Uitspraak: Notaris verzuimt opstalrecht in leveringsakte te vermelden

In mei 2020 hebben klagers van de BV een bouwkavel aangekocht. Bij de bouwkavel behoort één/achtste onverdeeld aandeel in de mandelige toegangsweg. Op het oude perceel rustte een opstalrecht ten behoeve van de naamloze vennootschap L.

Op 1 juli 2020 is de akte van mandeligheid gepasseerd. Op 9 juli 2020 heeft de notaris een akte van levering gepasseerd, waarbij de bouwkavel aan klagers is geleverd.

Op 25 juni 2020 zijn – in verband met de verkaveling van het oorspronkelijke terrein als hierboven omschreven – de nieuwe kadastrale perceelnummers bekend geworden.

In de periode tussen 9 juli 2020 en 19 oktober 2020 heeft de notaris met het kadaster gecorrespondeerd over de vraag of en welke actie de notaris zou moeten ondernemen om te komen tot verbetering van de kadastrale inschrijving van de leveringsakte van 9 juli 2020, aangezien door deze akte het opstalrecht van L. dat oorspronkelijk op het perceel rustte, niet van het daaruit (onder meer) ontstane perceelnummer werd verwijderd.

De notaris heeft er vervolgens voor gezorgd dat het opstalrecht middels een akte van waardeloosheid op 18 december uit de kadastrale registratie is verwijderd.

De klacht

Klagers verwijten de notaris dat hij bij en na het passeren van de akte van levering van 9 juli 2020 onjuist gehandeld heeft. De klacht valt in de volgende onderdelen uiteen.

  • De notaris heeft in de leveringsakte het opstalrecht niet vermeld
  • De notaris stelt ten onrechte dat hij het opstalrecht er wel af zal halen
  • De notaris kan niet bewijzen dat hij met L. spreekt over doorhaling
  • De notaris heeft klager de informatie van het kadaster onthouden.

De beoordeling

Klachtonderdeel 1

De kamer stelt vast dat het opstalrecht inderdaad niet is vermeld in de leveringsakte. Het eerste klachtonderdeel wordt gegrond verklaard.

Klachtonderdeel 2

Klagers wijzen met dit klachtonderdeel op het feit dat de notaris het opstalrecht niet zelf van het perceel kan halen, aangezien daarvoor de medewerking van de daartoe gerechtigde, L. noodzakelijk is. Dit leidt volgens de kamer niet tot een tuchtrechtelijk verwijt aan het adres van de notaris. Volgens de kamer doelde de notaris op het passeren en inschrijven van de akte van waardeloosheid toen hij zei “dat hij het opstalrecht er wel vanaf zou halen”. Het tweede klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel 3

Het derde klachtonderdeel is naar het oordeel van de kamer onvoldoende onderbouwd om tot een tuchtrechtelijk verwijt aan het adres van de notaris te kunnen leiden.

Klachtonderdeel 4

De informatie waar klagers in dit verband op doelen, heeft betrekking op de correspondentie tussen de notaris en het kadaster over de vraag of de akte van 9 juli 2020 al dan niet verbetering behoefde of op welke wijze anders de voorgenomen opheffing van het opstalrecht kadastraal geregistreerd diende te worden. De kamer oordeelt dat, ondanks het feit dat de notaris deze informatie niet zelf aan klagers verstrekt heeft, niet gezegd kan worden dat de notaris klagers de informatie van het kadaster ten onrechte heeft onthouden, ten nadele van klagers. Ook het vierde klachtonderdeel is ongegrond.

De beslissing

De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. Aan de notaris wordt, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, geen maatregel opgelegd.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u een geschil met uw notaris over de vraag of hij/zij de benodigde vakbekwaamheid, zorgvuldigheid en deskundigheid in acht heeft genomen bij de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden? Neem dan hier contact op met een van de gespecialiseerde advocaten van Zorgplicht Advocaten.

Rob Silvertand

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Jamiro van de Wiel

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant