Uitspraak: Accountant-Administratieconsulent gaat in beroep tegen berisping

De Accountant-Administratieconsulent (AA) die in beroep ging tegen zijn berisping, bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven, kwam met lege handen thuis. Het College vindt zelfs dat de man meer te verwijten is dan in eerste instantie door de Accountantskamer is bepaald.

Aanleiding

Het gaat in deze zaak om een AA, die partner was in een accountantskantoor van zijn vrouw. Zij stelde de jaarrekening op van een BV met bijbehorende dochtervennootschappen. Ook verzorgde ze de aangiftes van de Vennootschapsbelasting (VPB). De echtgenote voerde deze werkzaamheden uit tot begin 2018. Vanaf dat moment staakte ze haar werk voor haar onderneming DGA. De reden hiervoor was omdat de BV met bijbehorende dochtervennootschappen in conflict was gekomen met een medeaandeelhouder in een van de dochtervennootschappen. In deze onderneming participeerde zij zelf voor 50%.

Inzichten

In juni dat zelfde jaar benaderde de mede aandeelhouder, die in conflict was met DGA, De AA van de BV. Hij vroeg de AA om inzichten te geven in de waarde van de aandelen van de dochteronderneming. De mede aandeelhouder verklaarde aan de AA dat hij op basis van deze gegevens in onderhandeling kon gaan om zijn aandelen te verkopen aan de wederpartij. Hij werd met zijn nieuwe BV vervolgens klant worden bij het administratiekantoor.

De uitgekochte aandeelhouder vond dat de AA, die getrouwd was met de vrouw die tot paar maanden daarvoor de boekhouding had, onzuiver gehandeld had en diende een klacht in bij de Accountantskamer. Volgens de aandeelhouder zou onder meer de waarde van de aandelen in de dochteronderneming te laag zijn vastgesteld. Dit had als gevolg dat er door deze partij financiële schade is opgelopen.

Dusdanige wijze betrokken

De Accountantskamer concludeerde in 2020 dat de AA op dusdanige wijze bij het administratiekantoor van zijn vrouw betrokken was (hetzij door de samenstel werkzaamheden zelf te verrichten dan wel daarop toe te zien, hetzij door te fungeren als adviseur en vraagbaak) dat moest worden geoordeeld dat hij voor deze werkzaamheden feitelijk verantwoordelijk was.

Op de werkzaamheden ten behoeve van het samenstellen van de jaarrekening waren de bepalingen van Standaard 4410 van toepassing, aldus de Accountantskamer. En aan die Standaard had de AA niet op juiste wijze invulling gegeven, onder meer omdat hij onvoldoende kennis van de opdrachtgever had.

Objectiviteit

De klager voerde aan dat de AA de waarde van de aandelen in de dochteronderneming met opzet te laag had gewaardeerd. Ook zou hij zijn rol als AA hierin geheim willen houden. De AA bracht hier tegenin dat geen van de betrokken partijen ten tijde van het voorval cliënten van hem waren. Als gevolg daarvan was dan ook geen sprake van een conflict tussen cliënten en was zijn objectiviteit niet in het geding.

De Accountantskamer ging hier niet in mee. Zij stelde dat de AA wist van het conflict tussen beide aandeelhouders in de BV. Toch taxeerde de AA in opdracht van de ene aandeelhouder de waarde van de aandelen van de ander, zonder hierbij alle partijen te informeren. Deze handeling had volgens de Accountantskamer het fundamentele beginsel van objectiviteit geschonden.

In strijd fundamentele beginselen

De Accountantskamer als gevolg van deze handelingen de AA berispt. Zelf vond hij deze beslissing veel te zwaar en stapte naar het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Het College deed 5 april uitspraak en volgde op alle punten de visie van de Accountantskamer.

Op een punt werd er zelfs strenger beoordeeld dan in eerste instantie werd gedaan door de Accountantskamer. De klacht dat de AA in de deponeringsstukken van de dochtervennootschap onjuiste informatie had vermeld was door de Accountantskamer ongegrond verklaard. Maar de klager wees erop dat de AA in de gedeponeerde jaarrekeningen van de dochtervennootschap en de nieuwe BV niet de juiste bestuurders had vermeld en in de deponeringsstukken van 2016 de activiteiten van de nieuwe BV onjuist had weergegeven.

De AA erkende in hoger beroep dat onjuist had gehandeld. Toch vond hij dat hem geen verwijt kon worden gemaakt. Het College ging hier niet in mee en oordeelde dat het niet juist informeren van bestuurders in strijd zou zijn met de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. De klacht werd deels gegrond verklaard.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Jamiro van de Wiel

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Jip van Vlokhoven

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant