Advocaat krijgt berisping voor bijstaan verschillende partijen in zelfde zaak

Eind 2015 heeft meneer A meneer D benaderd om hem te helpen met de verkoop van gerestaureerde voertuigen. Meneer D gaat met het voorstel akkoord en in beginsel verloopt de samenwerking voorspoedig. Enige tijd later krijgt meneer D gezondheidsproblemen. Hierdoor ziet hij zich genoodzaakt alle voertuigen snel van de hand te doen. Op 14 maart 2017 doet meneer D aangifte bij de politie tegen meneer A vanwege oplichting dan wel verduistering. Naar aanleiding van deze aangifte wordt de auto van meneer A in beslag genomen door het Openbaar Ministerie. In verband met deze inbeslagname benadert meneer A samen met meneer B advocaat X voor juridische bijstand. Advocaat X accepteert de hulpvraag van de heren A en B en op 1 juni 2017 ondertekent meneer B de opdrachtbevestiging. Vervolgens heeft advocaat X namens meneer A een klaagschrift ingediende tegen de inbeslagname van de auto. Vanwege deze werkzaamheden verstuurd advocaat X de factuur voor zijn werkzaamheden op verzoek van meneer B aan meneer A. Enige tijd later verricht advocaat X werkzaamheden voor meneer D. Op 29 mei 2018 heeft advocaat X namens meneer D een beslagrekest ten laste van onder meer meneer A ingediend.

Klacht over handelwijze advocaat

Meneer A kan zich niet vinden in het feit dat advocaat X werkzaamheden voor meneer D heeft verricht. Daarom dient hij een klacht in tegen advocaat X bij de deken van de Orde van Advocaten. De klacht wordt vervolgens voorgelegd aan de Raad van Discipline. In de klacht stelt meneer A dat advocaat X tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door meneer D bij te staan in een zaak tegen meneer A. Eerder heeft advocaat X meneer A bijgestaan in een zaak waaraan hetzelfde feitencomplex ten grondslag lag. Door nu meneer D bij te staan heeft de advocaat in strijd met de gedragsregels voor advocaten gehandeld, aldus meneer A.

Onder strikte voorwaarden mag advocaat optreden tegen voormalig cliënt

Alvorens inhoudelijk in te gaan op de klacht overweegt de Raad van Discipline dat een advocaat in het algemeen niet mag optreden tegen een voormalig cliënt van hem of een kantoorgenoot. Dit komt voort uit het feit dat een advocaat dient te vermijden dat hij in een belangenconflict zou kunnen raken. Daarnaast moet een cliënt ervan kunnen uitgaan dat vertrouwelijke informatie over hemzelf niet tegen hem zal worden gebruikt. Van deze hoofdregel mag worden afgeweken indien aan drie strikte voorwaarden wordt voldaan. Om te bepalen of aan de drie voorwaarden is voldaan moet worden beoordeeld aan de hand van concrete omstandigheden van dat specifieke geval. Wordt niet aan alle voorwaarden voldaan dan heeft een advocaat gehandeld in strijd met de gedragsregels. Wanneer in strijd met de gedragsregels wordt gehandeld wordt dat handelen aangemerkt als een tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

Advocaat handelt in strijd met gedragsregels

Om te beoordelen of in dit geval aan alle voorwaarden wordt voldaan toetst de Raad van Discipline de omstandigheden aan de in de gedragsregels genoemde voorwaarden. De eerste voorwaarden is dat de aan de advocaat toevertrouwde belangen niet dezelfde kwestie betreffen en dat er geen verband bestaat tussen de twee aangelegenheden. In dit geval is de Raad van oordeel dat niet aan deze voorwaarde is voldaan. Beide zaken gaan in de kern om het feit dat meneer A meneer D heeft benaderd om hem te helpen met de verkoop van gerestaureerde voertuigen. Omdat aan alle drie de voorwaarden van de gedragsregels voldaan moet worden kan de Raad van Discipline al vast stellen dat het advocaat X niet vrij stond om meneer D bij te staan. Voor de volledigheid behandelt de Raad ook de andere twee voorwaarden waaraan advocaat X had moeten voldoen. De tweede voorwaarde is dat de advocaat niet beschikt over vertrouwelijk dan wel zaaksgebonden informatie. Met name deze voorwaarde strekt er toe te voorkomen dat een advocaat verzeild raakt in een belangenconflict. Uit de door meneer A overlegde stukken blijkt dat advocaat X zijn beslagrekest heeft gebaseerd op informatie die hij eerder van meneer A heeft ontvangen. Ook aan de tweede voorwaarde wordt naar het oordeel van de Raad van Discipline dan ook niet voldaan. De laatste voorwaarde waaraan een advocaat moet voldoen wanneer hij wil optreden tegen een voormalige cliënt houdt in dat er geen redelijke bezwaren bestaan bij de voormalig cliënt. In dit geval heeft meneer A zijn bezwaren over het bijstaan van meneer D duidelijk kenbaar gemaakt aan advocaat X. Dit betekent dat ook aan deze voorwaarde niet wordt voldaan.

Advocaat krijgt maatregel van berisping

De Raad van Discipline concludeert dat een advocaat enkel mag optreden tegen een voormalig cliënt indien aan drie strikte voorwaarden wordt voldaan. In dit geval heeft advocaat X aan geen enkele van deze voorwaarden voldaan. Dit betekend dat advocaat X in strijd met de gedragsregels heeft gehandeld door meneer D bijstand te verlenen. Advocaat X heeft daarmee tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gelet op het tuchtrechtelijke verleden van advocaat X acht de Raad van Discipline de maatregel van berisping in dit geval passend en geboden.

Lees hier de volledige uitspraak van de Raad van Discipline.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant