Op 14 juni 2007 is erflaatster op 77-jarige leeftijd overleden. Bij beschikking van 9 juli 2012 heeft de kantonrechter bij de rechtbank Breda de notaris benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap. Erflaatster was een nicht van de moeder van klager. Na het overlijden heeft de moeder van klager het kantoor van de notaris benaderd met het verzoek een verklaring van erfrecht op te stellen en zij heeft sieraden van erflaatster afgegeven op het kantoor van de notaris. Op 3 september 2017 is de moeder van klager overleden. Klager is haar enige erfgenaam.

Omdat klager niet tevreden was over de voortgang van de afwikkeling/vereffening van de nalatenschap en de wijze waarop de notaris zijn werkzaamheden verrichtte, heeft hij op 12 maart 2019 bij de kamer een (eerste) klacht tegen de notaris ingediend. Deze klacht is op 21 oktober 2019 gegrond verklaard. De notaris werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 100,00 aan klager in verband met de kosten van klager en het door klager betaalde griffierecht.

De klacht

Klager verwijt de notaris dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door na de eerdere beslissing van de kamer:

  • zich te verzetten tegen tuchtmaatregelen en zijn (wettelijke) plichten niet na te komen, ondanks eerdere berispingen en schorsingen;
  • te volharden in zijn onbetrouwbare en onprofessionele handelen en niet de juiste, deels ook wettelijk voorgeschreven, werkwijze te hanteren;
  • dertien jaren na het overlijden van erflaatster nog geen prestatie te hebben aangetoond en de erfgenamen nooit met daartoe geëigende documentatie over hun rechten te hebben geïnformeerd;
  • de belangen van erfgenamen te schaden en hen (financiële) schade te berokkenen;
  • de afwikkeling van de nalatenschap bewust in zijn eigen voordeel te traineren en mede hierom informatie achter te houden.
  • niet de vereiste zorgvuldigheid te betrachten, onder andere door vragen hardnekkig niet te beantwoorden, informatie achter te houden en een gebrekkige (financiële) administratie te voeren;
  • aan de voorgestelde coulanceregeling de voorwaarde te verbinden dat klager deze klacht eerst intrekt;
  • aan de verdere afwikkeling van de nalatenschap de voorwaarde te verbinden dat klager deze klacht eerst intrekt.

De beoordeling

Klachtonderdeel 1 Het eerste klachtonderdeel wordt gegrond verklaard. De kamer is dan ook van oordeel dat de notaris tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door niet eerder dan op 3 maart 2020 aan de veroordeling te voldoen. Dat de notaris in het geheel niet heeft gereageerd op de herhaalde (terechte) verzoeken van klager acht de kamer eveneens tuchtrechtelijk verwijtbaar.

Klachtonderdelen 2 tot en met 6 De klachtonderdelen 2 tot en met 6 worden gezamenlijk behandeld. De kamer krijgt een indruk van gemakzucht en slordigheid in de werkzaamheden van de notaris. Daarnaast staan er volgens de kamer fouten en inconsequenties in de (proces)stukken van de notaris. Verder stelt de kamer vast dat de nalatenschap meer dan dertien jaar na het overlijden van erflaatster nog altijd niet is vereffend. De gang van zaken geeft naar het oordeel van de kamer geen blijk van dat de notaris zich er daadwerkelijk van bewust is dat hij als notaris en uit hoofde van zijn benoeming als vereffenaar gehouden is de belangen van de erfgenamen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te behartigen en dat hij daarbij in de gegeven omstandigheden voldoende voortvarend moet handelen. Vast staat dat inmiddels al meerdere erfgenamen zijn overleden (waaronder de moeder van klager) die nooit hun aandeel in de nalatenschap hebben ontvangen. Ook de klachtonderdelen 2 tot en met 6 worden gegrond verklaard.

Klachtonderdelen 7 en 8 Bij de beoordeling van deze klachtonderdelen stelt de kamer voorop dat het tuchtrechtelijk verwijtbaar is als een notaris aan het verlenen van zijn medewerking (mede) de voorwaarde verbindt dat de betrokken klager de tuchtklacht die hij tegen deze notaris heeft ingediend, intrekt. Volgens de kamer heeft de notaris de gerechtvaardigde belangen van klager als erfgenaam in de nalatenschap niet voldoende serieus genomen. Hoewel de kamer constateert dat de notaris de behandeling van het dossier (toch) niet heeft willen stilleggen, is dat feitelijk wel wat er gebeurd is. Daarom zal de kamer ook de klachtonderdelen 7 en 8 gegrond verklaren.

Maatregel

Eerdere tuchtmaatregelen hebben volgens de kamer niet geleid tot de daarmee beoogde gedragsverandering. In deze zaak heeft de notaris naar het oordeel van de kamer wederom een hoge mate van desinteresse tentoongespreid. Dat de notaris in de periode tussen de eerste beslissing en de indiening van de tweede klacht zelfs niet de moeite heeft genomen om te reageren op de berichten van klager, heeft de kamer geschokt. Daarom is de kamer van oordeel dat het ter bescherming van het maatschappelijk vertrouwen in de zorgvuldige vervulling van het notarisambt noodzakelijk is de tuchtmaatregel van ontzetting uit het ambt op te leggen.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u een geschil met uw notaris over de vraag of hij/zij de benodigde vakbekwaamheid, zorgvuldigheid en deskundigheid in acht heeft genomen bij de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden? Neem dan hier contact op met een van de gespecialiseerde advocaten van Zorgplicht Advocaten.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant