Uitspraak: Klaagster voldoet niet aan stel- en bewijsplicht in klacht tegen accountants

Betrokkenen zijn beiden als registeraccountants verbonden aan accountantskantoor 1. Betrokkene (1) heeft goedkeurende controleverklaringen gegeven bij de jaarrekeningen van NV1: over 2012 op 15 maart 2013; over 2013 op 14 maart 2014 en over 2014 op 13 maart 2015. Betrokkene (2) heeft goedkeurende controleverklaringen gegeven bij de jaarrekeningen van BV1: over 2012 op 12 september 2013; over 2013 op 18 december 2014 en over 2014 op 9 oktober 2015. Betrokkene (2) heeft goedkeurende controleverklaringen gegeven bij de jaarrekeningen van NV2: over 2013 op 21 maart 2014 en over 2014 op 30 maart 2015. In deze jaarrekeningen zijn de financiële gegevens van NV3, sinds 1 juni 2008 een 100% dochtermaatschappij, geconsolideerd verwerkt. BV1 is een dochtermaatschappij van NV3.

Klaagster heeft ter onderbouwing van haar klacht een drietal artikelen uit de NRC overgelegd: gepubliceerd op 24 februari 2017, 25 februari 2017 en in de weekendbijlage 25-26 februari 2017.

De klacht

Betrokkenen hebben volgens klaagster gehandeld in strijd met de voor hen geldende gedrags- en beroepsregels. Volgens klaagster hebben betrokkenen jarenlang kennis gehad van de omkopingsfraude bij een dochter van NV1 en hebben gedurende de periode van 18 juli 2011 tot en met 31 december 2014 nagelaten de in de periode 2009 tot en met 2014 door BV1 gepleegde fraudes aan de bevoegde autoriteiten te melden.

Klaagster heeft haar klacht onderbouwd met een drietal krantenartikelen uit de NRC. Klaagster wijst met name op een memo van 3 februari 2010 van een directielid van NV3. Volgens klaagster heeft het directielid in dit memo geschreven dat de accountant het bedrijf reeds twee maanden eerder had gewaarschuwd dat de betaling van commissies beschouwd zou kunnen worden als omkoping. Tevens stelt klaagster dat accountantskantoor1 een afschrift van dit memo heeft ontvangen.

Betrokkenen ontkennen in de door klaagster aangegeven periode van 18 juli 2011 tot en met 31 december 2014 op de hoogte te zijn geweest van de beweerdelijke fraude.

De Accountantskamer overweegt dat klaagster, op wie in dezen de stelplicht en bewijslast rust, met de overgelegde krantenartikelen uit de NRC, niet, althans onvoldoende, aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkenen kennis hadden van de beweerdelijke frauduleuze gedragingen van BV1.

Vervolgens overweegt de Accountantskamer ten aanzien van beide betrokkenen, (voor zover zij al kennis zouden hebben gehad van de beweerde fraudes bij BV1 en voor zover al op (één van) hen een wettelijke verplichting tot melding van fraudes aan bevoegde autoriteiten zou rusten,) dat klaagster, op wie in dezen de bewijslast rust, nog niet het begin van bewijs heeft aangedragen dat betrokkenen ook daadwerkelijk geen melding hebben gedaan. Daarbij tekent de Accountantskamer aan dat bijvoorbeeld paragraaf 3.5 van de Wet witwassen en financiering terrorisme inderdaad aan een accountant geheimhouding oplegt over het feit of door hem of zijn accountantsorganisatie een FIU-melding is gedaan.

De klacht wordt ongegrond verklaard.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Joost Papeveld

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant