Hypotheekadviseur schendt zorgplicht door niet te controleren of verzoek tot rentewijziging is uitgevoerd door de bank - Zorgplicht Advocaten

Zorgplicht Advocaten

Hypotheekadviseur schendt zorgplicht door niet te controleren of verzoek tot rentewijziging is uitgevoerd door de bank

Meneer A heeft in 2009 bij WestlandUtrecht Hypotheekbank N.V. (hierna: “bank”) een hypothecaire lening afgesloten. Deze lening bestond uit een hypotheek met levensverzekering en een SpaarXtraHypotheek. Bij het aangaan van deze hypothecaire lening is meneer A bijgestaan door zijn hypotheekadviseur Assuline B.V. (hierna: “Assuline”). In juli en oktober 2015 heeft de bank aan meneer A medegedeeld dat de rentevaste periode voor beide leningdelen zou aflopen op 1 november 2015. Bij de brief van 19 oktober 2015 had de bank daarnaast nog een vervolgblad toegevoegd waarop meneer A zijn keuze kon invullen. In de offerte waren verschillende rentevaste perioden en rentes opgenomen waaruit meneer A zijn keuze kon maken. De bank heeft daarbij vermeld dat indien meneer A geen getekende offerte zou terugsturen naar de bank, de bank ervan uit zou gaan dat meneer A kiest voor een rentevaste periode van zes jaar.

Consument wilde rente hypothecaire lening omzetten van vaste rente naar variabele rente

Op 20 oktober 2015 is meneer A bij Assuline op kantoor geweest. Op het vervolgblad van de brief van de bank was de mogelijkheid van een variabele rente niet opgenomen. Meneer A heeft daarom op het vervolgblad geschreven ‘variabele rente 2,4%’ en daarbij zijn handtekening gezet. Vervolgens heeft Assuline dit ingevulde en ondertekende vervolgblad aan de bank gemaild. In de begeleidende e-mail heeft Assuline nogmaals benoemd dat meneer A per 1 november 2015 een variabele rente wilde voor beide leningdelen. Twee dagen later heeft meneer A opnieuw een offerte ontvangen van de bank. Als bijlage is daarbij het clausuleblad Euriplus Rente bijgevoegd. Meneer A kon zo de rente omzetten in een variabele rente van 2,48% per jaar. In de offerte is daarbij opgenomen dat meneer A een kopie van de brief volledig ingevuld en ondertekend dient te retourneren om zo de offerte te accepteren. Deze offerte heeft meneer A niet voor akkoord getekend en ook niet aan de bank teruggestuurd.

De bank heeft meneer A vervolgens per brief op zowel 27 oktober als 6 november 2015 medegedeeld dat het rentepercentage voor de komende zes jaar was vastgezet op 3,05%. Bijna een half jaar later, in april 2016, heeft Assuline een e-mail verstuurd. In deze e-mail verwijst Assuline naar haar eerdere e-mail van 20 oktober 2015 waarbij zij de bank verzoekt om de rente op variabel te zetten. Assuline stelt dat zij per toeval heeft ontdekt dat de rente in deze zaak niet variabel is gezet, maar vast is gezet voor zes jaar op 3,05%. Assuline heeft de bank verzocht de verlenging terug te draaien naar variabele rente in plaats van zes jaar vast. De bank reageert niet op Assuline maar stuurt meneer A vervolgens een brief. In haar brief verwijst de bank naar de offerte die zij op 22 oktober 2015 heeft verstuurd aan meneer A. De bank stelt dat omdat zij geen reactie heeft mogen ontvangen op deze offerte zij de rente vast hebben gezet voor zes jaar.

Hypotheekadviseur verzoekt bank om rentevastperiode met terugwerkende kracht te wijzigen naar variabel

In augustus 2016 heeft meneer A zijn hypothecaire lening vervroegd afgelost. Meneer A moest daarbij € 9.517,04 boeterente betalen. Assuline heeft vervolgens opnieuw een e-mail verstuurd aan de bank. Assuline stelt dat doordat de bank niet de wijziging heeft uitgevoerd zoals door Assuline is aangevraagd meneer A veel extra kosten heeft moeten maken. Assuline heeft de bank in deze brief nogmaals verzocht om de rentevastperiode met terugwerkende kracht te wijzigen naar variabel. In dat geval zou er geen sprake zijn van een boeterente. Assuline stelt daarnaast dat zij veel extra werk hebben gehad aan deze zaak. Zij hebben € 500,- extra in rekening moeten brengen bij meneer A. Assuline verzoekt de bank om dit bedrag ook te vergoeden aan meneer A.

De bank heeft op deze brief gereageerd en stelt dat zij uitgaan van een correcte doorvoer van de nieuwe rentevaste periode. Daarnaast is de bank van mening dat zij hebben gehandeld conform het beleid. De bank ziet daarom ook geen gegronde reden om over te gaan tot een omzetting naar variabele rente met terugwerkende kracht. Meneer A heeft vervolgens een klacht ingediend bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening. Deze klacht richt zich tegen Assuline. Meneer A vordert dat Assuline wordt veroordeeld tot vergoeding van de schade van € 11.533,54. Meneer A stelt dat Assuline jegens hem tekort is geschoten doordat zij in oktober 2015 niet bij de bank heeft geïnformeerd wat de stand van zaken was ten aanzien van het verzoek tot rentewijziging.

Hypotheekadviseur schiet toerekenbaar tekort in nakoming van haar zorgplicht tegenover consument

Assuline stelt dat zij de vereiste nazorg heeft betracht. Assuline stelt daarnaast dat zij erop mocht vertrouwen dat het verzoek tot rentewijziging zou worden uitgevoerd. De werkwijze zoals Assuline heeft gehandeld was haar telefonisch aangeraden door een werknemer van de bank. De Commissie constateert dat Assuline in haar begeleidende mail van 20 oktober 2015 heeft gevraagd om een bevestiging van de bank. Deze bevestiging heeft zij niet ontvangen. Van Assuline had mogen worden verwacht dat zij toen de gevraagde bevestiging uitbleef bij de bank of meneer A had nagevraagd of het verzoek tot rentewijziging was uitgevoerd. Dit heeft Assuline nagelaten. De Commissie oordeelt daarom dat Assuline toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar zorgplicht jegens meneer A.

Assuline betwist echter dat er een causaal verband bestaat tussen de schade en haar tekortschieten. De Commissie oordeelt dat het causaal verband wel aanwezig is. Assuline had immers behoren na te vragen of het verzoek om rentewijziging inmiddels was uitgevoerd. Indien Assuline dit met de vereiste zorgvuldigheid had nagevraagd zou zij weten dat meneer A de offerte nog niet ondertekend had teruggestuurd naar de bank. Assuline had op deze manier de schade kunnen voorkomen. Assuline stelt daarnaast nog dat de schade mede is veroorzaakt door omstandigheden die aan meneer A kunnen worden toegerekend. Meneer A had kunnen constateren dat de offerte van de bank van 22 oktober 2015 ondertekend moest worden teruggestuurd. De Commissie oordeelt dat de schade inderdaad mede is veroorzaakt door omstandigheden die aan meneer A kunnen worden toegerekend en stelt de eigen schuld van meneer A vast op 50%.

Wat betreft de hoogte van de schade stelt Assuline dat de boeterente en te veel betaalde rente fiscaal aftrekbaar zijn. Het nettobedrag is volgens Assuline € 3.228,94 en € 759,24. Meneer A heeft dit niet betwist. De Commissie stelt de schade vast op € 3.990,-. Doordat een deel van de schade is veroorzaakt door meneer A dient Assuline 50% van € 3.990,- te vergoeden. Dit komt uit op een bedrag van € 1.995,-.

Klik hier voor de volledige uitspraak van het Kifid.

Zorgplicht Advocaten

Heeft uw adviseur of tussenpersoon ook zijn zorgplicht geschonden en leidt u als gevolg hiervan schade of dreigt u schade te gaan leiden, neem dan vrijblijvend contact met ons op. Klik hier voor contact.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

Laatste Tweets