

Klik hier voor de volledige uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u ook schade geleden als gevolg van een fout van uw assurantiepersoon of heeft u een geschil met uw assurantiepersoon over de vraag of hij/zij de benodigde vakbekwaamheid, zorgvuldigheid en deskundigheid in acht heeft genomen bij de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden? Neem dan contact met ons op.

Rob Silvertand

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Monique Ebben

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant