Uitspraak: Accountant wordt verweten fout te hebben gemaakt bij controleren van jaarrekening

Betrokkene is accountant. In die hoedanigheid controleerde hij de jaarrekeningen 2015, 2016 en 2017 van de het Sportbedrijf. Klager is tot 2017 werkzaam geweest als financieel manager van het Sportbedrijf. Hij heeft eerder klachten ingediend tegen accountants, waaronder tegen betrokkene.

De klacht

Betrokkene heeft volgens klager gehandeld in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels. Hij baseert zijn klacht op de volgende klachtonderdelen:

  • door toedoen van betrokkene geeft de door hem gecontroleerde jaarrekening 2017 van het Sportbedrijf geen getrouw beeld van de werkelijke toestand van het Sportbedrijf, omdat de in de jaarrekening opgenomen voorziening groot onderhoud te laag is;
  • het in de door betrokkene gecontroleerde jaarrekening 2017 verantwoorde resultaat geeft geen getrouw beeld van de werkelijke toestand van het Sportbedrijf, omdat investeringen voor met name software en ten behoeve van de zwembadexploitatie niet uit eigen middelen betaald zijn, maar uit een incidentele bijdrage die het Sportbedrijf ontvangen had uit hoofde van een herstructureringsplan. Betrokkene heeft ten onrechte investeringen en ontvangen bijdragen niet met elkaar verrekend dan wel een egalisatierekening investeringsbijdragen opgevoerd;
  • betrokkene is tekortgeschoten op het punt van de beoordeling van de inhoud van het bestuursverslag, omdat daarin is opgenomen dat een positief bedrijfsresultaat over 2018 en de volgende jaren wordt verwacht, terwijl de jaarrekening 2017, indien deze juist zou zijn opgesteld, een aanzienlijk tekort vertoont en op het moment van het opstellen van de jaarrekening 2017 bij betrokkene al bekend moet zijn geweest dat het resultaat over 2018 negatief zou zijn. Het bestuursverslag is daarom in strijd met de jaarrekening;
  • betrokkene heeft over de boekjaren 2016 en 2017 een dubbelrol vervuld door zowel de jaarrekening van het Sportbedrijf als de jaarrekening van de gemeente te controleren.

De beoordeling

Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel stelt de Accountantskamer vast dat de voorziening groot onderhoud volgens klager 3.000.000 euro te laag gewaardeerd is, waardoor de jaarrekening 2017 geen getrouw beeld zou geven van de werkelijke toestand van het Sportbedrijf. De gemeente heeft de verplichting op zich genomen om gedurende langere tijd jaarlijks een bedrag van 700.000 euro voor groot onderhoud aan het Sportbedrijf ter beschikking te stellen. De Accountantskamer concludeert daardoor dat betrokkene akkoord mocht gaan met voor de voorziening groot onderhoud opgenomen bedrag. Klager heeft naar het oordeel van de Accountantskamer onvoldoende aangetoond waarom dit bedrag onjuist is. Het eerste klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard.

Ook het tweede klachtonderdeel wordt ongegrond verklaard. De Accountantskamer volgt betrokkene in zijn verweer dat de door de gemeente verleende eenmalige bijdrage voor het herstructureringsplan een exploitatiesubsidie is als bedoeld in RJ 274.103 en geen investeringssubsidie zoals bedoeld in RJ 274.106. De subsidie was onvoorwaardelijk verstrekt als een bijdrage ter dekking van de eenmalige kosten voor de uitvoering van het door het Sportbedrijf opgestelde herstructureringsplan. De investeringen in dat kader zouden door het Sportbedrijf uit eigen middelen worden betaald. Naar het oordeel van de Accountantskamer heeft klager zijn stelling dat dit niet het geval zou zijn geweest, omdat het Sportbedrijf investeringen uit die bijdrage zou hebben voldaan, niet voldoende onderbouwd.

Ten aanzien van het derde klachtonderdeel overweegt de Accountantskamer dat betrokkene ter zitting heeft aangegeven dat hij bij de beoordeling van het bestuursverslag gekeken heeft naar de tussentijdse cijfers en naar de notulen van bestuursvergaderingen. Ten tijde van de afgifte van de controleverklaring had hij geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de inhoud van het bestuursverslag. Ook het derde klachtonderdeel is ongegrond.

Ook het vierde klachtonderdeel is ongegrond. De Accountantskamer is namelijk van oordeel dat in de gegeven omstandigheden geen sprake was van een onaanvaardbaar risico dat betrokkene zich als gevolg van zelftoetsing niet zou hebben gehouden aan de fundamentele beginselen. Hiertoe acht de Accountantskamer van belang dat bij de controle van de jaarrekening van de gemeente niet zozeer sprake was van beoordeling van eigen werk door betrokkene, maar slechts van het verkrijgen van door hem zelf bij het Sportbedrijf vergaarde controle-informatie.

De Accountantskamer verklaart de klacht ongegrond.

Lees hier de hele uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Monique Ebben

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Rob Silvertand

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant