Uitspraak: Klacht over misbruik van klachtrecht in hoger beroep alsnog ongegrond

Een notaris wordt door klaagster, een advocate, beschuldigd van misbruik van het klachtrecht. Het hof oordeelt het klachtonderdeel alsnog ongegrond en legt een schorsing voor een week, in plaats van vier weken, in de uitoefening van zijn ambt aan de notaris op.

Het procesverloop

Klaagster is advocate. Haar cliënt is, vanwege detentie, niet in staat om aanwezig te zijn bij het passeren van een akte van levering op het kantoor van de notaris. Klaagster spreekt daarom met de notaris af dat zij haar cliënt een, door de notaris opgestelde, volmacht zal laten ondertekenen. Nadien heeft klaagster de door de man ondertekende volmacht per e-mail aan de notaris toegezonden. De ondertekende volmacht voldoet echter niet aan de eisen van de notaris en dat laat hij klaagster in niet mis te verstane bewoordingen weten.

In overleg met de notaris laat klaagster haar cliënt de volmacht opnieuw ondertekenen. Zij besluit vervolgens om de ondertekende volmacht op het kantoor van de notaris langs te brengen, maar aldaar ontstaat een woordenwisseling tussen de notaris en klaagster. De notaris dient nog diezelfde dag een klacht in over klaagster bij de lokale deken van de Orde van Advocaten. Klaagster maakt de notaris in het bijzonder een verwijt over zijn grievende uitlatingen en zijn bejegening van klaagster, waardoor hij zich niet heeft gedragen zoals van een professionele notaris mag worden verwacht. Ook verwijt zij hem misbruik van klachtrecht.

De notaris heeft op 2 december 2021 een beroepschrift en op 31 januari 2022 een aanvullend beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat van 4 november 2021.

De klacht

De klacht ziet op het handelen en nalaten van de notaris, meer in het bijzonder de grievende uitlatingen en de bejegening van klaagster door de notaris, waardoor hij zich niet heeft gedragen zoals van een professionele notaris mag worden verwacht. Allereerst verwijt klaagster de notaris dat hij ongepaste bejegening van klaagster per e-mail en het doelbewust delen van onjuiste informatie met derden. Ten tweede verwijt de klaagster de notaris het doen van grievende uitlatingen aan klaagster in persoon. Daarnaast verwijt de klaagster de notaris het doen van grievende uitlatingen over de persoon van klaagster tegenover derden en het delen van onjuiste informatie met derden. Tot slot verwijt de klaagster de notaris het misbruik van klachtrecht en ongepaste handelwijze tegenover een stafmedewerker van de deken.

De beoordeling

De kamer heeft in de bestreden beslissing klaagster niet-ontvankelijk verklaard in klachtonderdeel 4.1.5 en de overige klachtonderdelen gegrond verklaard. De kamer heeft aan de notaris de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van vier weken opgelegd. Ten slotte heeft de kamer de notaris veroordeeld tot betaling aan klaagster van griffierecht, kosten klaagster aan kosten van de raadsman van klaagster alsmede tot betaling van € 2.000,- voor de kosten van behandeling van de klacht door de kamer.

Het hoger beroep van de notaris richt zich uitsluitend tegen het oordeel van de kamer inzake het misbruik van het klachtrecht en de opgelegde maatregel. Gelet hierop zal het hof enkel klachtonderdeel 4.1.4 en de door de kamer opgelegde maatregel bespreken.

Gedeeltelijk hoger beroep en strafmaatverweer

Anders dan de kamer is het hof van oordeel dat de notaris geen misbruik heeft gemaakt van klachtrecht. Niet is komen vast te staan dat de notaris zijn klacht bij de lokale deken heeft ingediend om klaagster te beletten een klacht tegen de notaris in te dienen. Op het moment dat de notaris zijn klacht indiende, op de dag van de woordenwisseling op het kantoor van de notaris, was hij ervan overtuigd dat hij een klacht kon indienen op basis van het handelen van klaagster. Hij baseerde zijn klacht niet op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden; in de ogen van de notaris had klaagster klachtwaardig gehandeld.

Naar het oordeel van het hof was de notaris op dat moment niet bezig met de mogelijkheid dat klaagster een klacht tegen hem zou kunnen indienen. Dat maakt dat van misbruik van klachtrecht geen sprake is. Het hof acht daarom, anders dan de kamer, klachtonderdeel 4.1.4 ongegrond.

Maatregel

Het hof acht de verweten gedragingen een notaris onwaardig en is van oordeel dat in dit geval de maatregel van schorsing passend en geboden is. Indien dit de eerste tuchtrechtelijke veroordeling van de notaris zou zijn geweest, zou het hof een berisping passend hebben gevonden. Aan de notaris zijn in het verleden echter vanwege (meerdere) gelijksoortige, gegrond verklaarde, klachten tuchtmaatregelen opgelegd. Dat is in dit geval een verzwarende omstandigheid, ook al is het langer geleden.

Het hof constateert echter ook dat er verzachtende omstandigheden zijn, die door de notaris in zijn stukken zijn verwoord en ook ter zitting in hoger beroep door hem zijn toegelicht. Zo heeft de notaris zelfinzicht getoond, heeft hij op diverse momenten zijn excuses aan klaagster aangeboden en is hij in therapie gegaan om zijn gedrag te veranderen. Het hof ziet daarin aanleiding om de duur van de schorsing in de uitoefening van het ambt te beperken tot één week. Ingevolge artikel 105 Wna is het aan de kamer om te bepalen op welke datum de aan de notaris opgelegde maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van één week van kracht wordt en dit bij aangetekende brief aan de notaris mee te delen.

De beslissing

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het hof de beslissing van de kamer zal vernietigen voor zover het betreft de gegrondverklaring van klachtonderdeel 4.1.4 en de opgelegde maatregel en dat de beslissing van de kamer voor het overige zal worden bevestigd. Het hof legt aan de notaris de maatregel van schorsing in de uitoefening van zijn ambt voor de duur van één week op.

Hier kunt u de gehele uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam lezen.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Jip van Vlokhoven

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant