Uitspraak: Aan een accountant die zijn ogen niet open deed is een berisping opgelegd

Y1 en Y2 zijn staan beide ingeschreven als registeraccountant in de daartoe bestemde registers. Beiden zijn werkzaam bij A1. In de periode 2008 tot en met 2014 heeft A1 de controle van de jaarrekening van C-groep verzorgd.

In 2008 was Y1 de externe accountant van D. Voor de boekjaren 2010 t/m 2014 was hij de extern accountant van C. In de jaren 2010, 2013 en 2014 was Y2 de externe accountant van D. Voor de boekjaren 2010 t/m 2014 was hij de externe accountant van E. A2 heeft vanaf 2015 de controle voor de C-groep verzorgd. Op 15 maart heeft Y1 een goedkeurende verklaring afgegeven voor de jaarrekening van 2012 van C. Op 14 maart 2014 is ook een goedkeurende verklaring afgegeven voor de jaarrekening van 2013 van C. Y1 heeft eveneens op 13 maart 2015 een goedkeurende verklaring afgegeven over 2014.

Y2 heeft op 12 september 2013, 18 december 2014 en 9 oktober 2015 goedkeurende verklaringen afgegeven voor de jaarrekeningen van E. Daarnaast heeft Y2 ook goedkeurende controleverklaringen gegeven op 21 maart 2014 en 30 maart 2015 ten behoeve van D.

Klaagster (AFM) is een onderzoek gestart naar A1 nadat zij in de krant had gelezen over fraude bij E. De activiteiten van E bestaan uit de ontwikkeling, marketing en verkoop van afsluiters, flensafdichtingen en industriële slangen. Deze activiteiten zijn in het Midden Oosten ondergebracht. Uit het onderzoek moet blijken of A1 het bij of krachtens de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) bepaalde heeft geschonden. Klaagster heeft beschikking gekregen over diverse papieren en elektronische dossiers en diverse interviews afgenomen. Op enig moment is E overgenomen door D. Even later wordt D door C overgenomen.

Tijdens het onderzoek komt aan het licht dat contante betalingen zijn gedaan, waar geen papieren aan ten grondslag konden worden gelegd.

De klacht

Betrokkenen zouden hebben gehandeld in strijd met de voor hen geldende gedrags- en beroepsregels. Daarbij maakt klaagster in de kern de volgende verwijten:

Y1

  • Betrokkene heeft in de wettelijke controles van de boekjaren 2012 t/m 2014 als groepsaccountant van C nagelaten voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen;
  • Betrokkene heeft bij de wettelijke controle van boekjaar 2014 van C nagelaten voldoende controle-informatie te verkrijgen in verband met de commissiebetalingen.

Y2

  • Betrokkene heeft in de wettelijke controles van de boekjaren 2011 t/m 2014 van E en de boekjaren 2013 en 2014 van D nagelaten voldoende en geschikte controle-informatie te verkrijgen over de contante commissiebetalingen;
  • Betrokkene heeft niet voldaan aan de op hem volgens art. 26, tweede lid, van de Wta rustende verplichting om fraude van materieel belang aan een opsporingsambtenaar te melden.

Overweging Accountantskamer

De Kamer heeft overwogen dat de ontvankelijkheidsvraag in het kader van het tuchtrecht ziet op de periode waarin het verwijtbaar handelen of nalaten zich heeft afgespeeld. De Kamer acht de klachten ontvankelijk.

Klachten tegen Y2

Er waren voldoende signalen om te handelen naar de contante commissiebetalingen. Y2 heeft echter onderscheid gemaakt tussen het begrip contante commissiebetalingen en overige contante betalingen. Toen hij werkzaam werd als extern accountant zou geen sprake meer zijn geweest van contante commissiebetalingen. De Kamer oordeelt dat Y2 bij het controleren er niet vanuit mocht gaan dat het issue van de contante betalingen aan derden was opgelost. Steeds moet de accountant zich afvragen of er een risico op fraude is. Ook stelt de Kamer Y2 op de hoogte was van de contante betalingen nu M hem daarop per e-mail had gewezen. Het op zijn weg gelegen om meer inzicht te krijgen in de aard van deze contante betalingen.

De Kamer concludeert dat een groot aantal signalen door de accountant opgemerkt hadden moeten worden. Y2 heeft de controles met onvoldoende diepgang uitgevoerd. Y2 heeft onvoldoende inzicht verkregen en is bij de controleer voorbijgegaan aan de geldende standaarden. Het is niet aannemelijk geworden dat sprake was van fraude in het kader van materieel belang.

Klachten tegen Y1

Y1 mocht ervan uitgaan dat dergelijke contante betalingen van een op groepsniveau zo geringe omvang niet direct meebracht dat sprake was van een frauderisicofactor bij C. De Kamer acht het aanvaardbaar dat Y1 tot de conclusie is gekomen dat geen aanvullende controlewerkzaamheden diende uit te voeren. Er is in overeenstemming met de standaard gehandeld. Y1 mocht uitgaan van de informatie die hij had verkregen: Hij mocht onder de gegeven omstandigheden aannemen dat het probleem met betrekking tot de contante betalingen aan derden was opgelost.

Maatregel

De kamer legt de accountant (Y2) een berisping op wegens het verrichten van onvoldoende onderzoek naar de contante betalingen.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Zorgplicht advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Jamiro van de Wiel

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant