Betrokkene is werkzaam voor het accountantskantoor en deed sinds 2012 de salarisadministratie van klaagster, stelde de jaarrekening samen en verzorgde de aangifte van vennootschapsbelasting.

Klaagster heeft eerder klachten ingediend tegen betrokkene. Het CBb heeft in hoger beroep de eerste klacht deels gegrond verklaard. De tweede klacht is deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond verklaard.

In 2013 heeft de belastingdienst een boekenonderzoek aangekondigd bij aan klaagster gelieerde entiteiten. Ten aanzien van dit onderzoek heeft de Officier van Justitie heeft van accountantskantoor1 gevorderd: de fysieke en digitale administratie, accountants- en adviesdossiers, overige (intern) gehanteerde adviesdossiers, fysieke klantcorrespondentie, uitdraaien uit “brievenboek verzonden” van de fysieke klantcorrespondentie, al het mailverkeer en alle overige digitale correspondentie. De afdeling Juridische zaken (JZ) heeft de bestuurders van klaagster laten weten dat het accountantskantoor wettelijk verplicht is aan de vordering te voldoen.

Op 28 januari 2015 heeft een medewerker van de FIOD betrokkene per mail uitgenodigd voor een getuigenverhoor. Betrokkene heeft hieraan geen medewerking verleend omdat dit niet paste binnen de voor hem geldende geheimhoudingsplicht. Op 26 februari 2015 heeft de FIOD de overige gevorderde stukken bij het accountantskantoor opgehaald. De stukken zijn onder protest verstrekt.

De klacht

Betrokkene heeft volgens klaagster gehandeld in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels. Klaagster verwijt betrokkene het volgende:

  • betrokkene heeft de volledige correspondentie, adviesdossiers en administratie van klaagster aan de FIOD verstrekt;
  • betrokkene heeft meegewerkt aan een gedelegeerd rechter-commissaris-verhoor, terwijl hij niet was ontheven van zijn geheimhoudingsplicht.

De beoordeling

Betrokkene heeft zich op het standpunt gesteld dat hij verplicht was aan de vordering te voldoen, en dat het niet voldoen aan zo’n vordering een misdrijf oplevert. De Accountantskamer gaat mee in dit verweer. Er is met de vordering ex artikel 126 nd Sv in ieder geval sprake van een openbaarmaking die door de wet wordt gevorderd. Betrokkene heeft het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid dan ook niet geschonden. Klaagster heeft verder ook niet aannemelijk gemaakt dat er meer stukken zijn overhandigd dan gevraagd. Het eerste klachtonderdeel is ongegrond.

Betrokkene stelt ten aanzien van het tweede klachtonderdeel dat uit de artikelen 201, 213 en 221 Sv voortvloeit dat hij wel verplicht was aan dit verhoor mee te werken. De Accountantskamer gaat ook mee in dit verweer. Uit een brief van de rechter-commissaris aan betrokkene wordt hij verplicht als getuige te verschijnen. Daar komt bij dat betrokkene in het hele contact met de FIOD steeds zorgvuldig heeft gehandeld. Hij heeft JZ geraadpleegd en hun adviezen opgevolgd. Onder deze omstandigheden kan niet met succes worden gesteld dat betrokkene tuchtrechtelijk een verwijt kan worden gemaakt, aldus de Accountantskamer. Ook het tweede klachtonderdeel is ongegrond.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant