Uitspraak: Termijnen tuchtrechtprocedure zijn absoluut en hard

Betrokkene staat ingeschreven in het register voor de registeraccountant. Betrokkene heeft een persoonlijke vennootschap (BV1). Hij is enig aandeelhouder van BV1 en bestuurder van BV2. De echtgenote van betrokkene is bestuurder van BV3 en houder van alle aandelen van BV3. Deze vennootschap is enig aandeelhoudster en bestuurder van BV4.

De aandelen van X1 worden gehouden door BV5, waarvan X2 directeur-grootaandeelhouder is (BV6), waarvan X3 directeur-grootaandeelhouder is en BV7. Deze vennootschappen zijn bestuurders van X1, met uitzondering van BV7: een vennootschap van een derde. X1 was tot december 2017 aandeelhoudster van BV8.

Bedrijfsvoering van X1

X1 is een BV dat software ontwikkelde en verkocht waarmee medische ondernemers online een praktijk kunnen voeren. Tevens verricht het bedrijf ook administratieve diensten, zoals belastingaangiften, salarisadministratie en opmaken van jaarrekeningen. Het opmaken van jaarrekeningen gebeurde onder de naam A.

Een van de grootste klanten van X1 was B. De relatie tussen X1 en B werd rond 2011 beëindigd. Dit had tot gevolg dat X1 niet meer in staat was om de facturen van de vaste accountant te voldoen. De samenwerking tussen de accountant en X1 eindigde ook. X1 was op dat moment de accountant nog 650.000 euro schuldig, wat X1 niet kon voldoen. Een faillissement dreigde.

Samenwerking aangegaan met betrokkene

X1 is vervolgens met betrokkene in contact gekomen en een samenwerking aangegaan. BV2 (in de persoon van betrokkene) heeft volgens opdracht de jaarrekening over 2010 opgemaakt. Betrokkene heeft in 2012 de conceptjaarrekening van 2011 opgesteld. Op 22 november 2012 is X2 op de hoogte gebracht van het feit dat betrokkene de accountant-cliënt relatie wilde beëindigen. Betrokkene nam genoegen met een betaling van 125.000 euro en schold het restant kwijt.

Intentieovereenkomst

Medewerkers die werkzaamheden verrichten voor A kwamen op de loonlijst van A. In de intentieovereenkomst is het volgende overeengekomen: BV7 verstrekt een lening van 50.000 euro aan X1. BV1 stelt maximaal 150.000 euro ter beschikking ter verwerving van een 50%-belang in de nieuwe vennootschap die A gaat exploiteren. Daarover is in de LOI opgenomen: “Deze onvoorwaardelijke commitment zal bestaan uit een storting van 50.000 euro ineens, 50.000 euro middels een onvoorwaardelijke borging aan BV7 en 50.000 euro voor zover dit niet kan worden opgebracht uit de lopende exploitatie van het A”.

Reorganisatie

Voordat de nieuwe vennootschap werd opgericht ten behoeve van A heeft BV2 een viertal leningen verstrekt aan X1, in totaal voor 150.000 euro. In deze geldleningsovereenkomst is bepaald dat X1 ter zekerheid onderpand aanbied in de vorm van de aandelen van zijn onderneming dan wel zijn deelnemingen. Deze pandakte is niet door X1, maar wel door BV1 ondertekend.

BV2 heeft in 2012 verzocht om terugbetaling van deze leningen, maar hierover is geen overeenstemming bereikt. Eind 2013 is wel overeengekomen dat de MKB-klanten van X1 verkocht zouden worden aan BV2 en BV4. De overige klanten zouden worden overgedragen aan BV8. Deze reorganisatie is uiteindelijk niet doorgezet.

Regeling openstaande schulden en leningen

In 2014 is opnieuw onderhandeld. Betrokkene is met X1 overeengekomen dat hij geld beschikbaar wilde stellen in ruil voor aandelen in X1. Deze aandelen zouden aan BV3 worden overgedragen. X1 en BV8 groeide in 2014 en 2015 aanzienlijk waardoor het mogelijk was om een krediet van de bank te verkrijgen van 325.000 euro. Betrokkene heeft op 14 september 2016 gevraagd om overleg omtrent openstaande leningen en schulden. Op 22 december dat jaar zijn partijen een regeling overeengekomen. BV1, BV2, BV3 en BV4 hebben op 23 oktober 2018 conservatoir derdenbeslag laten leggen ten laste van X1 en daarnaast X1, BV5, X2, BV6 en X3 voor de civiele rechter gedagvaard.

Gedrags- en beroepsregels accountant

Klagers verwijten betrokkene dat hij in strijd heeft gehandeld met de gedrags- en beroepsregels. Daarbij worden onder andere de volgende verwijten gemaakt. Betrokkene heeft fundamentele beginselen niet geïdentificeerd en beoordeeld, betrokkene is niet eerlijk geweest over storting van risicodragend kapitaal, betrokkene heeft vertrouwelijke gegevens gebruikt om hen te dwingen tot beëindiging van de samenwerking en betrokkene heeft de in de LOI vastgestelde afspraken niet uitgevoerd.

Oordeel Accountantskamer

De Accountantskamer heeft het volgende overwogen. De registeraccountant is onderworpen aan tuchtrechtspraak indien het gaat om enig handelen of nalaten. De periode waarop het handelen en/of nalaten betrekking heeft, moet worden getoetst aan de gedragscodes die in de betreffende periode werking hebben gehad. Ook wordt gekeken naar de betreffende termijnen die gelden. De kamer acht de klacht voldoende duidelijk gesubstantieerd.

De klacht die voortvloeit uit de handelingen in 2011 en 2012 zijn niet-ontvankelijk. De kamer ziet geen reden om ervan uit te gaan dat het gaat om nieuwe zelfstandige gedragingen waarvoor een nieuw vervaltermijn geldt. De klacht met betrekking tot het gedrag in de periode van 10 december 2012 en 10 december 2015 is eveneens niet-ontvankelijk gezien de termijn. Gedragingen van 10 december 2015 tot het moment van indiening klaagschrift is wel ontvankelijk. Hieronder valt de poging tot het versterken van X1 en BV8 en het overeenkomen van de terugbetalingsregeling. Daarover is onenigheid blijven bestaan.

Daarnaast komt de kamer tot het oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat betrokkene bewust juiste of misleidende standpunten heeft ingenomen. Alleen het feit dat klagers en betrokkene het niet eens zijn over de uitleg en afwikkeling van de afspraken maakt dat niet anders. Hierdoor kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt: de civiele rechter oordeelt hierover. Daarom is de klacht met betrekking tot gedragingen van 10 december 2015 tot het moment van indiening van het klaagschrift ongegrond.

Klik hier voor het volledige feitenrelaas van de uitspraak van de Accountantskamer.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u een geschil met uw accountant over de vraag of hij/zij de benodigde vakbekwaamheid, zorgvuldigheid en deskundigheid in acht heeft genomen bij de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden? Heeft uw accountant uw opdrachten niet naar behoren uitgevoerd? En heeft u als gevolg daarvan schade geleden? Neem dan contact op met een van de gespecialiseerde advocaten van Zorgplicht Advocaten.

Monique Ebben

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant