In een brief van 19 mei 2017 heeft de kandidaat-notaris aan klaagster laten weten een opdracht te hebben ontvangen van de zuster van klaagster. Hij gaat haar ondersteunen bij de afwikkeling van de nalatenschap van de moeder van klaagster (hierna: erflaatster). Erflaatster heeft klaagster onterfd.

Klaagster heeft vervolgens de kandidaat-notaris laten weten dat zij overwoog een beroep te doen op de legitieme portie. Op 6 juni 2017 heeft de kandidaat-notaris op het notariskantoor gesproken met klagers. Het gesprek, dat ongeveer 13 minuten duurde, is door klager opgenomen. Een deel van het transcript van dit gesprek is in de uitspraak onder 2.3 te vinden.

In een brief van 13 juni 2017 heeft de kandidaat-notaris klagers uitgenodigd om op het notariskantoor dagafschriften van de betaalrekening van erflaatster in te zien. Verder heeft de kandidaat-notaris geschreven: “Het hiervoor bedoelde gesprek vorige week is beëindigd op een voor U en ondergetekende minder plezierige wijze. Gelet op mijn herhaalde uitnodiging en met de kennis van de wederzijdse gevoeligheden wordt verondersteld dat deze eventuele tweede bijeenkomst meer succesvol zal verlopen, althans ondergetekende zal zich ten zeerste daartoe inspannen. Door ondergetekende is eertijds genoteerd dat door U een beroep wordt gedaan op de zogenaamde legitieme portie in de onderhavige nalatenschap, mede op basis waarvan een verklaring van erfrecht wordt opgesteld. Ondergetekende is voornemens een ontwerp van deze verklaring van erfrecht aan U ter kennisneming per email toe te sturen. Op basis van deze verklaring van erfrecht wordt door uw zuster opdracht verleend aan een makelaar tot verkoop van de woning. (…) Ondanks dit min of meer formele aspect hoop ik dat het bovenstaande het begin kán zijn van een hernieuwde start, op basis van wederzijds respect.”

Op 25 januari 2019 is de nalatenschap van erflaatster afgewikkeld.

De klacht

Klagers verwijten de kandidaat-notaris dat hij zich in het gesprek op 6 juni 2017 respectloos, denigrerend, intimiderend, misleidend, egoïstisch en agressief heeft gedragen. Klagers vinden dat het transcript van het gesprek aantoont dat de kandidaat-notaris zijn zorg- en informatieplicht niet is nagekomen (het eerste klachtonderdeel). Daarnaast verwijten klagers de notaris dat zij niet heeft ingegrepen toen de kandidaat-notaris zich misdroeg in het gesprek.

De beoordeling

De klacht van klagers wordt door de kamer opgedeeld in de klacht tegen de kandidaat-notaris en de klacht tegen de notaris.

De klacht tegen de kandidaat-notaris

De stelling dat het gedrag van de kandidaat-notaris niet past bij de professionaliteit die van een notaris mag worden verwacht, vindt de kandidaat-notaris te ver gaan. Hij is van mening dat hij door zijn brief van 13 juni 2017 heeft geprobeerd om het een en ander op professionele wijze te herstellen.

De kamer is van oordeel dat de klacht over de bejegening van klagers door de kandidaat-notaris in het gesprek van 6 juni 2017 gegrond is. Uit het transcript blijkt dat de kandidaat-notaris meerdere malen met stemverheffing heeft gesproken en daarbij zijn emoties niet in bedwang kon houden. Een dergelijke manier van communiceren past niet bij een professionele beroepsbeoefenaar. Volgens de kamer hoort het bij het gereedschap van een goed notaris om te zorgen dat een gesprek niet uit de hand loopt.

De klacht dat de kandidaat-notaris niet aan zijn informatieplicht heeft voldaan slaagt niet. Uit het transcript van het gesprek blijkt namelijk dat de kandidaat-notaris wel heeft willen duidelijk maken dat klaagster uiteindelijk recht zou hebben op haar deel in de verkoopwaarde van de woning, en dat de op het financiële overzicht vermelde WOZ-waarde slechts een indicatie was.

Klacht tegen de notaris

De notaris dient er zorg voor te dragen dat zijn of haar medewerkers beschikken over de vereiste bekwaamheid voor het verrichten van hun werkzaamheden, maar de kamer is van oordeel dat de notaris niet tuchtrechtelijk is te verwijten dat zij niet heeft ingegrepen in het gesprek dat de kandidaat-notaris met klagers heeft gevoerd. Hoewel zij wel in de spreekkamer is geweest om koffie te presenteren was zij niet bij het gesprek betrokken. Onvoldoende is komen vast te staan dat zij toen had moeten ingrijpen en dat het haar tuchtrechtelijk te verwijten is dat zij dat niet heeft gedaan. De klacht tegen de notaris wordt daarom ongegrond verklaard.

De kamer verklaart de klacht tegen de kandidaat-notaris dus gegrond, aan hem wordt de maatregel van berisping opgelegd. De klacht tegen de notaris is ongegrond.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u een geschil met uw notaris over de vraag of hij/zij de benodigde vakbekwaamheid, zorgvuldigheid en deskundigheid in acht heeft genomen bij de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden? Neem dan contact op met een van de gespecialiseerde advocaten van Zorgplicht Advocaten.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant