Uitspraak: Klacht tegen accountant als bestuurder om niet verlenen financiële steun

Betrokkene, ingeschreven in het accountantsregister, is voorzitter van Stichting. Deze stichting is opgericht in 1931 met als doel het verlenen van ondersteuning aan leden en oud-leden van het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA, nu Nba) of hun nabestaanden, die in zorgelijke financiële omstandigheden verkeren. Sinds 2013 heeft de stichting als doelstelling de ontwikkeling van onderzoek- en educatieprogramma’s te subsidiëren. Door het bestuur zijn criteria voor steunverlening geformuleerd:

  • er dient sprake te zijn van zorgelijke financiële omstandigheden die als uitzonderlijk te kenschetsen zijn;
  • steunverlening wordt gegeven voor persoonlijk levensonderhoud in financiële noodsituaties;
  • het reguliere vangnet van bestaande sociale voorzieningen in Nederland dient eerst benaderd te zijn en gebleken niet in de situatie te kunnen voorzien;
  • een eventueel aanwezige vermogenspositie van de aanvrager dient eerst aangewend te worden;
  • een oorzaakanalyse maakt onderdeel uit van het uit te voeren beoordelingsproces;
  • steunverlening wordt voor een bepaalde tijd vastgesteld waarna periodiek heroverweging plaatsvindt;
  • een schuldpositie van een aanvrager wordt niet overgenomen;
  • zorgelijke financiële omstandigheden als gevolg van economische tegenspoed gelden in principe als ondernemersrisico en komen als zodanig niet in aanmerking voor ondersteuning.

Op 16 mei 2013 heeft betrokkene, namens het bestuur van de stichting aan klager geschreven dat het bestuur zich over zijn aanvraag heeft gebogen en bekend is met het dossier en het besluit van het vorige bestuur om geen aanvragen van klager meer in behandeling te nemen. De nieuwe brief geeft het bestuur geen aanleiding om dit eerder ingenomen standpunt te herzien.

Naar aanleiding van meerdere brieven van klager is hij door het bestuur uitgenodigd voor een gesprek op 2 februari. Twee leden van het bestuur hebben dat gesprek gevoerd. In een gespreksverslag van 8 februari 2016 hebben zij het bestuur laten weten dat het om een drietal redenen niet aan de orde leek om het ondersteuningsverzoek van klager te honoreren. Dit laat het bestuur op 5 april aan klager weten.

De klacht

Betrokkene heeft volgens klager gehandeld in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels. Klager verwijt betrokkene dat hij:

  • alle aanvragen van klager om ondersteuning uit het fonds en om restitutie van de jaarlijkse bijdragen van klager aan het fonds, niet heeft onderzocht of niet in behandeling heeft genomen en aanvragen heeft afgewezen;
  • middelen van de stichting in samenspanning met overige bestuursleden heeft verduisterd.

De beoordeling

Een deel van het eerste klachtonderdeel wordt gelet op de klachttermijn niet-ontvankelijk verklaard. De Accountantskamer heeft vastgesteld dat in de klacht niet wordt geconcretiseerd noch onderbouwd voor welk individueel handelen of nalaten van betrokkene binnen het bestuur een tuchtrechtelijke maatregel wordt gevraagd. Klager betoogt immers dat de handelwijze van het bestuur naar aanleiding van zijn steunverzoeken niet deugt. Niet gesteld of gebleken is dat betrokkene persoonlijk tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Daarom is de tegen betrokkene ingediende klacht over de steunverzoeken ongegrond.

Volgens klager heeft betrokkene al zijn steunverzoeken doelbewust niet onderzocht, niet in behandeling genomen of niet behandeld. Deze verwijten missen feitelijke grondslag en zijn daarom ongegrond. Uit gespreksverslagen blijkt dat het bestuur meerdere malen naar verschillende steunaanvragen heeft gekeken. Daarnaast is meerdere malen aangegeven dat finaal was beslist op de steunverzoeken. In dit verband is volgens de Accountantskamer van belang dat betrokkene ter zitting heeft verklaard dat de door klager aangevoerde omstandigheden, die volgens hem een uitkering rechtvaardigen, in de loop van de tijd niet waren gewijzigd.

Klager heeft tenslotte betrokkene verweten dat zijn steunverzoeken ten onrechte zijn afgewezen. Omdat klager nog mogelijkheden had om zelf liquiditeiten te realiseren, hij schuldposities maandelijks afloste en legaten en erfenissen verwachtte waarop een voorschot zou kunnen worden genomen, was honorering van klagers verzoek niet aan de orde. Klager heeft niet aannemelijk gemaakt dat het bestuur niet tot dit afwijzend oordeel heeft kunnen komen. Het eerste klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.

Over het tweede klachtonderdeel overweegt de Accountantskamer het volgende: “Klager heeft een uitbetaling door het bestuur van bedragen voor de ontwikkeling van onderzoeks- en educatieprogramma’s bij de liquidatie van het fonds, gekenschetst als verduistering en het niet vrijgeven door betrokkene van de namen van de leden van het bestuur als samenspanning. Deze typeringen heeft klager niet nader toegelicht noch onderbouwd.” Ook het tweede klachtonderdeel is ongegrond.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant