Uitspraak: Accountant wordt beticht van schending objectiviteit en zorgvuldigheid

De Accountantskamer heeft een klacht onderzocht tegen een accountant, betrokken bij een onderzoek naar de financiële administratie van twee failliete bedrijven. De klager beschuldigde de accountant van het niet naleven van gedrags- en beroepsregels, waarbij onder andere de objectiviteit en zorgvuldigheid in het geding zouden zijn.

Onderzoek naar de financiële administratie

Betrokkene is sinds 1989 geregistreerd als accountant en heeft eerder gewerkt bij accountantskantoor I voordat hij zijn eigen kantoor, accountantskantoor II, oprichtte in 2016. Klager en betrokkene waren in de jaren zeventig en tachtig collega’s bij accountantskantoor I. Klager is de bestuurder en enig aandeelhouder van Beheer BV, een moedermaatschappij van diverse werkmaatschappijen, waaronder BV I en BV II. Nadat BV I en BV II failliet werden verklaard, werd betrokkene door de curator benaderd om onderzoek te doen naar hun financiële administratie.

Betrokkene heeft beoordeeld of er een bedreiging was voor het zich houden aan de fundamentele beginselen. Hierover heeft hij overleg gehad met de afdeling vaktechniek van de NBA en besproken of er belemmeringen waren om de opdracht te aanvaarden. Betrokkene heeft uiteindelijk de opdracht aanvaard. Vervolgens heeft betrokkene klager verzocht om overleg, om de beantwoording van een aantal vragen en het verstrekken van onder meer administratieve informatie.

Klager heeft betrokkene gevraagd om zich alsnog terug te trekken. Betrokkene heeft geantwoord dat hij geen belemmering ziet voor het aanvaarden van de opdracht. In verband met dit verzoek heeft betrokkene nogmaals overleg gevoerd met de afdeling vaktechniek van de NBA.

Betrokkene heeft vervolgens concept-rapporten opgesteld over de financiële situatie van BV I en BV II en deze aan klager toegezonden. Uiteindelijk heeft de betrokkene de definitieve rapporten uitgebracht, waarin vermeld staat dat ze zijn opgesteld in overeenstemming met Standaard 4400N. De rapporten mogen alleen worden gebruikt door de curator en de rechter-commissaris en mogen niet worden gedeeld met derden zonder toestemming van betrokkene.

Klacht

Betrokkene heeft volgens klager gehandeld in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels.

Allereerst stelt klager dat betrokkene heeft nagelaten de bedreiging van onvoldoende objectiviteit bij het aanvaarden van de opdracht te onderkennen. Dit zou ertoe hebben geleid dat betrokkene de opdracht ten onrechte heeft aanvaard, ondanks bezwaren van klager.

Daarnaast verwijt klager betrokkene dat hij bij het aanvaarden van de opdracht onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht ten opzichte van klager, die als beoogd gebruiker of direct belanghebbende moet worden beschouwd.

Verder beschuldigt klager betrokkene van het schenden van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid tijdens de uitvoering van de opdracht. Hij stelt dat betrokkene de voorschriften van Standaard 4400N niet heeft nageleefd, wat heeft geleid tot onjuiste uitvoering van de opdracht.

Beoordeling

De Accountantskamer toetst het handelen of nalaten van betrokkene aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants en de Nadere voorschriften controle- en overige Standaarden. Daarnaast zal het handelen of nalaten van betrokkene ook worden getoetst aan Standaard 4400N.

Bedreiging van de objectiviteit

Klager heeft betrokkene beschuldigd van het niet onderkennen van een bedreiging voor het fundamentele beginsel van objectiviteit bij het aanvaarden van de opdracht. Klager wees hierbij op hun vroegere collegiale relatie en de adviezen die betrokkene eerder had gegeven aan de groep waar klager deel van uitmaakte.

De Accountantskamer stelt voorop dat een accountant verplicht is om omstandigheden te identificeren en te beoordelen die een bedreiging kunnen zijn voor het zich houden aan de fundamentele beginselen. Wanneer een accountant constateert dat er sprake is van een bedreiging, dan moet hij een toereikende maatregel nemen die ertoe leidt dat hij zich houdt aan de fundamentele beginselen.

Betrokkene heeft in dit geval vóór aanvaarding van de opdracht onderkend dat sprake was van een mogelijke bedreiging voor het zich houden aan het fundamentele beginsel van objectiviteit. Hij heeft zich gerealiseerd dat klager een oud-collega is en dat hij eerder accountant is geweest voor de groep. Vervolgens heeft hij onderzocht en beoordeeld of deze omstandigheden daadwerkelijk een bedreiging vormden en heeft hij geconcludeerd dat daarvan geen sprake was.

De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene heeft kunnen concluderen dat de door hem onderkende omstandigheden geen bedreiging vormden voor het zich houden aan het fundamentele beginsel van objectiviteit. Betrokkene en klager hadden immers enkel een zakelijke relatie en al 20 jaar geen contact meer met elkaar. Daarbij heeft betrokkene zijn conclusie ook getoetst bij de afdeling Vaktechniek van de NBA.

De Accountantskamer concludeert dat betrokkene heeft kunnen oordelen dat vóór en ná aanvaarding van de opdracht geen sprake is geweest van een bedreiging voor het zich houden aan het fundamentele beginsel van objectiviteit. Omdat geen sprake was van een bedreiging, hoefde betrokkene ook geen maatregelen te treffen om een bedreiging weg te nemen. Het klachtonderdeel is daarom ongegrond.

Zorgvuldigheid ten opzichte van klager

Klager heeft betrokkene beschuldigd van het nalaten van zorgvuldigheid ten opzichte van hemzelf. Klager betoogde dat hij moest worden beschouwd als een beoogde gebruiker of direct belanghebbende van de rapporten die betrokkene opstelde voor de curator. De Accountantskamer heeft echter geoordeeld dat klager niet als beoogde gebruiker kan worden beschouwd, maar wel als een overige gebruiker van de rapporten. Betrokkene heeft de specifieke werkzaamheden en uitgangspunten van de opdracht afgestemd met de beoogde gebruikers, zoals vereist volgens de opdrachtstandaarden. Daarnaast heeft betrokkene tijdens zijn onderzoek hoor en wederhoor toegepast, waarbij klager voldoende gelegenheid heeft gekregen om te reageren op de concept-rapporten. De Accountantskamer oordeelt dat betrokkene niet onzorgvuldig heeft gehandeld jegens klager en verklaart het klachtonderdeel daarom ongegrond.

Niet naleven toepasselijke voorschriften

Het klachtonderdeel betreffende het niet naleven van toepasselijke voorschriften door de betrokken accountant is ongegrond verklaard door de Accountantskamer. De klager beweerde dat de accountant zijn werk niet uitvoerde in overeenstemming met Standaard 4400N en dat de rapporten niet voldeden aan de gestelde eisen. Klager voerde onder meer aan dat de werkzaamheden vaag waren omschreven, conclusies en meningen werden gegeven zonder feitelijke bevindingen, en dat relevante informatie niet werd meegenomen. Echter, de Accountantskamer concludeerde dat de accountant vakbekwaam en zorgvuldig heeft gehandeld. De kamer oordeelde dat de aangevoerde punten niet aannemelijk zijn gemaakt door klager.

De slotsom van de Accountantskamer is dat de klacht in al haar onderdelen ongegrond zal worden verklaard.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Accountantskamer.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u een geschil met uw accountant over de vraag of hij/zij de benodigde vakbekwaamheid, zorgvuldigheid en deskundigheid in acht heeft genomen bij de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden? Of heeft u schade geleden als gevolg van een fout van een accountant? Neem dan contact met ons op.

Jamiro van de Wiel

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Jamiro van de Wiel

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant