Advocaat krijgt voorwaardelijke schorsing voor niet betalen griffierecht

Meneer B heeft een geschil omtrent zijn WIA-uitkering. In de zaak krijgt hij bijstand van advocaat X. Op 9 juni 2014 is de WIA-aanvraag van meneer B geweigerd. Advocaat X heeft daarom een bezwaarschrift ingediend. Het bezwaar is op 19 februari 2015 ongegrond verklaard. Vervolgens is een beroepschrift ingediend op 23 maart 2015. Dit beroep is door de Rechtbank Midden-Nederland op 10 augustus 2015 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Het blijkt dat advocaat X het griffierecht niet heeft betaald.

Meneer B heeft advocaat X aansprakelijk gesteld voor de fout. Advocaat X heeft zijn fout erkend. Inmiddels heeft B de interne klachtenprocedure van het kantoor van advocaat X doorlopen. In die procedure is het meerendeel van zijn klacht gegrond verklaard.

Advocaat hield zijn cliënt aan het lijntje

De interne klachtenregeling is voor meneer B onvoldoende. Op 22 mei 2017 heeft meneer B een klacht tegen advocaat X ingediend bij de Orde van Advocaten. In de klacht stelt meneer B dat advocaat X tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De advocaat heeft het verschuldigde griffierecht niet betaald waardoor B niet-ontvankelijk is verklaard.

De klacht van meneer B ziet ook op het feit dat X hem niet heeft geïnformeerd over de beslissing van de rechtbank. B belde elke twee maanden met zijn advocaten over de stand van zaken. De advocaat vertelde meneer B telkens dat het nog jaren kon duren voor de zaak behandeld zou worden. Meneer B is in april 2017 naar het juridisch loket gestapt. Daar ontdekte een medewerker van het loket dat al op 10 augustus 2015 uitspraak is gedaan in de zaak. Nadat meneer B zijn advocaat hiermee heeft geconfronteerd heeft de advocaat de uitspraak nog altijd niet toegezonden.

Advocaat niet op de hoogte van uitspraak

Advocaat X verweert zich tegen de stellingen van meneer B. Ten aanzien van het niet betaalde griffierecht stelt X dat het verweerschrift wel tijdig is ingediend maar het griffierecht niet is betaald. Hij was in de veronderstelling dat het griffierecht al betaald was. Dit deel van de klacht is met B besproken in de interne klachtenregeling. Daar heeft X zijn fout al erkend.
Voorts stelt advocaat X dat hij niet eerder dan april 2017 bekend was met de uitspraak van de rechtbank. Hoewel de uitspraak aangetekend is verzonden naar zijn kantoor heeft hij de uitspraak nooit onder ogen gekregen. Hij kon meneer B dan ook niet eerder op de hoogte stellen van de uitspraak van 10 augustus 2015. Op verzoek van de nieuwe advocaat van meneer B heeft advocaat X de uitspraak alsnog toegestuurd. Dat de nieuwe advocaat deze uitspraak niet aan meneer B heeft doorgestuurd kan niet aan hem verweten worden, aldus advocaat X.

Advocaat behoort bekend te zijn met de eisen die aan procederen gesteld worden

De Raad van Discipline van de Orde van Advocaten neemt de klacht in behandeling. De Raad overweegt dat van een advocaat verwacht mag worden dat hij bekend is met de wijze van procederen en de eisen die daaraan gesteld worden. Een van die eisen is dat het griffierecht vooraf is voldaan. De enige uitzondering die hierop bestaat is dat het griffierecht verontschuldigbaar niet wordt betaald. Naar het oordeel van de Raad is in dit geval niet gebleken dat het uitblijven van de betaling van het griffierecht verontschuldigbaar was. Deze beroepsfout heeft voor meneer B ernstige gevolgen gehad. Hij is met lege handen komen te staan. Advocaat X is daarom ernstig tekort geschoten in de wijze waarop hij de belangen van meneer X heeft behartigd.

Advocaat moet onderzoek doen naar voortgang van proces

Het tweede onderdeel van de klacht ziet op het feit dat meneer B niet op de hoogte is gesteld van de uitspraak. Advocaat X stelt dat hij zelf pas in april 2017 met de uitspraak bekend is geworden. Dit betekend dat X gedurende een periode van bijna twee jaar geen onderzoek heeft gedaan naar de stand van zaken in de procedure. Het bewaken van het verloop van een procedure is onderdeel van het behartigen van de belangen van een cliënt. Nu advocaat X dit niet heeft gedaan heeft hij tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Zeker nu meneer B met regelmaat informeerde naar de stand van zaken mocht een andere handelwijze van X verwacht worden.

Voorwaardelijke schorsing van vier weken noodzakelijk

Nu de klachten van meneer B gegrond zijn verklaard komt het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van advocaat X vast te staan. De Raad van Discipline stelt dat X een beroepsfouten heeft gemaakt door het griffierecht niet tijdig te voldoen en cliënt niet te informeren over de beslissing van de rechter. De Raad overweegt dat het gaat om ernstige verwijten. Een cliënt moet zonder twijfel op de deskundigheid van zijn advocaat kunnen vertrouwen. Dit vertrouwen is door de beroepsfouten geschaad.

Uit onderzoek van de Raad van Discipline blijkt dat de dienstverlening van advocaat X in 2016 en 2018 ook al onder de maat bleek te zijn. Gelet op de ernst van de klacht acht de Raad een voorwaardelijke schorsing van vier weken noodzakelijk.

Klik hier voor de volledige uitspraak van de Raad van Discipline.

Zorgplicht Advocaten

Bent u van oordeel dat uw advocaat of de advocaat van de wederpartij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld? En heeft u als gevolg daarvan schade geleden? Neem dan hier contact op met een van de gespecialiseerde advocaten van Zorgplicht Advocaten.

Zie ook vergelijkbare uitspraken:

Wij staan voor u klaar

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86

Wij helpen u graag

  • Tegen financiële dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant