Uitspraak: Niet schriftelijk bevestigen leidt niet tot vervallen van de betalingsplicht

De klant van een accountantskantoor voerde aan dat een accountant de zorgplicht die op haar rust heeft geschonden, door de opdracht niet schriftelijk te bevestigen. Volgens de klant schrijft het tuchtrecht voor dat een accountant een opdracht schriftelijk bevestigt. Omdat de schriftelijke bevestiging ontbreekt, is het volgens de klant aan het accountantskantoor om te onderbouwen dat zij aanspraak kan maken op volledige betaling van twee facturen.

Klant: de opdracht is niet schriftelijk bevestigd

De klant meent dat het accountantskantoor de zorgplicht die op haar rust heeft geschonden, door de opdracht van de klant aan het accountantskantoor niet schriftelijk te bevestigen. Kern van het geschil is of het accountantskantoor daarvoor een te hoog bedrag in rekening heeft gebracht. Enerzijds omdat werkzaamheden in rekening zijn gebracht waarvoor geen opdracht bestond. Anderzijds omdat een te hoog tarief is berekend.

Het aantal bestede uren is volgens de klant bovenmatig en de klant heeft er niet mee ingestemd. De klant betwist dat alle in rekening gebrachte werkzaamheden noodzakelijk waren. Zij voert aan dat zij ook nooit toestemming heeft gegeven voor het bijwerken van de administratie tot en met juni 2020. Het accountantskantoor dient te onderbouwen dat de gestelde werkzaamheden zijn verricht en de specificatie daartoe is volgens de klant onvoldoende.

Het accountantskantoor stelt dat er volgens haar geen tuchtrechtelijke regels zijn, die schriftelijke bevestiging voorschrijven. Ook uit feiten en omstandigheden kan worden afgeleid dat een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen. Alle werkzaamheden die zij heeft verricht, zijn verricht in het kader van de door de klant verstrekte opdracht. Zij heeft haar werkzaamheden gespecificeerd. Die specificatie is niet gemotiveerd betwist, aldus het accountantskantoor.

Een overeenkomst van opdracht kan zowel mondeling als schriftelijk tot stand komen

Zoals partijen ook onderkennen, moet de rechtsverhouding tussen partijen worden aangemerkt als een overeenkomst van opdracht. Een overeenkomst van opdracht kan zowel mondeling als schriftelijk tot stand komen. Eventuele tuchtregels die zouden voorschrijven dat een overeenkomst schriftelijk zou moeten worden bevestigd, doen aan de rechtsgeldigheid van de overeenkomst niet af. Anders dan de klant lijkt te suggereren, valt dan ook niet in te zien waarom het niet schriftelijk vastleggen van de overeenkomst ertoe zou moeten leiden dat zij niet voor de werkzaamheden zou hoeven te betalen. Het gaat erom wat partijen zijn overeengekomen en wat zij over en weer van elkaar mochten verwachten.

Bij de beantwoording van die vraag komt het aan op het volgende. Van belang is de zin die partijen in de gegeven omstandigheden, gelet op hun verklaringen en gedragingen over en weer, redelijkerwijs daaraan mochten toekennen. En op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, het zogenoemde “Haviltex-criterium”. Verder geldt dat de accountant zich dient te gedragen als een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot.

Het ligt (gelet op de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) inderdaad op de weg van het accountantskantoor om te specificeren welke werkzaamheden zij heeft verricht. Dit indien de klant daarom verzoekt. Vaststaat dat het accountantskantoor bij e-mail van 14 april 2020 aan de klant een specificatie van de facturen van 5 maart 2020 en 7 april 2020 heeft gegeven. Deze specificatie geeft naar het oordeel van het hof voldoende inzicht in de verrichte werkzaamheden.

Gerechtshof: de klant dient het accountantskantoor te betalen voor de verrichte werkzaamheden

De klant is van mening is dat het accountantskantoor andere of meer werkzaamheden heeft verricht dan waartoe zij opdracht heeft gegeven. Daarom ligt het op de weg van de klant om uit te moeten leggen welke werkzaamheden ten onrechte in rekening worden gebracht. Dat heeft zij niet (voldoende) gedaan. De niet beargumenteerde betwisting volstaat niet. De enkele stellingen dat de uren bovenmatig waren, dan wel niet noodzakelijk, zijn te vaag. Evenmin heeft de klant geconcretiseerd dat een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot minder tijd zou hebben besteed aan het uitvoeren van de opgedragen werkzaamheden. Gelet hierop is het hof van oordeel dat de klant het accountantskantoor moet betalen voor de door het accountantskantoor verrichte werkzaamheden.

Hier kunt u de gehele uitspraak van het Gerechtshof Den Haag lezen.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Jip van Vlokhoven

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant