Uitspraak: Accountant onnodig grievend ten aanzien van medebestuurder en wordt berispt

Klager en BV1 zijn in de periode 1 januari 2017 tot en met 3 augustus 2020 de gezamenlijke maten geweest van een accountantskantoor. Y1 en B zijn via twee besloten vennootschappen mede-eigenaar van BV1.

Klager is als gevolg van een conflict, dat in de loop van 2019 met Y1 en B is ontstaan, per 2 februari 2020 arbeidsongeschikt geraakt. Y1 en B hebben aan de cliënten van BV1 laten weten dat zij vermoeden dat klager zich ziek had gemeld vanwege het gerezen conflict.

De klacht

Betrokkenen hebben volgens klager gehandeld in strijd met de voor hen geldende gedrags- en beroepsregels doordat:

  • Y1 in de brief van 27 oktober 2020 aan de relaties van het accountantskantoor misleidende en feitelijk onjuiste informatie heeft vermeld, waardoor klager in zijn eer en goede naam is aangetast.
  • Y2 en Y3, hoewel zij medeverantwoordelijk zijn voor de inhoud van de brief van 27 oktober 2020, geen maatregel hebben getroffen om het niet-integere handelen van Y1 te beëindigen dan wel zich daarvan te distantiëren.

De beoordeling

De Accountantskamer stelt voorop dat het verwijt van klager ziet op de uitvoering van betrokkenen bij hun beroep. Anders dan Y1 stelt vallen de gedragingen van een accountant in het kader van de relatie tot de maten van zijn kantoor onder de VGBA.

Klacht tegen Y1 Klager heeft betwist dat hij eerder gedreigd zou hebben met een ziekmelding. Verder wordt naar zijn mening in de brief van 27 oktober 2020 ten onrechte de suggestie gewekt dat hij niet daadwerkelijk arbeidsongeschikt zou zijn.

De Accountantskamer gaat hierin mee. De opmerking in de brief waarin gesuggereerd werd dat klager niet daadwerkelijk ziek was, was naar het oordeel van de Accountantskamer overbodig, subjectief, beschadigend en grievend voor klager. De accountantskamer merkt daarbij op dat Y1 tegen de achtergrond van het conflict met klager louter zijn eigen belang voorop heeft gesteld. Deze handelwijze is in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit. Het verwijt is daarom gegrond.

Klacht tegen Y2 en Y3 Y2 en Y3 stellen generlei verbonden te zijn aan de uitlatingen van Y1. Op de zitting is echter wel gebleken dat Y2 en Y3 de brief hebben gelezen voordat deze aan de cliënten was verzonden. Zij stellen hiertegen niets ingebracht te hebben omdat zij zich afzijdig van het conflict wilden houden. Naar het oordeel van de Accountantskamer had het op hun weg gelegen om bij Y1, vóór het verzenden van de brief, aan te dringen op het verwijderen van de grievende informatie ten aanzien van klager. Omdat zij dit niet hebben gedaan hebben zij gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit.

De beslissing

Beide klachten worden gegrond verklaard. Voor de klacht die is gericht tegen Y1 acht de Accountantskamer de maatregel van berisping passend en geboden. Voor de klacht tegen Y2 en Y3 kan, nu zij slechts zijdelings betrokken zijn, naar het oordeel van de Accountantskamer worden volstaan met de maatregel van waarschuwing.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Monique Ebben

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant