Uitspraak: Slordigheden zijn niet van tuchtrechtelijke aard

Betrokkene is ingeschreven als registeraccount in de daartoe bestemde registers. Op enig moment is vader en moeder van betrokkene overleden. Betrokkene wordt aangewezen als executeur. Betrokkene is een van de erfgenamen van vader. Klaagster was gehuwd met een broer van betrokkene. Zij was wettelijk vertegenwoordiger van hun minderjarige zoon. Deze zoon is een van de andere erfgenamen van zijn vader en moeder.

Klaagster vindt de manier waarop betrokkene zijn werkzaamheden als executeur heeft verricht, bezwaarlijk. Zij heeft de kantonrechter verzocht hem te ontstaan als executeur. De kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen, nu er geen aanwijzingen zijn dat de belangen niet goed werden behartigd.

Klaagster heeft in een andere procedure aangevoerd dat betrokkene een grote hoeveelheid aan geld heeft verduisterd. Zij vordert hiervoor een betaling van 322.00 euro. In diezelfde procedure heeft klaagster gevorderd dat rekeningafschriften worden afgegeven. De laatste vordering is afgewezen, over de andere vorderingen is nog niet besloten.

Betrokkene zou hebben gehandeld met de voor hem geldende regels van beroep en gedrag. Daaraan liggen de volgende verwijten ten grondslag: dat betrokkene geld heeft verduisterd, foutieve beschrijvingen van boedels maakt en weigert de rekeningafschriften toe te sturen.

De registeraccount is onderworpen aan tuchtrechtspraak wanneer het gaat om beroepsmatig handelen dan wel nalaten. Het handelen dan wel nalaten moet worden getoetst aan de geldende beroeps- en gedragsregels.

De kamer neemt een klacht niet in behandeling wanneer tussen het moment van het verweten handelen of nalaten en het moment van indiening van de klacht een periode van zes jaar of meer is verstreken. Op 29 mei 2012 is het klaagschrift binnengekomen.

Betrokkene heeft beoogd dat klachtonderdeel a niet-ontvankelijk is. Betrokkene is wel accountant, maar heeft nooit in die hoedanigheid gehandeld. Het handelen in de privésfeer kan dus niet worden behandeld in deze tuchtrechtelijke procedure.

De administratieve werkzaamheden die zijn gedaan tot het overlijden van zijn ouders kunnen wel onder de reikwijdte van het tuchtrecht van accountant worden gerekend. Dit komt omdat ook werkzaamheden in de hoedanigheid van executeur voor tuchtrechtelijke toetsing vatbaar zijn.

Uit stukken blijkt onder andere dat op rekeningafschriften te weinig rente is bijgeschreven en dat de bedragen die jaarlijks in de belastingaangiften zijn aangegeven enorm uiteenlopen, wat niet valt te verklaren.

Op de zitting heeft betrokkene toelichtingen gegeven en aangegeven niet over de bankpassen van zijn ouders te beschikken. Door deze gemotiveerde betwisting van betrokkene heeft de kamer zich op het standpunt gesteld dat klaagster niet aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene op onrechtmatige wijze gelden uit het vermogen van zijn ouders heeft toegeëigend.

Het tweede onderdeel ziet op de werkzaamheden als executeur. Betrokkene heeft op de zitting erkend dat hij fouten heeft gemaakt in de boedelbeschrijving. Deze slordigheden zijn niet van voldoende gewicht om tot een tuchtrechtelijke veroordeling te komen. De klacht is dus deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Zorgplicht advocaten

Heeft u een geschil met uw accountant over de vraag of hij/zij de benodigde vakbekwaamheid, zorgvuldigheid en deskundigheid in acht heeft genomen bij de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden? Heeft uw accountant uw opdrachten niet naar behoren uitgevoerd? En heeft u als gevolg daarvan schade geleden? Neem dan contact op met een van de gespecialiseerde advocaten van Zorgplicht Advocaten.

Monique Ebben

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Joost Papeveld

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant