Uitspraak: Ondernemer draait zelf voor schade op na brand in bedrijfspand

Meneer A heeft een eenmanszaak die handelt in exclusieve auto’s. Meneer A is daarnaast ook directeur-grootaandeelhouder van Bedrijf 1 B.V. (hierna: “B1”). B1 is weer directeur-grootaandeelhouder van Bedrijf 2 B.V. (hierna: “B2”). B2 houdt zich bezig met de productie en verkoop van klimmaterialen.  Meneer A heeft in juni 2007 een brandverzekering afgesloten voor zijn eenmanszaak bij ASR Schadeverzekering N.V. (hierna: “ASR”) op adres 1. Het verzekerd bedrag wordt meermaals gewijzigd en in 2014 zijn de ‘goederen’ verzekerd voor een bedrag van € 147.500,00 en de ‘inventaris en goederen’ voor € 672.300,00. Onder ‘goederen’ vallen 3 Chevrolets Corvette. Onder ‘inventaris en goederen’ vallen de motorrijtuigen die behoren tot de handelsvoorraad. Meneer A heeft bij REAAL Verzekeringen (hierna: “REAAL”) een bedrijfsverzekering afgesloten.

Bijna € 130.000 schade na brand in bedrijfspand

Op 25 januari 2015 is er brand uitgebroken in het bedrijfspand van meneer A. Daarbij is er € 129.655,45 schade ontstaan aan de auto’s. Echter is ASR slechts bereid om 10% van de totale schade te vergoeden omdat de auto’s niet op adres 1 stonden maar op het vestigingsadres. Meneer A was het hier niet mee eens en start een procedure bij de rechtbank. De gedaagde is echter niet ASR maar de verzekeringstussenpersoon die de verzekering sinds 2010 in zijn portefeuille heeft.

Meneer A vordert dat de rechtbank de verzekeringstussenpersoon veroordeelt tot betaling van de overige € 104.655,45 omdat hij zijn zorgplicht heeft geschonden. De verzekeringstussenpersoon was ermee bekend dat niet alle auto’s op adres 1 stonden en hij had meneer A dan ook moeten waarschuwen dat dit gevolgen zou hebben voor de dekking van de verzekering.

Rechtbank: verzekeringstussenpersoon heeft een zorgplicht, echter is deze wel begrensd

De rechtbank oordeelt dat een verzekeringstussenpersoon tegenover meneer A de zorg dient te betrachten die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsgenoot mag worden verwacht. De verzekeringstussenpersoon hoort alert te zijn en meneer A tijdig informeert over de gevolgen van bijvoorbeeld de auto’s stallen op een ander adres. Echter kent de zorgplicht ook een grens. De verzekeringstussenpersoon mag er ook op vertrouwen dat meneer A voldoende inzicht heeft in de dekking van de polis. De rechtbank oordeelt dan ook dat er geen misverstand kon zijn over de polisvoorwaarden. Er blijkt duidelijk uit het polisblad dat de verzekering slechts op adres 1 van toepassing was en er waren zelfs nog speciale brand- en beveiligingseisen gesteld aan het adres waar de auto’s gestald waren.

De verzekeringstussenpersoon heeft zijn zorgplicht niet geschonden omdat een ondernemer wordt geacht de polisvoorwaarden te kunnen lezen en doorgronden. Dat meneer A geen tijd heeft gehad om deze voorwaarden door te lezen komt voor zijn eigen risico. Omdat de auto’s zich niet bevonden op het verzekerde adres zijn deze dus ook niet gedekt door de verzekering waardoor meneer A zelf de schade aan de auto’s dient te betalen.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Bent u ook niet voldoende voorgelicht over de polisvoorwaarden van uw verzekering door uw tussenpersoon en leidt u als gevolg hiervan schade of dreigt u schade te gaan leiden, neem dan vrijblijvend contact met ons op. Klik hier voor contact.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

Jamiro van de Wiel

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Monique Ebben

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant