Notaris maakt misbruik van zijn positie en wordt geschorst

Erflater is op 2 mei 2019 overleden. Klaagster is de partner van erflater. Met mevrouw K had erflater drie kinderen. Klaagster woonde sinds 1995 samen met erflater. Op 4 oktober 2006 is een samenlevingsovereenkomst opgesteld bij notaris y, waarin een verblijvensbeding is opgenomen om niet van de gemeenschappelijke goederen te verhalen. De notaris in deze zaak is de opvolger van notaris y.

De notaris heeft op 1 november 2012 een levenstestament van erflater verleden. Daarin is klaagster aangewezen als algeheel gevolmachtigde. Op 10 april 2017 heeft erflater voor het laatst een testament gemaakt bij notaris H. Voor het geval klaagster de nalatenschap zou verwerpen heeft erflater haar het vruchtgebruik van de gehele nalatenschap gelegateerd tegen inbreng van de waarde. Klaagster was benoemd tot executeur.

Klaagster ontving enkele dagen na de uitvaart een brief van de notaris. Door de drie kinderen werd direct aanspraak gemaakt op hun legitieme portie. Klaagster moest zo snel mogelijk een boedelbeschrijving opstellen.

Op 28 juni 2019 heeft de advocaat van klaagster aangegeven dat klaagster de nalatenschap wenste te verwerpen en haar taken als executeur spoedig zou beëindigen. Op grond van het verblijvensbeding maakte klaagster wel aanspraak op de in de woning aanwezige inboedel. Hetzelfde is gemeld met betrekking tot de gezamenlijke betaal-en spaarrekening. De kinderen hebben beneficiair aanvaard.

De klacht

Klaagster ontdekt op 4 september 2019 dat 21.671,60 euro van de gezamenlijke spaarrekening was overgeboekt naar de betaalrekening en vervolgens naar de notaris. Klaagster heeft gelijk contact gezocht met de bank. De bank vertelde haar dat zij een verklaring van erfrecht hadden ontvangen, waarin stond dat de notaris bevoegd was de nalaten- schap af te wikkelen namens de erfgenamen. De betalingsopdracht zou door de notaris zijn verstrekt.

Aan de notaris zijn herhaaldelijk vragen gesteld die onbeantwoord blijven. Ook heeft klaagster geen spaartegoed meer. De notaris is in het verleden meermaals betrokken geweest bij werkzaamheden voor erflater en klaagster, waardoor de notaris beschikte over kennis en informatie die hij anders niet zou hebben gehad.

Uit het verblijvensbeding volgt dat klaagster eigenaar is van de gezamenlijke tegoeden. Dit beding is niet ongedaan gemaakt. De notaris wil de betaalopdracht die hij heeft gegeven niet aan klaagster toezenden, waardoor de inhoud haar onbekend is. De notaris heeft onzorgvuldig gehandeld door het menselijke aspect volledig uit het oog te verliezen.

De notaris stelt als volgt. Nadat de kinderen de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard, is de notaris overgegaan tot het blokkeren van de spaarrekening. De notaris heeft financiële vragen gesteld aan de advocaat van klaagster, maar daarop heeft hij geen antwoord gekregen. De notaris heeft de erfgenamen geadviseerd een advocaat in de arm te nemen nu klaagster de vragen niet had beantwoord. De advocaat van erfgenamen heeft vervolgens aanvullende informatie opgevraagd bij de notaris. Die heeft hij verstrekt. Het bedrag dat is overgeboekt staat geboekt in het boedeldossier. De notaris kan zich niet vinden in de klacht van klaagster dat sprake zou zijn van een tegenstrijdig belang.

Beoordeling

De kamer moet beoordelen of de notaris in strijd met de tuchtnorm heeft gehandeld (artikel 93 Wna). Klaagster mocht erop vertrouwen dat zij vrijuit kon praten tegen de onafhankelijke en onpartijdige notaris. Toen notaris de hoedanigheid kreeg van partij-notaris had hij met klaagster moeten overleggen. Uit dat overleg had onder meer kunnen blijken of klaagster bezwaar had tegen het optreden van de notaris als partij-notaris. Het eerste klachtonderdeel is gegrond.

Klachtonderdeel 2 en 3 zijn ook gegrond. Zowel erfgenamen als klaagster waren gerechtigd tot het saldo op de rekening. Nu de notaris zonder overleg met klaagster de gelden heeft overgeboekt naar zijn derdengeldenrekening heeft hij laakbaar gehandeld en misbruik gemaakt van zijn positie als notaris. De notaris had rekening dienen te houden met de kenbare belangen en rechtspositie van klaagster.

De kamer vindt onderdeel 1 niet voldoende om een tuchtrechtelijke klacht op te leggen. Ten aanzien van klachtonderdelen 2 en 3 wordt wel een maatregel opgelegd. De Kamer acht de handelwijze van de notaris in strijd met de eer en het aanzien van het notarisambt. Daarom acht de kamer het geboden om aan de notaris de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt op te leggen voor de duur van twee weken.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Zorgplicht advocaten

Heeft een vraag over de rol van uw of een andere notaris, neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen of bel 0416 65 00 86

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant