Uitspraak: Ongegronde klacht jegens notaris betreffende schending identificatieplicht

Een accountant heeft jegens een notaris een klacht, betreffende een schending van de identificatieplicht, ingediend bij Kamer voor het notariaat. De klacht wordt ongegrond verklaard.

Procesverloop

Klaagster was sinds 1995 de bedrijfsadviseur/accountant voor de vennootschappen van de heer en mevrouw. In juli 2005 heeft de klaagster aan een vennootschap van de heer twee geldleningen verstrekt in het kader van een doorstart. Vervolgens zijn de heer en mevrouw in een echtscheidingsprocedure beland, waarbij de boedel verdeeld diende te worden. Er zijn in verband daarmee onroerende zaken verkocht. Er was hierop beslag gelegd ten laste van de heer en er rustte een hypotheekrecht op dat aan mevrouw was verleend als contragarantie tot zekerheid van de betaling van de geldleningen, verleend door klaagster. Om de levering van de onroerende zaken mogelijk te maken, hebben de heer en mevrouw een depotovereenkomst gesloten met de notaris. Het depot werd gehouden op de kwaliteitsrekening van de notaris en het notariskantoor.

De klaagster heeft op 11 augustus 2011 conservatoir derdenbeslag gelegd ten laste van de heer onder het notariskantoor. Begin 2020 heeft mevrouw een kort geding aangespannen tegen klaagster. Bij vonnis is hier door de voorzieningenrechter het depot gelegde beslag opgeheven. Op 7 februari 2020 heeft de notaris het depot uitbetaald aan mevrouw. Klaagster heeft op 25 juni 2021 een klacht ingediend bij het Kamer voor het notariaat tegen de notaris. Vervolgens is sinds 1 juli 2021 de notaris gedefungeerd.

De klacht

Klaagster verwijt de notaris dat hij de identificatieplicht heeft geschonden. Op grond van de wet was de notaris verplicht zijn cliënt, mevrouw, te identificeren aan de hand van een geldig en origineel identiteitsbewijs. Bovendien heeft de notaris verzuimd om ingevolge de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) cliëntenonderzoek te doen. Verder verwijt klaagster de notaris dat hij niet onpartijdig heeft gehandeld als bedoeld in artikel 17 van de Wet op het notarisambt (Wna).

Het verweer van de notaris

De notaris geeft aan dat hij bij de verkoop en levering van de onroerende zaken van de heer en mevrouw in 2008 betrokken is geweest. Hij heeft alle partijen geïdentificeerd. Er was sprake van een roepnaam van mevrouw, maar dat was de notaris bekend. In het dossier zit ook een kopie van het paspoort van mevrouw. Ook geeft de notaris aan dat klaagster geen partij was bij de depotovereenkomst en beroept zich daarom op zijn geheimhoudingsplicht. De notaris werd in 2020 benaderd door de advocaat van mevrouw die haar al jaren bijstond. De notaris had geen reden om te twijfelen aan het verzoek van de advocaat om het depot over te boeken, helemaal nu mevrouw zelf het verzoek bevestigde. Dat in het vonnis mevrouw staat aangeduid met haar roepnaam maakt dat niet anders. Met betrekking tot het cliëntenonderzoek, dat ingevolge de Wwft gedaan dient te worden, geeft de notaris aan dat er geen verplichting bestond om mevrouw nogmaals te identificeren.

De beoordeling

De klacht dat de notaris zijn identificatieplicht heeft geschonden is ongegrond. Niet weersproken is dat de notaris mevrouw in 2008 heeft geïdentificeerd en haar al jaren ook onder de roepnaam kent. Hij behoefde dus niet te twijfelen aan de identiteit van de eisende partij in de vonnissen van 5 en 6 februari 2020, waarbij het beslag op het depot is opgeheven en nog minder nadat mevrouw had bevestigd dat het depot kon worden overgemaakt naar de derdenrekening van haar advocaat. Uit het proces-verbaal van de kortgedingzitting gehouden op 4 maart 2020 in de rechtbank Midden-Nederland blijkt dat klaagster en mevrouw een schikking hebben getroffen. In het proces-verbaal staat genoemd dat mevrouw ook bij haar roepnaam genoemd kan worden. Aannemelijk is dat het klaagster kenbaar moet zijn geweest dat het om dezelfde persoon ging.

Dat de notaris partijdig zou hebben gehandeld valt op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting evenmin in te zien. Kennelijk ziet dit verwijt op de uitkering van het depot. Klaagster was geen partij bij de depotovereenkomst.

De beslissing

De kamer voor het notariaat verklaart de klacht op beide onderdelen ongegrond.

Hier kunt u de gehele uitspraak van de Kamer voor het notariaat lezen.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Monique Ebben

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant