Uitspraak: Klacht tegen accountant die dagelijkse leiding had over controleteam ongegrond verklaard

Betrokkene is accountant en werkzaam bij BV3. Bij BV3 heeft zij de dagelijkse leiding gehad van het team dat werkzaamheden uitvoerde voor de controle van de jaarrekeningen 2015, 2016 en 2017 van BV4. Appellant was tot 1 januari 2017 financieel manager van BV4.

De voor de controle eindverantwoordelijke accountant was X. Aan hem is door de Accountantskamer, naar aanleiding van bovenstaande opdracht, de maatregel van waarschuwing opgelegd.

Uitspraak van de Accountantskamer

De klacht is gebaseerd op de volgende onderdelen:

  • betrokkene maakte deel uit van het controleteam van X, maar van haar rol is in de klachtprocedure tegen X niet gebleken. Hieruit blijkt dat zij geen vragen heeft gesteld en nooit heeft getwijfeld, terwijl dat wel had gemoeten;
  • in de jaarrekening over 2016 is ten onrechte de voorziening ‘Overige voorzieningen’ gecreëerd ten behoeve van personeelskosten voor medewerkers die ziek zijn en waarvan wordt verwacht dat zij niet meer actief zullen worden voor BV4. Die voorziening is onjuist;
  • in de jaarrekening over 2016 zitten diverse fouten;
  • in de jaarrekening 2017 ontbreekt de post ‘Egalisatierekening investeringsbijdragen’;
  • als gevolg van het implementeren van een nieuw rekeningschema is een aantal financiële overzichten in de jaarrekening 2017 vervallen. Het in de jaarrekening opnemen van de analyse van baten en lasten – die voorheen deel uitmaakten van het directieverslag – is niet gebruikelijk.

De Accountantskamer heeft de klacht ongegrond verklaard.

Beoordeling van het geschil in hoger beroep

Appellant heeft de uitspraak nagenoeg volledig bestreden, daarom worden de grieven per klachtonderdeel behandeld.

Klachtonderdeel 1

Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel voert appellant dat in de tuchtprocedure tegen X van betrokkene en haar rol in het controleproces niet is gebleken. Volgens hem moet daardoor geconcludeerd worden dat ze geen vragen heeft gesteld of heeft getwijfeld in het controleproces. Het College gaat hier niet in mee. Dat in de tuchtprocedure tegen X niet is gebleken van een rol van betrokkene, zegt niets over de wijze waarop betrokkene haar werkzaamheden heeft uitgevoerd, aldus het College.

Klachtonderdeel 2

Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel heeft betrokkene inhoudelijk verweer gevoerd. Tegen de gemotiveerde weerspreking van betrokkene heeft appellant naar het oordeel van het College onvoldoende argumenten naar voren gebracht die tot het oordeel kunnen leiden dat betrokkene het verwijt treft dat zij de voorziening ‘Overige voorzieningen’ in de jaarrekening 2016 van BV4 niet zorgvuldig en onvoldoende vakbekwaam heeft gecontroleerd.

Klachtonderdeel 3

Appellant heeft in zijn klaagschrift een aantal fouten in de jaarrekening 2016 van BV4 opgesomd die betrokkene naar zijn mening had moeten laten corrigeren. Het College stelt echter vast dat een aantal punten die worden genoemd niet nader zijn onderbouwd. Ook zijn er een aantal punten die van zodanig ondergeschikte betekenis zijn dat ze in het kader van de klacht buiten beschouwing worden gelaten. Het College is dan ook van oordeel dat betrokkene in haar werkzaamheden is tekortgeschoten.

Klachtonderdeel 4

Het College constateert dat betrokkene naar aanleiding van het in klachtonderdeel d geformuleerde verwijt dat in de jaarrekening 2017 de post ‘Egalisatierekening investeringsbijdragen’ ontbreekt, uiteen heeft gezet waarom de jaarrekening 2017 naar haar mening wel degelijk voldoende inzicht en een getrouw beeld geeft van het vermogen en het resultaat. Appellant is er niet in geslaagd duidelijk te maken waarom de jaarrekening 2017 op dit punt onjuist zou zijn.

Klachtonderdeel 5

Appellant heeft in hoger beroep slechts gesteld dat de accountantskamer met zijn oordeel omtrent klachtonderdeel 5 een verkeerd signaal afgeeft en dat betrokkene, gezien het feit dat zij nog in het begin van haar loopbaan staat, nog gevormd kan worden. De stelling van appellant berust niet alleen op een verkeerde lezing van de bestreden uitspraak, maar kwalificeert ook niet als beroepsgrond aangezien deze niet ingaat op de reden waarom de accountantskamer dit klachtonderdeel ongegrond heeft verklaard, aldus het College.

De beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Jamiro van de Wiel

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Monique Ebben

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant