Uitspraak: Notaris valt een verwijt te maken nu hij voldoende signalen kon opvangen

De notaris is betrokken bij de oprichting van JBMG. De notaris heeft de akte op 29 januari 2015 verleden. Doel van de vennootschap was het exploiteren van een hotelrestaurantbedrijf.

JBMG had twee aandeelhouders tot 10 december 2018. Ieder hield 50% van de stemgerechtigde aandelen. Enig bestuurder van Berbers is theBRANDsense en enig bestuurder van theBRANDsense is B. De enig aandeelhouder van JB is de heer A. De aandeelhouders zijn ieder zelfstandig bevoegd om JBMG te vertegenwoordigen.

A heeft op 29 januari 2015 aan de notaris een concept van de aandeelhoudersovereenkomst gezonden. Besluiten van het bestuur kunnen alleen geldig worden genomen als beide bestuurders met dat besluit instemmen.

B is enig bestuurder van de vennootschap Bene Agere et Nil Timere B.V. Bene Agere et Nil Timere B.V. is op haar beurt enig bestuurder van de vennootschap Mooi Gaasterland. JBMG heeft bij akte van levering de villa ‘Mooi Gaasterland’ in eigendom verkregen.

JBMG heeft in de hoedanigheid als verhuurder op 8 april 2015 een huurovereenkomst gesloten met Mooi Gaasterland. De huurovereenkomst gaat per 1 juli 2015 in, voor de duur van vijf jaar tegen een huurprijs op jaarbasis van 60.000 euro. De huurder was per maand ongeveer 7.000 euro verschuldigd aan de verhuurder.

Op enig moment had Mooi Gaasterland een huurschuld van 70.000 euro. De notaris heeft op verzoek van B op 27 maart 2017 een partijakte te verleden. In die akte is een vaststellingsovereenkomst opgenomen. Daarin is onder meer vastgelegd dat JBMG aan Mooi Gaasterland kwijting verleent voor al hetgeen Mooi Gaasterland aan JBMG is verschuldigd.

De klacht

Klaagster is van mening dat de notaris in strijd heeft gehandeld met de zorgvuldigheidsplicht (artikel 17 Wna). De notaris zou namelijk zonder nader onderzoek medewerking hebben verleend aan het opmaken en verlijden van de vaststellingsovereenkomst. Klaagster stelt dat de notaris nadere informatie had moeten inwinnen bij JBMG. De notaris heeft aangenomen wat B hem heeft gezegd en ging ervan uit dat deze informatie juist was.

Daarnaast zou de zorgplicht ook betrekking hebben op klaagster. Als middellijk bestuurder en enig aandeelhouder had B een direct dan wel indirect persoonlijk belang. Dat belang was tegenstrijdig aan het belang van JMBG om de opeisbare vorderingen van 70.000 euro kwijt te schelden. De notaris wist dat de kwijtschelding niet mocht nu sprake was van tegenstrijdige belangen. Daarnaast had de kwijtschelding niet plaats mogen vinden zonder de toestemming van klaagster. De notaris had moeten verifiëren of sprake was van een rechtsgeldig genomen besluit.

Het verweer

De notaris heeft slechts de overeenkomst tussen JBMG en Mooi Gaasterland vastgelegd en heeft niet meegewerkt aan het tot stand brengen van een rechtshandeling. De notaris heeft B erop gewezen dat de overeenkomst ook onderhands rechtsgeldig overeengekomen zou kunnen worden, maar de voorkeur werd gegeven aan een notariële akte. Ook zou ene gebrek in de besluitvorming alleen interne werking hebben. Voor het aangaan van een vaststellingsovereenkomst is geen bestuursbesluit vereist. Nu er geen onderliggend bestuursbesluit is genomen, is een tegenstrijdig belang niet aan de orde.

De notaris was niet op de hoogte van een aandeelhoudersovereenkomst en als zou hij dat wel zijn dan blijkt daaruit echter niet dat het doen opnemen van een overeenkomst in de vorm van een notariële akte de goedkeuring van beide aandeelhouders behoeft.

De beoordeling

De notaris is onderworpen aan tuchtrechtspraak ter zake van handelen of nalaten in strijd met wetten en bepalingen. De notaris is verplicht om de door een partij verlangde werkzaamheden uit te voeren. Hij kan een dienst weigeren als dit leidt tot strijdigheden met het recht of de openbare orde.

De notaris wist van de spanningen in de relatie tussen A en B. In het kader van zijn geheimhoudingsplicht weerhield het hem om A over de inhoud van de overeenkomst te bevragen. B benadrukte hem ook om niets te vermelden aan A. De notaris heeft de akte verleden. Hij wist dat dit de relatie met A zou kunnen schaden.

De kamer is van oordeel dat de door B verzochte werkzaamheden in beginsel niet vallen onder de ministerieplicht van de notaris, aangezien gaat om buitenwettelijke werkzaamheden, waarvoor een onderhandse akte volstaat. Het feit dat B hem had verboden A op de hoogte te brengen van de inhoud, had bij de notaris een lampje moeten gaan branden. Daarbij komt dat de notaris wist van de verslechterde relatie tussen A en B en dat sprake was van tegenstrijdige belangen.

De kamer vindt het handelen van de notaris dermate ernstig dat zij ervoor kiest om een maatregel op te leggen. Er wordt gekozen voor een maatregel van berisping.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Zorgplicht advocaten

Heeft u een vraag over de rol van uw of een andere notaris, neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Joost Papeveld

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Joost Papeveld

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant