Uitspraak: Advocaat heeft onvoldoende informatie verstrekt

Klager heeft met zijn broer en zus al 32 jaar een erfrechtelijk geschil. Klager werd in 2008 tot en met 2012 bijgestaan door mr. X. Mr. X werkte op toevoegingsbasis en heeft in eerste aanleg en in hoger beroep een procedure gevoerd op basis van de verleende toevoeging. Echter, de toevoeging is door mr. X nooit gedeclareerd (toevoeging met nummer 1EC8888).

Klager heeft in 2013 verweerder verzocht om rechtsbijstand. Er ontstond een geschil over de benoeming van een nieuwe boedelnotaris in het erfrechtelijke geschil. Verweerder heeft voor deze procedure een toevoeging voor klager verzocht. De toevoeging is afgegeven onder toevoegnummer 1GK2476. Een nieuwe notaris is op 15 november 2013 benoemd. Verweerder heeft op 19 november 2013 de toevoeging bij de Raad van Rechtsbijstand gedeclareerd.

Toevoeging met nummer 1EC8888 werd op 13 januari 2014 gemuteerd en op naam van verweerder gezet. Verweerder heeft de toevoeging op 11 april 2014 gedeclareerd, met vermelding dat het ging om advies werkzaamheden.

Het erfrechtelijke geschil is tot een einde gekomen doordat klager met zijn broer en zus een vaststellingsovereenkomst heeft ondertekend op 6 augustus 2015. Verweerder heeft op 18 augustus 2015 een declaratie van bijna 8.000 euro verzonden. Klager weigerde deze rekening te betalen nu hij de declaratie betwistte. Verweerder is een incassoprocedure begonnen, maar deze vordering is afgewezen door de kantonrechter.

De Raad voor Rechtsbijstand heeft per brief op 16 maart 2017 aan verweerder bericht dat de toevoeging, gelet op het behaalde resultaat, diende te worden ingetrokken. De toevoeging is op 29 juni 2017 daadwerkelijk ingetrokken. Klager heeft hiertegen op 26 juli 2017 bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is ongegrond verklaard en de beslissing om de toevoeging in te trekken blijft in stand. Klager is in hoger beroep gegaan. De afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 5 juni 2019 het hoger beroep ongegrond verklaard. Klager heeft zich op 21 juni 2017 tot de deken gewend.

De klacht

Verweerder zou tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld (artikel 46 Advocatenwet). Hierbij worden de volgende verwijten gemaakt. Verweerder heeft de regels van de Raad van Rechtsbijstand niet zo nauw genomen. Verweerder heeft zich niet gedragen zoals van een advocaat wordt betaamd. Verweerder heeft klager gechanteerd en heeft bewust informatie willen verzwijgen. Verweerder heeft zich onrechtmatig gedragen.

Beoordeling

De raad heeft overwogen dat niet is gebleken dat sprake zou zijn van oplichting, fraude, chantage en rancuneus handelen. Wel vindt de raad dat het slordig is om de kosten dubbel in rekening te brengen. Niet is gebleken dat dit met opzet is gedaan.

Het hof dient de tuchtrechter bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht het aan de advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen. Bij deze toetsing is de tuchtrechter niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen, gezien ook het open karakter van de wettelijke norm, daarbij wel van belang zijn (direct of analoog). Of sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen hangt af van de feitelijke omstandigheden.

Een advocaat is gehouden tot nauwgezetheid en zorgvuldigheid in financiële aangelegenheden. De advocaat moet voorafgaand aan de aanvaarding van een opdracht de financiële consequenties bespreken. Dit moet bij voorkeur schriftelijk gebeuren. De advocaat dient daarbij ook te bespreken of zijn cliënt in aanmerking komt voor gefinancierde rechtshulp en afspraken daarover vast te leggen. Voorgaande levert een invulling op van de zorgplicht van een advocaat.

Verweerder heeft erkend dat de informatieverstrekking inderdaad beter had gekund. Wel geeft hij aan dat klager weldegelijk begreep welke afspraken onderling werden gemaakt.

Klager voert aan de afspraken niet te hebben begrepen en verrast was door de verzonden factuur. Klager was in de veronderstelling dat hij onder de toevoeging zou vallen. Eerder waren immers ook toevoegingen verstrekt. Nooit is uitgelegd dat dit zou veranderen en er zijn ook geen afspraken gemaakt over bijstand op betalende basis.

Het hof is van oordeel dat verweerder is tekortgeschoten in zijn informatieverstrekking. Juist omdat schriftelijke vastlegging ontbrak, konden onduidelijkheden ontstaan aan de kant van klager. Dit komt voor rekening en risico van verweerder. De raad heeft terecht de klacht gegrond verklaard. De beslissing moet worden bekrachtigd.

Klik hier voor de volledige uitspraak.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u een klacht over uw advocaat of twijfelt u of aan het advies van uw (voormalige) advocaat? Of heeft uw advocaat een processuele of een inhoudelijke fout gemaakt in een civiele procedure? Neem dan geheel vrijblijvend contact met ons op.

Jamiro van de Wiel

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Neem contact op Laat ons u bellen
Monique Ebben

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant