Uitspraak: Accountant heeft klant onvoldoende geïnformeerd rond stopzetten werkzaamheden

Bij akte van 7 september 2010 is klaagster met haar zoon (hierna: de zoon) de vennootschap onder firma VOF1 aangegaan. In deze vennootschap werd sindsdien een veeteeltbedrijf geëxploiteerd. Daarnaast is de zoon met zijn echtgenote een vennootschap onder firma aangegaan VOF2. Deze vennootschap exploiteert sinds 1996 een pluimveebedrijf.

Y1 en Y2 zijn werkzaam bij Accountantskantoor1. Dit accountantskantoor stelt jaarrekeningen samen, voert de financiële administratie en verzorgt de aangiften inkomstenbelasting van de vennoten en de BTW-aangiften van de vof.

Accountantskantoor1 heeft voor de vof de jaarrekeningen 2011-2014 opgesteld. Ook zijn in deze jaren belastingaangiftes gedaan. Over deze werkzaamheden heeft klaagster op 20 december 2017 een klacht bij de Accountantskamer ingediend. Die klacht betrof ook Y1 en Y2. Op 28 september 2018 heeft de Accountantskamer de klacht deels niet-ontvankelijk, deels gegrond en voor het overige ongegrond verklaard. Aan Y2 is de maatregel van waarschuwing opgelegd.

In februari 2015 heeft klaagster besloten dat zij haar aandeel in de vof aan de zoon wilde overdragen. In juni 2016 hebben klaagster en haar zoon de daarvoor benodigde overeenkomsten getekend. Nadien is tussen hen een geschil ontstaan over de uitvoering van de overeenkomsten.

In juni 2018 heeft klaagster Accountantskantoor1 gevraagd om haar de jaarrekeningen van de vof over de jaren 2015, 2016 en 2017 te doen toekomen. Y1 heeft klaagster laten weten dat er in opdracht van de zoon alleen jaarrekeningen zijn opgesteld voor de vof van de zoon en zijn echtgenote, maar niet voor de vof waarvan klaagster vennoot is. Dat is niet gebeurd omdat beide vennoten daarvoor opdracht moeten geven.

Bij brief van 18 juni 2018 heeft klaagster Accountantskantoor1 aansprakelijk gesteld voor het niet nakomen van de verplichtingen voortvloeiend uit de opdracht van 19 december 2011. Accountantskantoor1 heeft aansprakelijk afgewezen.

Handelen in strijd met de geldende gedrags- en beroepsregels

Betrokkenen hebben volgens klaagster gehandeld in strijd met de voor hen geldende gedrags- en beroepsregels. Deze klacht is gebaseerd op de volgende verwijten:

  • Accountantskantoor1 heeft de overeengekomen werkzaamheden gestaakt zonder dit aan klaagster kenbaar te maken; desondanks heeft Accountantskantoor1 een concept-jaarrekening 2015 voor de vof opgesteld zonder klaagster daarin te kennen;
  • Accountantskantoor1 ontkent het document “Zakelijke rekening melkrundveehouderij” te hebben opgesteld, maar de gegevens die daarin zijn verwerkt zijn wel degelijk door Accountantskantoor1 geleverd;
  • de stelling van Accountantskantoor1 dat er geen werkzaamheden meer voor de vof zijn verricht, is niet correct omdat er een jaarrekening over 2015 is opgesteld zonder overleg met klaagster;
  • Accountantskantoor1 ontkent het document “Overzicht (achternaam)” voor de vof te hebben opgesteld, maar de gegevens hebben daar wel betrekking op en zijn zonder overleg met klaagster overgenomen;
  • het document “Waarderingssystematiek” is onjuist, onvolledig en niet met klaagster besproken terwijl het wel tegen haar wordt gebruikt in een gerechtelijke procedure;
  • het document “Grootboek 2012 en 2013” is zonder medeweten van klaagster opgesteld en vragen daarover worden niet beantwoord;
  • Accountantskantoor1 heeft tweemaal verzuimd de aangifte omzetbelasting voor de vof te doen, wat heeft geleid tot een naheffingsaanslag en een boete.

De beoordeling van de Accountantskamer

De Accountantskamer behandelt de eerste, tweede en derde klachtonderdelen samen. Deze klachten zien alle drie op handelen van Y1.

Op de zitting is gebleken dat Accountantskantoor1 de werkzaamheden voor de vof heeft gestaakt en werkzaamheden is blijven verrichten voor VOF2. Op de zitting is gebleken dat Accountantskantoor1 de werkzaamheden voor de vof heeft gestaakt en werkzaamheden is blijven verrichten voor VOF2. Hij heeft klaagster immers niets gemeld over de werkzaamheden die voor de zoon werden verricht. Ook is klaagster niet geïnformeerd over het feit dat er een concept-jaarrekening over 2015 was samengesteld. Dit had beide volgens de Accountantskamer. Het tweede klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard. Klaagster heeft volgens de Accountantskamer niet aannemelijk kunnen maken dat het document “Zakelijke rekening melkrundveehouderij” door Accountantskantoor1 is opgesteld.

Het vierde klachtonderdeel ziet op het financiële overzicht. Naar het oordeel van de Accountantskamer is niet aannemelijk geworden dat het financiële overzicht onjuist is. Dit klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.

In het vijfde klachtonderdeel wordt gesteld dat het document “Waarderingssystematiek” onjuist is, niet volledig is en niet met haar klaagster is besproken, terwijl het in een gerechtelijke procedure tegen haar is gebruikt. Volgens betrokkenen is het een feitelijke weergave en als gevolg daarvan volstrekt neutraal. Het is op verzoek van de rechtbank opgemaakt. De Accountantskamer is het hiermee eens. De notitie is opgesteld ten behoeve van een comparitie van partijen. Klaagster kende het stuk dan ook en heeft haar opvattingen erover aan de rechtbank bekend kunnen maken. Het vijfde klachtonderdeel is ongegrond.

Het zesde klachtonderdeel is gericht tegen het “Grootboek 2012 en 2013”, dat is opgesteld door Y2. Het klaagschrift is ingediend op 25 juni 2019. Hieruit volgt dat over de werkzaamheden ten aanzien van het grootboek die tot medio 2013 zijn verricht niet meer kan worden geklaagd. In zoverre is dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk. Ook de klacht over de werkzaamheden die in het tweede deel van 2013 zijn verricht, is niet-ontvankelijk, en wel vanwege overschrijding van de hiervoor genoemde driejaarstermijn. Klaagster was al veel eerder bekend met deze gegevens en had haar bezwaren daartegen naar voren kunnen brengen. Met betrekking tot het verwijt dat Accountantskantoor1 de vragen van klaagster op dit punt niet beantwoordt is de Accountantskamer van oordeel dat het klachtonderdeel ongegrond is. Accountantskantoor1 heeft de vragen wel beantwoord, zo blijkt uit de stukken.

Het zevende klachtonderdeel erkennen betrokkenen tweemaal te hebben verzuimd aangifte omzetbelasting voor de vof te doen. Door adequaat optreden van Accountantskantoor1 zijn de negatieve gevolgen hiervan de vof bespaard gebleven. Hierdoor is van tuchtrechtelijke verwijtbaarheid dan ook geen sprake. De Accountantskamer acht dit klachtonderdeel daarom ongegrond.

De Accountantskamer acht de klacht tegen Y1 gedeeltelijk gegrond en legt aan hem de maatregel van waarschuwing op. De klacht tegen Y2 wordt gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard en voor het overige ongegrond verklaard.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u een geschil met uw accountant over de vraag of hij/zij de benodigde vakbekwaamheid, zorgvuldigheid en deskundigheid in acht heeft genomen bij de uitvoering van zijn/haar werkzaamheden? Heeft uw accountant uw opdrachten niet naar behoren uitgevoerd? En heeft u als gevolg daarvan schade geleden? Neem dan contact op met een van de gespecialiseerde advocaten van Zorgplicht Advocaten.

Monique Ebben

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Joost Papeveld

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant