Aanleiding

Betrokkene is als partner verbonden aan een accountantskantoor. Zijn echtgenote exploiteerde een administratiekantoor in de vorm van een eenmanszaak. Dit administratiekantoor zorgde voor het samenstellen van de jaarrekeningen, het opmaken en deponeren van de publicatiestukken bij de Kamer van Koophandel en de aangiften vennootschapsbelasting voor een BV waarvan de ondernemer en klaagster beiden via hun holding, voor 50% aandeelhouder waren.

In juni 2018 heeft de ondernemer aan betrokkenen laten weten dat hij niet meer met klaagster wilde samenwerken. In verband daarmee heeft de ondernemer aan betrokkene gevraagd hem inzicht te geven in de waarde van de aandelen van de BV. Betrokkene heeft vervolgens een eerste opzet voor een berekening gemaakt op basis van de DCF-methode.

Klaagster stelt schade te hebben geleden door het optreden van betrokkene, onder meer omdat zij haar aandeel in de BV voor een te lage prijs heeft verkocht.

De uitspraak van de Accountantskamer

De klacht houdt in dat betrokkene volgens klaagster heeft gehandeld in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels. Klaagster baseert haar klacht op de volgende verwijten:

  • Betrokkene heeft de ondernemer geadviseerd een nieuwe BV op te richten terwijl hij kon weten dat dit tot problemen tussen de aandeelhouders zou leiden;
  • Betrokkene was de accountant van de BV en is in die hoedanigheid niet opgetreden tegen fraude. Hij heeft medewerking verleend aan het samenstellen en deponeren van misleidende jaarrekeningen;
  • Betrokkene heeft de jaarrekening van de BV te laat gedeponeerd, dit niet gemeld en niet gewaarschuwd voor de gevolgen daarvan;
  • Betrokkene heeft fouten opgenomen in de jaarrekening over 2016 van de BV;
  • Betrokkene heeft de aandelen van de BV te laag gewaardeerd, zijn betrokkenheid daarbij geheim gehouden en bedreigingen voor zijn objectiviteit genegeerd;
  • Betrokkene kent de voor hem geldende regelgeving niet of heeft deze genegeerd.

De Accountantskamer heeft het zesde klachtonderdeel gegrond verklaard, klachtonderdeel 5 deels gegrond en de rest van de klacht ongegrond. Aan betrokkene is de maatregel van berisping opgelegd.

De beoordeling

Betrokkene en klaagster hebben verschillende beroepsgronden aangevoerd. In deze samenvatting wordt enkel beroepsgrond 7 behandeld. Deze beroepsgrond wordt namelijk als enige gegrond verklaard. In de zevende beroepsgrond voert klaagster aan dat de Accountantskamer ten onrechte de 2, 4 en 6 gezamenlijk heeft beoordeeld. Door dit te doen heeft de Accountantskamer het verwijt omtrent de onjuiste informatie in de deponeringsstukken niet beoordeeld. Zo wijst klaagster erop dat betrokkene de opdracht heeft gekregen een correctie van ruim € 34.000,- aan te brengen in de jaarrekening 2017 wegens niet verantwoorde opbrengsten in 2016 en 2017, maar dit niet heeft gedaan. Ook stelt klaagster dat betrokkene niet de juiste bestuurders vermeld in de deponeringsstukken.

Het College stelt vast dat de bestreden uitspraak geen overwegingen bevat over de door gestelde onjuistheden die gaan over de correctie van € 34.000 en het vermelden van de bestuurders van de BV in de gedeponeerde jaarrekening.

Over de correctie is het College kort. Eerder is namelijk al geoordeeld dat betrokkene voldoende overtuigend heeft toegelicht dat dit bedrag is genoemd in het kader van de onderhandelingen tussen klaagster en de ondernemer en dat na afloop van deze onderhandelingen geen noodzaak meer bestond om de correctie door te voeren.

Ten aanzien van de vermelde bestuurders heeft betrokkene niet ontkend dat dit fout is vermeld. Echter, heeft betrokkene gesteld dat hiervan geen verwijt kan worden gemaakt. Het College kan betrokkene daarin niet volgen. Door de verkeerde bestuurders te vermelden in de jaarrekening heeft betrokkene op dit punt zijn werkzaamheden niet goed en gedegen uitgevoerd. Het voorgaande acht het College in strijd met de fundamentele beginselen van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.

Het vierde klachtonderdeel was dan ook ten onrechte ongegrond verklaard. Het vierde klachtonderdeel wordt dan ook in zoverre gegrond verklaard. Het College vernietigt de bestreden tuchtuitspraak en verklaart het vierde klachtonderdeel gedeeltelijk gegrond. De maatregel blijft staan.

De gehele uitspraak van het CBb is hier te lezen.

Zorgplicht Advocaten

Heeft u als klant, stakeholder of derde een klacht of schade geleden als gevolg van een fout van een accountant, neem dan contact met ons op voor vrijblijvend gesprek. De advocaten van Zorgplicht Advocaten hebben jarenlange ervaring met het adviseren over de zorgplicht van een accountant of boekhouder. Tevens hebben onze advocaten ervaring met het voeren van een klachtprocedure bij de Accountantskamer of het voeren van een procedure bij de civiele rechter.

Wij staan voor u klaar

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant
Laat ons u helpen Laat ons u bellen

Wij helpen u graag

  • Tegen (financiële) dienstverleners
  • 10+ jaar ervaring
  • Eerlijk en transparant