Uitspraak: Adviseur laat consumenten uitgaan van verlopen rentepercentage

Doordat de adviseur in zijn communicatie gebruik maakt van een verlopen rentepercentage schrikken de consumenten op het moment dat zij akkoord gaan met het definitieve renteaanbod van de bank en het rentepercentage veel hoger blijkt te zijn. De consumenten stellen dat de adviseur onzorgvuldig heeft gehandeld.

Sluiten van de hypotheekovereenkomst

In mei 2021 hebben de consumenten de adviseur benaderd voor advies en bemiddeling bij het verkrijgen van een hypothecaire geldlening voor hun nieuwe woning. In die periode heeft de adviseur een renteaanbod opgevraagd bij de bank. Echter, deze aanvraag werd beëindigd omdat de consumenten niet tijdig alle benodigde documenten konden verzamelen.

Vervolgens is in oktober een nieuwe aanvraag gedaan bij de bank. Hierop is een indicatief renteaanbod ontvangen. Dit renteaanbod was geldig tot 15 november en was niet bindend; bovendien behield de bank het recht om vanwege verschillende redenen van het renteaanbod af te wijken. Aan de hand van dit renteaanbod is door de adviseur een adviesrapport opgesteld, inclusief een financieringsopzet op basis van de rentes uit het renteaanbod van de bank. Doordat de consumenten niet alle benodigde documenten voor 15 november konden verzamelen, informeerde de bank de adviseur dat bij een compleet dossier, na het verlopen van het renteaanbod, het meest recente tarief zou worden gehanteerd.

Op 26 november 2021 hebben de consumenten aan de adviseur doorgegeven dat zij de geldlening wilden verhogen tot € 600.000, -, wat de adviseur aan de bank heeft gemeld en waar de bank mee akkoord is gegaan.

Pas in april 2022 waren de consumenten in het bezit van alle benodigde documenten. De adviseur heeft per e-mail aan de consumenten toen nog verzocht om een en ander te checken. Bij deze e-mail zat ook de financieringsopzet van november 2021.

Op 26 april 2022 keurde de bank de aanvraag goed en verstrekte een bindende offerte op basis van de rentetarieven van 4 april 2022. De consumenten accepteerden deze offerte.

Hoger rentepercentage

Na het sluiten van de hypotheekovereenkomst hebben de consumenten bij de adviseur geklaagd over de hoogte van de rente in de offerte, het rentepercentage lag namelijk aanzienlijk hoger. Hierop hebben zij de adviseur aansprakelijk gesteld voor vermeende schade als gevolg van onjuiste informatie over de geldende rentepercentages van de bank en het niet tijdig waarschuwen voor het verlopen van termijnen gesteld door de bank.

De consumenten beweren dat de adviseur tekort is geschoten in de nakoming van de gesloten overeenkomst tot dienstverlening. Ze stellen dat de adviseur herhaaldelijk (mondeling) heeft bevestigd dat de hypotheekrente was gebaseerd op het renteaanbod van 29 oktober 2021 en dat dit als vaststaand kon worden beschouwd. Volgens hen is de adviseur in gebreke gebleven door niet te wijzen op mogelijke rentewijzigingen. De consumenten hebben vertrouwd op de door de adviseur gecommuniceerde bedragen en rentepercentages.

Volgens de consumenten heeft de adviseur, op hun uitdrukkelijke verzoek, bevestigd dat de gecommuniceerde rentepercentages vaststonden. Ze menen dat de adviseur onjuist heeft gehandeld en niet heeft voldaan aan de verwachtingen van een redelijk handelend en bekwaam adviseur. Gedurende het hele traject heeft de adviseur hen niet geïnformeerd of gewaarschuwd dat de rentepercentages van de bank niet vaststonden en dus konden wijzigen. Op het moment dat dit uiteindelijk niet zo bleek te zijn, konden zij niet anders meer dan de offerte van de bank (met de hogere rentes) accepteren in verband met de reeds gestarte bouw van de woning.

Toerekenbare tekortkoming

De commissie ziet zich gesteld voor de vraag of de adviseur tegenover de consumenten toerekenbaar is tekortgeschoten in zijn verplichtingen op basis van de gesloten overeenkomst tot dienstverlening. Ingevolge artikel 7:401 van het Burgerlijk Wetboek (BW) dient een opdrachtnemer, zoals de adviseur, bij de uitvoering van zijn opdracht de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen. Dit betekent dat hij bij de uitvoering van zijn opdracht de zorgvuldigheid moet betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Er dient te worden beoordeeld of de adviseur zorgvuldig heeft gehandeld.

Ten eerste heeft de adviseur erkend dat hij in april 2022 de financieringsopzet met de (oude) maandlastberekening van november 2021 heeft opgestuurd. Volgens de adviseur was dit bericht echter bedoeld om de (nieuwe) begroting te toetsen en niet om de consumenten te informeren over de (dan) geldende rentepercentages. Op de financieringsopzet stond bovendien vermeld dat de gebruikte bedragen indicatief zijn en dat slechts aan de offerte van de bank rechten kunnen worden ontleend.

Ten tweede stelt de commissie vast dat in het renteaanbod van oktober 2021 nadrukkelijk is opgenomen dat het geen bindende offerte betreft en dat de bank van het renteaanbod kan afwijken als de situatie wijzigt, zij meer gegevens nodig heeft of als zij de benodigde documenten na 15 november 2021 ontvangt. Er is hierbij niet gebleken dat de consumenten hierover niet zijn geïnformeerd.

Oordeel

De commissie is gelet op het voorgaande van oordeel dat het de consumenten duidelijk was, of duidelijk had kunnen zijn, dat de door de bank opgegeven rentes in het renteaanbod niet zonder meer gegarandeerd waren. De commissie acht echter wel aannemelijk dat de adviseur aan de consumenten geruststellende mededelingen heeft gedaan over de kans van slagen van de aanvraag en niet, althans te weinig, heeft gewezen op het feit dat het renteaanbod van de bank kon wijzigen. Daarbij acht de commissie het eveneens onzorgvuldig dat de adviseur in de financieringsopzet van april 2022 de rentepercentages uit het renteaanbod van oktober 2021 heeft laten staan.

Onvoldoende causaal verband

Gelet op voorgaande is de adviseur tekortgeschoten. De adviseur kan echter niet aansprakelijk worden gehouden voor de gestelde schade. Er ontbreekt namelijk een zodanig verband tussen de tekortkoming en de schade. De commissie stelt dat in de (hypothetische) situatie dat de adviseur een goed advies had gegeven en de fout dus niet zou hebben gemaakt, de consumenten ook niet meer in aanmerking waren gekomen voor het rentepercentage van oktober 2021. Het niet vermelden van juiste (actuele) rentepercentages en de onduidelijke communicatie van de adviseur over de geldigheid van het renteaanbod heeft dus niet tot de (vermeende) schade geleid.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als gevolg van onzorgvuldig handelen van uw financieel adviseur schade geleden? Neem dan contact met ons op.

Rob Silvertand

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Monique Ebben

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant