Uitspraak: Tussenpersoon moet factuur met € 1.405 verlagen door ontbreken van de urenregistratie

Een man van 80 jaar oud (hierna: “meneer C”) wil graag zijn hypotheek oversluiten en gaat voor advies naar Bles & Van der Does Assurantiën B.V. (hierna: “tussenpersoon”). Meneer C kiest uiteindelijk voor een particuliere hypotheek van € 103.950 met een looptijd van dertig jaar tegen 4% rente. Deze kan hij zonder boeterente omzetten naar ING Bank tegen 2,45% rente. De komende 10 jaar zou meneer C een vaste rente van 2,45% betalen wat uitkomt op € 212 per maand. De kosten voor het advies heeft de tussenpersoon vastgesteld op € 3.200. In het dienstverleningsdocument is opgenomen dat indien de opdracht tussentijds ingetrokken wordt de tot dan gemaakte uren in rekening worden gebracht.

De offerte is door Meneer C op 19 juni 2015 bij hem thuis ondertekend. Op 25 juni 2015 heeft meneer C een email gestuurd aan de tussenpersoon dat hij niet verder wil met de hypotheek omdat zijn broer (de huidige hypotheekverstrekker van meneer C) bereid is de hypotheek voort te zetten voor € 212.  De tussenpersoon heeft op dezelfde dag een mail terug gestuurd aan meneer C dat er inmiddels 70% van het werk dat nodig is om de hypotheek om te zetten is verricht en dat meneer C € 2.240 verschuldigd is voor de al uitgevoerde werkzaamheden. Op 30 juni 2015 heeft meneer C aan de tussenpersoon een email gestuurd met een aantal vragen. Onder andere over het dienstverleningsdocument en het tarief wat in rekening is gebracht. Meneer C vraagt in deze mail om één of meer documenten waaruit blijkt dat de werkzaamheden die zijn begroot op € 2.240 ook daadwerkelijk zijn verricht en een bewijs dat het dienstverleningsdocument is toegestuurd aan meneer C. De tussenpersoon stuurt daarop nog een reactie per mail, maar beantwoordt niet de vragen die meneer C heeft gesteld.

Eerste onderdelen van de klacht van de consument leiden niet tot toewijzing van zijn vordering

Meneer C dient vervolgens een klacht in bij de Commissie van het Kifid. Hij vordert dat het het factuurbedrag van € 2.240 niet betaald hoeft te worden. De klacht van meneer C bestaat uit een aantal onderdelen. Als eerste klacht stelt meneer C dat de opdracht tot dienstverlening niet vooraf aan hem is toegezonden. Ook is dit niet met meneer C doorgenomen en heeft de tussenpersoon geen kopie achtergelaten na ondertekening. De Commissie oordeelt dat op deze grond de vordering niet kan worden toegewezen, het enkel ondertekenen van het dienstverleningsdocument is in dit geval voldoende. In de tweede klacht stelt meneer C dat hij de opdracht heeft geannuleerd binnen de bedenktijd. De commissie oordeelt echter dat dit niet het geval is, omdat er geen bedenktijd van toepassing was. De derde en vierde klacht betreffen het oversluiten van de hypotheek van meneer C zonder toereikende inlichtingen in te winnen waardoor niet in het belang van meneer C is gehandeld. De Commissie is ook hier van mening dat dit niet kan leiden tot toewijzing van de vordering.

Maar het laatste onderdeel wel: Kifid verlaagt de factuur van de tussenpersoon met € 1.405

Bij de vijfde en laatste klacht staat de vraag centraal welke werkzaamheden zijn verricht door de tussenpersoon en of hij daar € 2.240 voor in rekening mocht brengen. Volgens de tussenpersoon is er ruim 25 uur aan het dossier gewerkt terwijl meneer C van mening is dat het totaal ongeveer 3,5 uur bedraagt. De tussenpersoon kan geen specificatie overleggen waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk 25 uur aan het dossier heeft gewerkt. Ook heeft hij geen uurtarief afgesproken met meneer C. Het standaardtarief zoals opgenomen in het dienstverleningsdocument voor een vergelijkbare zaak als de zaak van meneer C is € 2.500. De Commissie oordeelt dat er geen (voldoende) onderbouwing is waarom de zaak van meneer C gefactureerd zou moeten worden volgens het speciale tarief van € 3.200.De Commissie stelt daarom zelf het bedrag vast dat de tussenpersoon in redelijkheid in rekening had mogen brengen. De Commissie gaat uit van het standaardbedrag van € 2.500 en oordeelt dat er maximaal een derde van het standaardbedrag in rekening gebracht mag worden. Meneer C moet dus in plaats van € 2.240 nu € 835 aan de tussenpersoon te betalen.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Brengt uw tussenpersoon ook te hoge kosten in rekening en leidt u als gevolg hiervan schade of dreigt u schade te gaan leiden, neem dan vrijblijvend contact met ons op. Klik hier voor contact.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant