Accountant krijgt waarschuwing voor indicatieve waardering aandelen

X heeft een orthodontie- en tandartspraktijk. B heeft een deel van de aandelen in X. Sinds 1987 was B werkzaam voor X als manager. Enige tijd later werd B statutair bestuurder. In 2012 werd B als bestuurder ontslagen. In 2013 heeft het bestuur van X besloten om over te gaan tot een aandelenemissie. B heeft een voorkeursrecht op een evenredig deel van de uit te geven aandelen. B maakt van dit recht geen gebruik. Het aandelenbelang van B verwatert.

Op enig moment is tussen X en B een geschil ontstaan over het ontslag en over de aandelenemissie. B heeft een bedrag van 10 miljoen gevorderd ten aanzien van zijn ontslag. A heeft op enig moment een rapport opgesteld ten aanzien van de indicatieve waarde van de aandelen in X in het kader van een aandelenemissie.

In 2015 heeft registeraccount A in opdracht van B een rapport opgesteld over de indicatieve waarde van de aandelen in X. A neemt het standpunt in dat de indicatieve waarde van alle van de aandelen per 31 december 2013 bijna 14.000 euro bedraagt.

Uit een civiele procedure bij het hof in Amsterdam is gebleken dat de aandelenemissie onrechtmatig heeft plaatsgevonden ten aanzien van de aandeelhouder. Daarom moet aan de aandeelhouder een schadevergoeding worden betaald.

Voor het vaststellen van de omvang van die schadevergoeding wordt aansluiting gezocht bij het rapport van A. Hiermee is X het echter niet eens en besluit een klacht jegens A in te dienen bij de accountantskamer. De accountantskamer heeft aan de accountant een waarschuwing opgelegd. A en X gaan in hoger beroep. Het CBb heeft de beroepen tegen het oordeel ongegrond verklaard. Uit het rapport blijkt voldoende duidelijk dat het gaat om een indicatieve waardebepaling. Het is daarnaast niet aannemelijk dat A over onvoldoende informatie beschikte. Als geen hoor en wederhoor is toegepast, betekent dit niet zonder meer dat sprake is van een ondeugdelijke grondslag. Daarnaast was X niet gehouden om informatie op te vragen bij het management van X.

Er is echter geen onderzoek gedaan naar de claim van B ter hoogte van 10 miljoen euro. A heeft aangevoerd dat deze claim niet in de beoordeling betrokken had hoeven worden, aangezien de claim in drie instanties is afgewezen en geen waarde vertegenwoordigt. Het CBb volgt A deels. X vond het kennelijk niet nodig om een voorziening te treffen voor de claim van B. Daarom kon niet van A worden verlangd dat de noodzaak voor het treffen van een dergelijke voorziening zou worden onderzocht. A heeft echter op de zitting wel erkend dat hij in het rapport had moeten melden dat de claim niet was betrokken en welke redenen daaraan ten grondslag lagen. De beroepen worden ongegrond verklaard. Volgens het CBb is geen sprake van een situatie waarin moet worden afgeweken van het opleggen van een maatregel.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant