Uitspraak: Een gegrond beroep, maar geen opgelegde tuchtrechtelijke maatregel

Het College van beroep voor het bedrijfsleven verklaart het hoger beroep van de klaagster gegrond, zover gericht tegen de ongegrondverklaring van het klachtonderdeel over de aangifte omzetbelasting. Echter, het College ziet af van het opleggen van aan maatregel aan het accountantskantoor.

Rechtsregel op grond van de Wet tuchtrechtspraak accountants

De Wtra voorziet niet uitdrukkelijk dat als een klacht gegrond wordt verklaard, er een mogelijkheid is om af te zien van het opleggen van een maatregel. Het College leidt hieruit af dat de Wtra ertoe strekt dat bij (gedeeltelijke) gegrondverklaring van een klacht, in beginsel een maatregel wordt opgelegd. Er moet daarbij een oordeel aan vooraf zijn gegaan dat de betrokken accountant tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Van dit beginsel kan worden afgeweken in enkele gevallen. Allereerst als er sprake is van een zodanig geringe verwijtbaarheid van het handelen of nalaten van een accountant. Daarnaast als er sprake is van een geval waarin de verwijtbare gedraging anderszins van zodanige geringe betekenis is gelet op de specifieke omstandigheden van het geval, dat de oplegging van een maatregel niet aangewezen is.

Het procesverloop

Beide partijen hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Accountantskamer. Hier kunt u de uitspraak van de Accountantskamer vinden. Klaagster exploiteerde samen met haar echtgenoot tot diens overlijden in 2008 een veeteeltbedrijf. Vanaf september 2010 heeft zij ten behoeve van dit veeteeltbedrijf tezamen met haar zoon een VOF opgericht. Een accountantskantoor heeft in 2011 een opdracht ontvangen van de VOF. De opdracht bestond uit het volgende: het samenstellen van de jaarrekening, het per kwartaal of per jaar verzorgen van de financiële administratie en van de Btw-aangifte. Daarnaast het eventueel samenstellen van periode rapportages, het verzorgen van de aangifte inkomstenbelasting van de vennoten en het desgevraagd verstrekken van adviezen ter zake van fiscale-, juridische- en bedrijfseconomische zaken. Het accountantskantoor heeft ervoor gezorgd dat de jaarrekeningen over de jaren 2011 t/m 2014 voor de VOF zijn opgesteld en deze heeft voorzien van een samenstellingsverklaring.

In februari 2015 is de melkveehouderij volledig overgenomen door de zoon. Het accountantskantoor heeft in februari 2015 een opdrachtbevestiging gestuurd voor begeleiding bij de bedrijfsoverdracht, waarbij het ondernemingsvermogen van de VOF wordt overgedragen aan de zoon per januari 2015. In juni 2016 is een concept-jaarrekening opgemaakt van de kant van het accountskantoor. Hierin staat vermeld dat de samenstellingswerkzaamheden nog niet zijn afgerond en er geen accountantscontrole is uitgevoerd. Eind juni 2016 hebben klaagster en de zoon de overeenkomst ‘’Overname aandeel en verdeling VOF’’ ondertekend. De VOF wordt hiermee met terugwerkende kracht tot januari 2015 beëindigd.

Geschil tussen klaagster en kinderen

In september 2016 is tussen de zoon en de andere kinderen enerzijds en de klaagster anderzijds een geschil over de aangegane overnameovereenkomst ontstaan. Eind september 2016 heeft de klaagster het accountantskantoor verzocht om ontbinding dan wel beëindiging van de in juni 2016 getekende stukken, aldus de overeenkomst ‘’Overname aandeel en verdeling VOF’’. Het accountantskantoor laat in september 2016 weten dat zij hierbij haar niet van dienst kunnen zijn, omdat enkel contractspartijen hiertoe gezamenlijk kunnen besluiten. In december 2016 heeft klaagster een beroep gedaan op de vernietiging van de overnameovereenkomst op grond van dwaling. In december 2017 heeft klaagster een klacht ingediend bij de Accountantskamer tegen de registeraccountant en accountants-administratieconsulent die beide ten tijde van belang werkzaam waren voor het accountantskantoor. Deze klacht betreft de jaarrekeningen en belastingaangiften voor de jaren 2011-2014 voor de VOF. De Accountantskamer heeft op 28 september 2018 de klacht deels niet-ontvankelijk, deels gegrond en voor het overige ongegrond verklaard. Aan de accountant-administratieconsulent is een maatregel van waarschuwing opgelegd. Op 23 mei 2018 heeft de civiele kamer van de rechtbank Rotterdam in een procedure tussen klaagster en de zoon, verschillende vorderingen van de zoon afgewezen. De rechtbank oordeelt dat het beroep op dwaling van klaagster slaagt.

De klacht tegen het accountantskantoor

De registeraccountant en de accountant-administratieconsulent hebben volgens klaagster in strijd met de voor hen geldende gedrags- en beroepsregels gehandeld. Het accountantskantoor heeft de overeengekomen werkzaamheden gestaakt zonder dit aan klaagster kenbaar te maken. Het accountantskantoor heeft wel een concept-jaarrekening 2015 voor de VOF opgesteld, maar zonder overleg met de klaagster. Daarnaast ontkent het accountantskantoor het document ‘’Zakelijke rekening melkrundveehouderij’’ te hebben opgesteld, maar de gegevens die daarin zijn verwerkt zijn wel degelijk door het accountantskantoor geleverd.

Het accountantskantoor stelt dat er geen werkzaamheden voor de VOF zijn verricht. Dit in niet correct omdat er een jaarrekening over 2015 is opgesteld, zonder overleg met de klaagster. Ook ontkennen ze het document ‘’Overzicht XXX’’ voor de VOF te hebben opgesteld, maar de gegevens hierin hebben wel betrekking op en zijn zonder overleg met klaagster overgenomen. Vervolgens is het document ‘’Waarderingssystematiek’’ onjuist, onvolledig en niet met klaagster besproken terwijl het wel tegen haar wordt gebruikt in een gerechtelijke procedure. Ook is het document ‘’Grootboek 2012 en 2013’’ zonder medeweten van klaagster opgesteld en vragen daarover worden niet beantwoord. Tot slot heeft het accountantskantoor tweemaal verzuimd de aangifte omzetbelasting voor de VOF te doen, wat heeft geleid tot een naheffingsaanslag en een boete.

Uitspraak van de Accountantskamer

In de bestreden uitspraak, op 20 maart 2020, heeft de Accountantskamer de klacht tegen de registeraccountant gegrond verklaard. Voor zover deze ziet op het staken van de overeengekomen werkzaamheden zonder dit aan klaagster kenbaar te maken, een concept-jaarrekening 2015 voor de VOF op te stellen zonder klaagster dit kenbaar te maken en dus wel werkzaamheden voor de VOF te verrichten. Het overige is ongegrond verklaard. De registeraccountant heeft gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid, en objectiviteit. Hierdoor kan er een tuchtrechtelijke maatregel worden opgelegd. De registeraccountant is een maatregel van waarschuwing opgelegd. De klacht tegen de accountant-administratieconsulent is niet ontvankelijk verklaard, voor zover deze ziet op het document ‘’Grootboek 2012 en 2013’’ opstellen zonder dit aan klaagster kenbaar te maken en vragen daarover niet te beantwoorden. Dit klachtonderdeel wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat er een overschrijding is van het klachttermijn. Al het overige is ongegrond verklaard.

Het hoger beroep

Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van de klachtonderdelen. Tevens richt het zich op het deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk verklaren van het opstellen van het ‘’Grootboek 2012 en 2013’’ zonder dit aan klaagster kenbaar te maken. Ook heeft klaagster aangegeven het er niet mee eens te zijn dat de klachtonderdelen met betrekking tot de accountant-administratieconsulent ongegrond zijn verklaard. Echter, dit betreft een inhoudelijk nieuw hoger beroepsgrond. Daarnaast is de grond pas na afloop van het hoger beroepstermijn is ingediend. Dit punt is naar oordeel van het College punt niet-ontvankelijk.

Het College vernietigt de uitspraak van de accountantskantoor tegen de registeraccountant, voor zover deze ziet op het staken van de overeengekomen werkzaamheden zonder dit aan klaagster kenbaar te maken, een concept-jaarrekening 2015 voor de VOF op te stellen zonder klaagster dit kenbaar te maken en dus wel werkzaamheden voor de VOF te verrichten. Het College zal de klachtonderdelen alsnog ongegrond verklaren. Alle andere klachtonderdelen worden nogmaals ongegrond verklaard door het College, behalve het onderdeel dat ziet op het tweemaal verzuimen van het accountantskantoor om de aangifte omzetbelasting voor de VOF te doen, wat heeft geleid tot een naheffingsaanslag en een boete. Het College oordeelt, dat gezien de omstandigheden, er sprake is van een licht verzuim. Het verzuim is bovendien, onmiddellijk nadat het aan het licht kwam, toegegeven tegenover klaagster. Daarnaast zijn de naheffingsaanslagen en betaalverzuimboete ongedaan gemaakt nadat het accountantskantoor bezwaar had gemaakt bij de Belastingdienst. Daarnaast heeft het accountantskantoor de aangifteverzuimboetes voor haar rekening genomen. Het klachtonderdeel betreffende de aangifte omzetbelasting, wordt gegrond verklaard. Echter, gezien voorgenoemde omstandigheden is het verwijt, naar oordeel van het College, van onvoldoende betekenis om het opleggen van een maatregel te rechtvaardigen.

Lees hier de volledige uitspraak van het College van beroep voor het bedrijfsleven.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Jip van Vlokhoven

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Jamiro van de Wiel

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant