Uitspraak: Meer zorgvuldigheid mag van accountant worden verwacht, maar geen sprake van tuchtrechtelijk feit

Klaagster is een stichting die onder meer de bouw beheerd van een nieuw ziekenhuis. Op 11 augustus 2011 hebben het Land en klaagster een overeenkomst gesloten. Hierin is vastgelegd welke taken klaagster zal uitvoeren en op zich zal nemen. Tevens is vastgelegd dat het Land het project zal financieren uit publieke middelen en dat die middelen in delen ter beschikking worden gesteld aan klaagster.

Bij uitvoering van de werkzaamheden wordt van BV1 gebruik gemaakt. Op 16 augustus 2011 is een managementovereenkomst gesloten tussen klaagster en BV1. Daarin worden verschillende onderdelen van klaagsters werkzaamheden uitbesteed.

Tijdens de uitvoering van diverse werkzaamheden zijn problemen ontstaan. Klaagster had onder andere problemen met het Land, de bouwer van het ziekenhuis en BV1. In verband met problemen tijdens de uitvoering heeft het Land in 2013 een onafhankelijke evaluatiecommissie benoemd. Deze commissie onderzocht onder meer het financiële beheer. Op 22 december 2016 heeft de commissie een tussentijds rapport uitgebracht. Op basis hiervan heeft het Land klaagster ontheven van werkzaamheden. Het gaat om werkzaamheden betreffende de inrichting van het ziekenhuis en de overgang van het personeel.

Vervolgens heeft klaagster wegens geschillen de managementovereenkomst ontbonden. Klaagster was het niet eens met de financiële verantwoording en de manier van declareren van haar kosten. Omdat niet de volledige projectadministratie aan klaagster is overgedragen, heeft zij een kort geding aangespannen.

Op de zitting d.d. 30 augustus 2017 zijn de volgende afspraken gemaakt: “Partijen wijzen stichting C aan als de onafhankelijke accountant die, in overleg met de eigen accountants van partijen, de verstrekking van gegevens betreffende de door BV1 gevoerde fysieke en digitale administratie zal leiden en begeleiden, waarbij de bepalingen uit de managementovereenkomst en de Beheersovereenkomst richtinggevend zullen zijn”.

Op 6 oktober 2017 is klaagster een procedure tegen BV1 gestart bij het gerecht in eerste aanleg van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. De vraag rijst of de managementovereenkomst terecht is beëindigd en welk bedrag BV1 aan klaagster moet betalen.

Bij besluit van de Raad van Ministers is stichting C aangesteld om controle uit te oefenen op de administratie van klaagster. Tevens dient een nulmeting van het project te worden uitgevoerd. In goed overleg tussen C en zijn accountantskantoor en BV1 is een opdracht overeengekomen. De werkzaamheden dienen slechts ter assistentie in het afleggen van verantwoording. Het betreffen geen controle-, beoordelings- of andere assurance-opdrachten. Aan de rapportage kan geen zekerheid worden ontleend over de getrouwheid van het cijfermateriaal en de toelichtingen.

Kostenoverzichten worden onderzocht en er wordt vastgesteld of deze kunnen worden onderbouwd met onderliggende documentatie, zoals facturen, contracten, overeenkomsten etc. De rapportage bestaat uit feitelijke bevindingen die zich beperken tot kostenoverzichten. De rapporten mogen niet zonder schriftelijke toestemming aan andere ter beschikking worden gesteld.

In mei 2018 is het rapport als productie toegevoegd bij een lopende gerechtelijke procedure. Klaagster vindt dat het rapport inhoudelijk ernstig tekortschiet, nu meerdere keren wordt verwezen naar een beheersovereenkomst die zou zijn opgezegd, waarvan geen sprake is. Tevens zou sprake zijn van een discrepantie in de doelomschrijving van de werkzaamheden zoals verwoord in de opdrachtbevestiging. De advocaat van klaagster heeft gesommeerd het rapport in te trekken.

C geeft aan dat zij geen toestemming heeft gegeven en ook niet had gegeven om het rapport in een rechtsgeding te gebruiken, nu het daar niet voor geschreven is.

Een accountant is onderworpen aan tuchtrechtspraak indien sprake is van handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtens de Wab of in strijd met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep. Het handelen en/of nalaten moet worden getoetst aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Betrokkene heeft terecht en afdoende maatregelen getroffen. Hij heeft zowel de opdrachtgever als het Gerecht bericht. Betrokkene kan dan ook niet worden verweten dat geen passende maatregelen zijn getroffen.

Volgens betrokkene was sprake van verschrijvingen die hij heeft gecorrigeerd in een erratum. Daarnaast heeft betrokkene contact gehad om te verifiëren of er misverstanden bestonden over de vraag welke overeenkomsten werden bedoeld. Dat bleek niet zo te zijn. De Accountantskamer overweegt dat het onjuist aanhalen zeer slordig is. De kern wordt door de onjuistheden niet geraakt en is niet in dermate relevant voor de rapportage. Er mag meer zorgvuldigheid worden verwacht, maar er is geen sprake van een tuchtrechtelijk relevant feit.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Zorgplicht advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaren met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Joost Papeveld

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant