Appellant en de accountant hebben in 2016 in Dubai een bedrijf opgericht. Dit bedrijf hield zich bezig met het leveren van verschillende financiële diensten. In 2018 raakte het bedrijf in financiële problemen. Ook ontstonden tussen appellant en de accountant spanningen.

Op een gegeven moment is de accountant door de rechtbank in Dubai bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar vanwege het uitschrijven van een ongedekte cheque.

Het bedrijf was partij bij een geschil dat werd behandeld voor het London Court of International Arbitration (LCIA). Op 17 oktober 2018 en op 14 november 2018 heeft een medewerker van het LCIA per e-mail contact gezocht met appellant en de accountant als bestuurders van het bedrijf om te vragen naar welke bankrekening een bedrag van £ 27.370,93 kon worden geretourneerd aan het bedrijf. Op 20 november 2018 heeft de accountant per e-mail aan het LCIA laten weten dat het bedrag kon worden overgemaakt naar een bankrekening van een ander bedrijf. Het bedrag is vervolgens overgemaakt naar het door de accountant genoemde bankrekeningnummer.

De klacht

De accountant wordt verweten dat hij in strijd heeft gehandeld met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels. Ten grondslag daaraan liggen de volgende verwijten:

  • de accountant heeft een strafbaar feit gepleegd door het afgeven van een ongedekte cheque;
  • de accountant heeft ten onrechte gelden die toebehoorden aan het bedrijf laten uitbetalen aan een andere onderneming, waarvan de accountant en zijn echtgenote bestuurder waren;
  • de accountant heeft zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrifte en oplichting door het verstrekken van valse salarisspecificaties aan banken;
  • de accountant heeft hetzij, nadat hij ontslag had genomen als bestuurder van het bedrijf, onbevoegd handelingen verricht namens het bedrijf, hetzij de brief waarmee hij ontslag heeft genomen als bestuurder van het bedrijf geantedateerd.

De uitspraak van de Accountantskamer

De Accountantskamer heeft de klacht ontvankelijk verklaard en vervolgens het eerste klachtonderdeel ongegrond verklaard, het tweede en derde klachtonderdeel gegrond verklaard en klachtonderdeel d buiten behandeling gesteld. Aan de accountant werd de maatregel van berisping opgelegd.

De beoordeling van het College

De accountant heeft zich op het standpunt gesteld dat de Accountantskamer de klacht ten onrechte inhoudelijk heeft behandeld. Volgens de accountant bestond het bedrijf ten tijde van de behandeling ter zitting niet meer. Daarnaast heeft appellant volgens de accountant niet voldaan aan de vereisten van artikel 22, derde lid, van de Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra), op grond waarvan in het klaagschrift de feiten moeten staan vermeld alsmede alle op de zaak betrekking hebbende stukken moeten worden overgelegd.

Ook is volgens de accountant sprake van misbruik van klachtrecht. Volgens de accountant blijkt uit de gebeurtenissen in Dubai en de overgelegde stukken dat appellant de tuchtprocedure niet gebruikt om het doel van het tuchtrecht te dienen, maar uitsluitend om de accountant persoonlijk te treffen, op hoge kosten te jagen én het leven zo zuur mogelijk te maken, teneinde zijn eigen zakelijke doelen te realiseren.

Naar het oordeel van het College heeft de accountantskamer de klacht terecht inhoudelijk behandeld. Dat het bedrijf ten tijde van de behandeling ter zitting van de accountantskamer niet meer bestond, zoals accountant heeft gesteld, doet daaraan niet af. De inhoudelijke beoordeling was immers al gerechtvaardigd omdat de klacht tevens was ingediend door appellant. De grieven van de accountant ten aanzien van de inhoudelijke behandeling van de klacht falen.

Het College ziet daarnaast ook geen reden waarom de Accountantskamer had moeten afzien van een inhoudelijke behandeling vanwege misbruik van klachtrecht. Het is volgens vaste rechtspraak niet relevant of de klager belang heeft bij het indienen van een klacht. De enkele omstandigheid dat appellant een klacht heeft ingediend over het handelen van accountant nadat hij en de accountant gebrouilleerd zijn geraakt, maakt nog niet dat sprake is van misbruik van klachtrecht.

Het College laat vervolgens de inhoudelijke beoordeling van de Accountantskamer in stand. Grieven van beide kanten slagen niet. Het College heeft geen nieuwe omstandigheden vastgesteld. Het College acht evenals de Accountantskamer de maatregel van berisping in dit geval passend en geboden.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant