Uitspraak: Accountant wordt verweten geheimhoudingsplicht te hebben geschonden

In deze uitspraak staat de geheimhoudingsplicht van de accountant centraal. Klager 3 is advocaat. Hij is voorzitter en bestuurslid van de Stichting en is tevens directeur en aandeelhouder van de BV. De Stichting was eigenaar van het kasteel en van een aangrenzend perceel. Dit kasteel werd ter beschikking gesteld aan de B.V. De B.V. exploiteerde en verhuurde het kasteel

Gedeputeerde Staten (hierna: GS) hebben een onderzoek gestart naar een aan de Stichting verstrekte subsidie. Betrokkene heeft dit onderzoek uitgevoerd. Naar aanleiding van deze rapportage hebben klagers een tuchtklacht ingediend. Deze is gegrond verklaard omdat betrokkene had verzuimd klagers te horen voorafgaand aan het uitbrengen van de rapportage. Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak.

Betrokkene laat zich in het hoger beroep bijstaan door zijn huidige gemachtigde. De gemachtigde van betrokkene heeft in opdracht van het college van B & W van de gemeente een Bibob-onderzoek uitgevoerd met betrekking tot een aanvraag voor een omgevingsvergunning in verband met een andere bestemming voor het kasteel, te weten woonzorg voor ouderen.

De klacht

Betrokkene heeft volgens klagers gehandeld in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels. Klagers verwijten betrokkene het volgende:

  • betrokkene heeft de geheimhoudingsplicht geschonden;
  • betrokkene heeft zich schuldig gemaakt aan onrechtmatige en kwaadwillige interventies in lopende procedures;
  • betrokkene heeft ten onrechte aangifte gedaan bij het College van Procureurs-Generaal;
  • betrokkene heeft tegen beter weten in klagers in een kwaad daglicht gesteld;
  • betrokkene heeft het Openbaar Ministerie onjuist geïnformeerd;
  • betrokkene is zonder opdracht doorgegaan met het afgesloten onderzoek naar klagers.

De beoordeling

Klachtonderdeel 1

Klagers verwijten betrokkene in dit klachtonderdeel dat hij informatie uit het door hem verrichte Bibob-onderzoek met zijn gemachtigde heeft gedeeld. De Accountantskamer overweegt dat de gemachtigde van betrokkene kennis moet kunnen nemen van de volledige en niet geanonimiseerde uitspraak van de Accountantskamer in het hoger beroep. Alleen al om die reden wordt geconcludeerd dat betrokkene door het verstrekken van de niet-geanonimiseerde uitspraak aan zijn gemachtigde de op hem rustende geheimhoudingsplicht niet heeft geschonden. Het eerste klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel 2

Klagers hebben ten aanzien van het tweede klachtonderdeel aangevoerd dat betrokkene heeft geprobeerd te bewerkstelligen dat klagers geen rechtsbijstand meer zouden hebben in de nog lopende (civiele) procedures. Betrokkene heeft volgens klagers namelijk gedreigd met een tuchtklacht als klager 3 zijn werkzaamheden niet zou neerleggen. De Accountantskamer oordeelt dat het betrokkene vrijstaat om een tuchtklacht in te dienen. Dat betrokkene niet direct een tuchtklacht heeft ingediend, maar klager 3 heeft gevraagd om niet langer op te treden als advocaat van klagers, is onvoldoende om aan te kunnen nemen dat betrokkene erop uit was om klagers te beroven van rechtsbijstand, zo oordeelt de Accountantskamer. Het tweede klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel 3

Ten aanzien van het derde klachtonderdeel oordeelt de Accountantskamer dat de brief van betrokkene niet kan worden gezien als een aangifte, maar beter kan worden aangemerkt als een verzoek om informatie. Ook het vierde klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel 4

Klagers hebben aangevoerd dat betrokkene hen in een kwaad daglicht heeft gesteld. Ook hier gaat de Accountantskamer niet in mee. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene de waarheid geen geweld heeft aangedaan. Het klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel 5

Klagers hebben naar voren gebracht dat betrokkene door middel van de brief van zijn gemachtigde aan het College van Procureurs-Generaal een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven met betrekking tot de processuele gang van zaken. De Accountantskamer overweegt dat betrokkene zich in de eerste tuchtprocedure kennelijk belemmerd heeft gevoeld in zijn verdediging, doordat hij zich niet vrij voelde om uit het door hem uitgevoerde Bibob-onderzoek te citeren. Dat klagers menen dat betrokkene niet is gehinderd, neemt niet weg dat betrokkene dat anders kan hebben ervaren. Klachtonderdeel 5 is ongegrond.

Klachtonderdeel 6

Ten aanzien van dit klachtonderdeel hebben klagers aangevoerd dat betrokkene is doorgegaan met het onderzoek naar klagers, terwijl het Bibob-onderzoek al was afgesloten. Klagers hebben naar het oordeel van de Accountantskamer niet aannemelijk gemaakt dat betrokkene het afgesloten Bibob-onderzoek heeft voortgezet, wat ook uitdrukkelijk door betrokkene is bestreden. Ook het zesde klachtonderdeel is ongegrond.

De beslissing

De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Jamiro van de Wiel

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Jamiro van de Wiel

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant