Uitspraak: Klacht en beoordeling tegen notaris niet-ontvankelijk verklaard

De heer en mevrouw X (hierna: X) waren eigenaar van een perceel. Op 7 maart 2003 hebben klager en zijn echtgenote een koopovereenkomst gesloten met X, waarbij X een gedeelte van het perceel heeft verkocht aan klager en zijn echtgenote. In de akte zijn verschillende bijzondere en algemene erfdienstbaarheden opgenomen

De klacht

Het eerste klachtonderdeel heeft betrekking op de erfdienstbaarheid. Klager verwijt de notaris in dit klachtonderdeel dat hij de tussen X en klager gesloten koopovereenkomst onjuist heeft geïmplementeerd in de akte van levering. In de koopovereenkomst is geen sprake van erfdienstbaarheden. In de koopovereenkomst zijn afspraken vastgelegd die tussen klager en X zijn gemaakt met betrekking tot de verbouwing die na de splitsing van de percelen zou plaatsvinden. Die bepalingen zijn allen nagekomen en hebben feitelijk daarna hun betekenis verloren. In de koopovereenkomst is nergens bepaald dat deze afspraken ook zouden gelden voor de opvolgende eigenaren. Klager heeft de verschillen tussen de koopovereenkomst en de akte van levering niet eerder onderkend en is daar ten onrechte door de notaris nooit in gekend of over geïnformeerd. Als gevolg van de door de notaris aangebrachte veranderingen heeft klager een groot nadeel geleden.

In het tweede klachtonderdeel stelt klager dat de notaris heeft verzuimd om een essentieel onderdeel van de akte van levering te deponeren bij het kadaster. In de akte van levering wordt wat betreft de perceelgrens verwezen naar een aan de akte gehechte tekening. Die tekening is niet bij het kadaster gedeponeerd. De betreffende tekening was wel opgenomen in de koopovereenkomst alsmede in de akte van levering ten tijde van ondertekening van de akte en daar ook voor akkoord ondertekend door partijen. Doordat de tekening niet is gedeponeerd bij het kadaster is er nu nodeloos een discussie ontstaan over de grens tussen klager en de nieuwe eigenaren.

De beoordeling

Vanaf 2 december 2003 waren de feiten bekend en had klager nader onderzoek naar het al dan niet tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten van de notaris kunnen en moeten doen. De klacht is pas op 1 augustus 2019 ingediend. De vervaltermijn is gesteld op drie jaar, deze vangt aan zodra de klager kennis draagt van het handelen of nalaten van een notaris, en dus niet op het moment dat een klager tot de opvatting komt dat zodanig handelen of nalaten klachtwaardig is. De vervaltermijn is dus verstreken, hierdoor wordt het eerste klachtonderdeel niet-ontvankelijk verklaard.

De notaris heeft in zijn verweerschrift erkend dat de tekening niet door hem is ingeschreven bij het kadaster. Dit was volgens de notaris ook niet noodzakelijk voor de overdracht van de eigendom. Uit de schets blijkt immers niet waar de perceelgrenzen exact lopen. De kamer erkent dit. De notaris was niet verplicht de tekening te deponeren. Het tweede klachtonderdeel wordt dus ongegrond verklaard.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u vragen hierover? Neem dan vrijblijvend contact op met een van onze advocaten.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Jamiro van de Wiel

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant