Klacht tegen accountant die dagelijkse leiding had over controleteam ongegrond verklaard

In een eerder dekenbezwaar heeft het hof verweerder een voorwaardelijke schorsing van zes weken opgelegd met als bijzondere voorwaarde dat verweerder gehouden is om volledige medewerking te verlenen en binnen twee weken na deze beslissing inzage te geven in de door de deken verzochte dossiers.

Het procesverloop

Naar aanleiding van signalen van de Raad voor Rechtsbijstand, gemeenten en (oud) cliënten van het kantoor van verweerder, heeft de deken besloten een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop (het kantoor van) verweerder praktijk voert. De deken heeft verweerder op 22 juli 2020 verzocht haar in totaal 56 dossiers (van in totaal 14 zaken) ter beschikking te stellen vóór 15 augustus 2020. Verweerder heeft die dossiers niet aan de deken ter beschikking gesteld.

Naar aanleiding van die weigering heeft de deken een dekenbezwaar over verweerder ingediend. Dat dekenbezwaar is bij beslissing van de raad van 30 november 2020 en (in appel) bij beslissing van het hof van 21 mei 2021 (met nummer 200291D) gegrond verklaard.

Het hof heeft verweerder een voorwaardelijke schorsing van zes weken opgelegd met een proeftijd van twee jaren en heeft als algemene voorwaarde gesteld dat verweerder zich binnen de proeftijd niet opnieuw schuldig maakt aan een gedraging als bedoeld in artikel 46 van de Advocatenwet en heeft als bijzondere voorwaarde gesteld dat verweerder gehouden is om in het lopende onderzoek van de deken volledige medewerking te verlenen en binnen twee weken na deze beslissing de deken inzage te geven in de door de deken bij brief van 22 juli 2020 verzochte dossiers voor zover die dossiers nog niet door verweerder aan de deken ter beschikking zijn gesteld.

Na deze beslissing van het hof heeft de deken (nogmaals), bij e-mail van 31 mei 2021, aan verweerder verzocht om de dossiers aan haar ter beschikking te stellen. Echter, volgens de advocaat is het inmiddels niet meer mogelijk om over de dossiers te beschikken. Deze reactie van de man is aanleiding voor de deken om een dekenbezwaar in te dienen; de advocaat schendt immers de voorwaarden van zijn proeftijd.

De beoordeling

Het hof verwijst daarom naar de inhoudelijke beoordeling zoals die in 5.10 t/m 5.14 van die beslissing is opgenomen en die – kort samengevat – erop neerkomt dat het hof van oordeel is dat verweerder de gevraagde dossiers aan de deken had moeten verstrekken. Dat betreft een onherroepelijke beslissing van het hof waaraan verweerder, gelet op het herhaalde verzoek van de deken, uitvoering had moeten geven. Het hof wijst er in dit verband op dat de gedraging die in dit dekenbezwaar centraal staat (het meewerken aan het onderzoek van de deken) in feite een herhaling betreft van de gedraging waarover het hof reeds in voornoemde beslissing van 21 mei 2021 in de zaak met nummer 200291D heeft geoordeeld.

Het hof ziet daarom – anders dan verweerder betoogt – geen aanleiding zijn inhoudelijk herhaalde argumenten op andere wijze te beoordelen en volstaat in zoverre met de verwijzing naar zijn eerdere beslissing waarnaar ook de raad heeft verwezen.

Maatregel

Door het opnieuw nadrukkelijk weigeren mee te werken aan het onderzoek van de deken, en dat onderzoek zelfs te belemmeren door het in het leven roepen van nieuwe maatregelen binnen zijn kantoor, vindt het hof de oorspronkelijke schorsing van twaalf weken niet meer gepast. Tijdens de zitting verklaarde de advocaat immers dat hij ‘bewust de hakken in het zand heeft gezet en naar eigen zeggen zand in de machine van de deken heeft willen strooien.’ Ook beargumenteert de man dat hij ‘van mening is dat deze deken niet in de advocatuur thuishoort en dat hij doorgaat tot dat zij van het tableau is geschrapt.’

Het op deze manier schenden van de kernwaarde integriteit, de ernst van zijn gedragingen en bovenal zijn houding van voor en tijdens de zitting zorgen ervoor dat het hof de Groningse advocaat een schorsing van maar liefst 26 weken oplegt. Deze schorsing gaat in nádat de advocaat zijn door het hof onherroepelijke gemaakte schorsing heeft uitgezeten.

De beslissing

Het Hof van Discipline vernietigt de beslissing van 27 september 2021 van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden, uitsluitend ten aanzien van de opgelegde maatregel en legt aan verweerder de maatregel op van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van 26 weken.

Hier kunt u de gehele uitspraak van het Hof van Discipline lezen.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant